Als de jeugdzorg voor 18-jarigen stopt, leidt dat soms tot dakloosheid

Volwassen worden in de jeugdzorg Achttien jaar worden leidt jaarlijks voor duizenden jongeren tot stress en onzekerheid. Een deel belandt op straat.

Jeugdzorgboerderij in Zwolle.
Jeugdzorgboerderij in Zwolle. Foto Kees van de Veen

Elk jaar worden zo’n 3.300 kinderen die niet thuis opgroeien volwassen. Achttien jaar worden, zo bracht Stichting Het Vergeten Kind dinsdag naar buiten, leidt voor veel van hen tot onzekerheid en stress, omdat ze er alleen voor komen te staan. Het Vergeten Kind, dat regelmatig via campagnes aandacht vraagt voor kinderen in onveilige of moeilijke situaties, wil dat jeugdzorg niet meer stopt bij achttien jaar.

De stichting hield een steekproef onder 176 jongeren en 105 hulpverleners. Zij vulden een online vragenlijst in over hoe het is om volwassen te worden in een instelling voor ‘jeugdhulp met verblijf’. Vooral jongeren die op een groep wonen lieten weten daar weg te moeten vanwege hun leeftijd: ongeveer twee derde verhuisde noodgedwongen. 22 jongeren raakten dak- of thuisloos.

Is het beleid echt zo hardvochtig? Drie vragen.

1Tot welke leeftijd heb je recht op jeugdzorg?

Het woord zegt het al. Hulp die onder de Jeugdwet valt, wordt in principe aangeboden aan kinderen en jongeren van nul tot achttien jaar. Wie ouder is, kan geholpen worden via de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Wet langdurige zorg, of – bij geestelijke gezondheidszorg – de Zorgverzekeringswet.

Als de benodigde zorg niet op basis van een van deze wetten kan worden geregeld, kan een jongere tot zijn 23ste verlengde jeugdhulp krijgen. Een hulpverlener kan dit aanvragen bij de gemeente, die vervolgens bepaalt of de zorg passend is. In pleeggezinnen en gezinshuizen – kleinschalige woonvormen met vaste begeleiders – mogen jongeren als ze dat willen tot hun 21ste blijven. Ook hulp die is opgelegd door een rechter kan doorlopen tot na het achttiende levensjaar.

Lees ook de reportage over een gezinshuis: ‘Als de mix verkeerd is, dan heb je kermis’

2Hoe verloopt de overgang naar volwassenheid voor jongeren?

Hoewel er dus opties zijn, verloopt de stap naar volwassenheid lang niet altijd soepel. Jongeren in de jeugdzorg zijn op hun achttiende nog niet toe aan zelfstandigheid. Bijna alle geïnterviewden van Het Vergeten Kind (98 procent) waren nog niet klaar om voor zichzelf te zorgen. Ter vergelijking: jongeren die bij hun ouders opgroeien, gaan volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek gemiddeld met 23,7 jaar het huis uit.

Het aanvragen van verlengde jeugdhulp is in de praktijk veel moeilijker dan het op papier lijkt, zeggen hulpverleners. Het aanvraagproces kost veel tijd en voorwaarden verschillen per gemeente. En áls de zorg geregeld is, moet die elk half jaar worden aangevraagd en getoetst.

Branchevereniging Jeugdzorg Nederland vraagt al langer aandacht voor de jongeren die na hun achttiende tussen wal en schip vallen. Twee jaar geleden riep toenmalig voorzitter Hans Spigt tevergeefs op de jeugdhulpplicht van gemeenten te verhogen van 18 naar 21 jaar. „We vinden nog steeds dat dit beter geregeld moet worden”, zegt een woordvoerder. „De Jeugdwet schiet hier nu tekort. We zien dat gemeenten steeds terughoudender zijn in het toekennen van verlengde jeugdhulp. Ook regelingen als de Wmo bieden geen alternatief. De tarieven zijn namelijk bij lange na niet toereikend om de hulp in te schakelen die deze jongeren nodig hebben.”

3Wat gebeurt er momenteel met jongeren na hun achttiende?

Volgens de steekproef van Het Vergeten Kind zou ongeveer een op de vijf jongeren die met 18 jaar de jeugdzorg verlaten (tijdelijk) een zwervend bestaan leiden. Om hoeveel jongeren het daadwerkelijk gaat is niet bekend, maar wel dat veel jonge dak- en thuislozen een jeugdzorgverleden hebben. Uit een onderzoek naar Amsterdamse zwerfjongeren uit 2012 bleek dat ruim 60 procent ooit in aanraking kwam met jeugdzorg.

Voor een betere overgang naar volwassenheid is de afgelopen jaren de Big Five-methode bedacht: vijf basisvoorwaarden die goed geregeld moeten zijn voordat jongeren op eigen benen kunnen staan. Hulpverleners kunnen zo bepalen wat bijna-volwassen jongeren nog nodig hebben: een dak boven hun hoofd, inkomen, school, werk of dagbesteding, een volwassene en een hulpverlener om op terug te vallen en inzicht in hun eigen welzijn.