Analyse

Comedyseries hebben het niet makkelijk in het streaming-tijdperk

Sitcoms Traditionele comedyseries zoals ‘That ’90s Show’ worden tegenwoordig minder vaak gemaakt. Hoe komt dat?

Scène uit de serie ‘Fuller House’.
Scène uit de serie ‘Fuller House’. Foto Michael Yarish/ Netflix

De lachband, lange tijd een vertrouwd onderdeel van comedyseries, werd een tijd geleden ten grave gedragen. En toch is de geforceerde lach zo nu en dan te horen in een nieuwe titel, zoals bij That ’90s Show op Netflix. Daar wordt de lach meer ingezet als nostalgisch element, zodat de serie dezelfde sfeer heeft als voorganger That ’70s Show. Eerder pakte deze aanpak voor Netflix succesvol uit met de reboot van de flauwe sitcom-hit Full House (1987-1995), genaamd Fuller House (2016-2020). De lach, van een bandje of van publiek in de studio, past bij de ietwat goedkope en oubollige status van Full House. In andere gevallen wordt de lachband vooral nog op ironische of cynische wijze ingezet, om te tonen hoe ouderwets en oubollig zo’n soort comedyserie is.

In Kevin Can F**k Himself is de lachband zelfs onderdeel van het verhaal. Deze serie mixt verschillende stijlen: hoofdpersonage Allison zit gevangen in een typisch Amerikaanse sitcom, inclusief lachband. Zodra haar vervelende man Kevin uit beeld verdwijnt, krijgt het de toon van een rauwere, tragikomische serie. Allison wil ontsnappen uit de ‘grappige’ wereld en overweegt zelfs haar man te vermoorden. Kevin Can F**k Himself kreeg een tweede seizoen om het verhaal af te ronden, maar werd niet meer dan een bescheiden cultsucces. De serie staat wel symbool voor de worsteling met het genre comedy in het streamingtijdperk.

Sitcoms als Friends en The Big Bang Theory liepen vele jaren en waren over het algemeen ook prima te volgen als je een paar afleveringen oversloeg: afleveringen van zo’n 20 minuten vertelden bijna altijd losse, afgeronde verhaaltjes. Toen de lachband verdween, namen veel series meer de mockumentary-stijl (nepdocumentaire) aan, zoals in The Office. En er zijn nog een aantal series die deze stijl erg goed beheersen. Een serie als Abbott Elementary, over een basisschool met geldproblemen, doet het erg goed, tegen de trends in. En het hilarische What We Do in the Shadows, over een aantal luie vampiers die samen in een verrot huis wonen, koppelt er een bovennatuurlijk aspect aan.

Lees ook: Comedyserie ‘That ’90s Show’ scoort hoog op de nostalgiemeter

Rode draad

Het kan dus nog wel, maar het wordt voor makers steeds lastiger om een meer traditionele comedy van de grond te krijgen. Want het bingemodel van Netflix, waarbij een heel seizoen van een serie in een keer op de streamingdienst verschijnt, is veel meer gericht op een rode draad die over het hele seizoen wordt gebracht. Dat past volgens comedyschrijver David H. Steinberg niet bij sitcoms. Hij bedacht No Good Nick, een Netflix-comedy die na één seizoen werd geschrapt. „Het bingemodel vereist dat je series maakt met langlopende verhalen”, zegt hij in een artikel van Business Insider. „Het moet cliffhangers hebben, zodat kijkers worden verleid om de volgende aflevering te kijken. Dat past niet per se bij comedy.”

Ook de serie Reboot, die gaat over een schrijfster die een oude sitcom nieuw leven wil inblazen, gaat over de worsteling met humor en tv-series. Een manager van een streamingdienst zegt in die serie dat humor „iets nieuws” voor haar is. En dat terwijl ze de leiding heeft over de comedy-afdeling.

In sommige moderne comedy’s valt niet altijd veel te lachen. Zo wordt de HBO-serie Barry, over een huurmoordenaar die acteur wil worden, bij prijzen zoals de Emmy’s in het genre ‘comedy’ geplaatst, terwijl ieder seizoen iets tragischer, gruwelijker en beklemmender wordt. Ontzettend goed gedaan, maar niet iets om ontspannen bij te giechelen.

Ondertussen staat het luchtige That ’90s Show sinds de lancering op 19 januari in de top 10 met bestbekeken Netflix-series. Maar voorlopig staan serieuze dramaserie als Fauda en Les Combattantes hoger in de lijst.