Opinie

Muziek én ruzie maken

Frits Abrahams

Soms veranderen vriendschappen in vijandschappen, waarna alleen de dood nog tot enige verzoening kan leiden. Schrijnende voorbeelden zien we bij de dood van de popmuzikant David Crosby, vorige week op 81-jarige leeftijd.

Crosby werd beroemd met de band Crosby, Stills, Nash & Young; samen maakten ze in 1970 Déja Vu, een van de beste elpees uit de geschiedenis van de popmuziek. Het was vooral een opgewekt album, volgens kenners omdat ze allen in die periode gelukkige liefdesrelaties hadden.

Aan het einde van zijn leven had Crosby nog maar met één lid van die groep contact: Stephen Stills, een singer-songwriter die in de ogen van Crosby de begaafdste van de groep was. Ik was benieuwd hoe vooral Graham Nash en Neil Young op het nieuws van zijn dood zouden reageren. Het leek me moeilijk voor hen. Hoe verberg je je wrok op zo’n moment zonder schijnheilig te worden? Wat kun je nog net wél zeggen – en wat kun je beter achter de haag van je scherpste tanden laten?

Ruim een jaar voor zijn dood gaf Crosby een openhartig interview aan The Guardian. Hij noemde zich op politiek gebied een progressieve figuur en zei over Young: „Neil doet niet aan politiek. Hij doet Neil. Hij is vermoedelijk de meest egocentrische, door zichzelf geobsedeerde, zelfzuchtige mens die ik ken. Hij denkt alleen aan Neil, punt.”

Ook Nash kwam er niet best vanaf. „Hij deed alsof hij zich om mij bekommerde, maar kennelijk ging het hem er alleen maar om dat het geld bleef stromen. Nee, we hebben al enkele jaren niet meer met elkaar gepraat. En dat zal ik ook niet meer doen. Ik wil niet meer met hem praten. Ik ben helemaal niet blij met hem.”

Dat verbaasde me niet, want Nash had Crosby in 2016 in Het Parool – ik neem aan ook in buitenlandse media – „a bigheaded fuck” genoemd. „Hij denkt dat de wereld van David Crosby is. Ik zei hem dat hij ons met zijn gedrag veel mooie liedjes heeft gekost en ook veel geld, want CSN was met Neil erbij nog veel populairder. […] Neil wil niks meer met hem te maken hebben. En ik ook niet.”

Ik schreef over die uitspraken destijds een teleurgestelde column, want ik had Crosby en Nash (Young was al veel eerder uit de groep gestapt) in 2005 in volmaakte harmonie samen een schitterend concert in De Melkweg in Amsterdam horen geven. Ook al waren ze beiden 63 jaar, hun close harmony singing klonk nog even soepel en krachtig als in hun beste jaren. Het leken bovendien dikke vrienden, zó praatte Crosby in die tijd over Nash. Maar toen Crosby in het openbaar begon te schelden op Daryl Hannah, de nieuwe vriendin van Young, beëindigde Nash de vriendschap.

Nu, in hun rouwbetoon, houden Nash en Young zich keurig in. Op zijn website schrijft Young: „Thanks David for your spirit and songs, Love you man. I remember the best times!” Nash wijst op de „diepe vriendschap” die zij „gedurende al deze vele, lange jaren hebben gedeeld”.

Goede tijden winnen het van slechte tijden als de tijd er niet meer toe doet. Toch jammer dat niemand van de vier zich ertoe kon brengen om voor te stellen: „Laten we nog één keer bij elkaar komen voor het te laat is, al was het maar om datgene te doen waar we altijd zo goed in waren: samen muziek maken.” Want wat heb je aan „Love you man”, als je het niet meer kunt horen?