Reportage

In alle rust, met de ramen dicht, krijgen zij op latere leeftijd zwemles

Zwemles In Nederland is het vanzelfsprekend om als kind te leren zwemmen. Toch is niet iedereen als een vis in het water. Er gaan ook volwassenen op voor hun A-diploma.

Naomi van Toorn aan het werk in zwembad Hoogland.
Naomi van Toorn aan het werk in zwembad Hoogland. Foto Saskia van den Boom

In de wachtruimte van zwembad Hoogland bij Amersfoort bieden acht ramen uitzicht op het 25-meterbad. Maar op deze doordeweekse dag rond lunchtijd valt van het zwembad niets te zien. Donkerblauwe rolgordijnen bedekken het glas. Er is ook een tussendeur met een raam, maar daar staat aan de zwembadkant een mat tegenaan. In het bad is een zwemles voor volwassenen bezig, met alleen vrouwen. Zij willen duidelijk geen pottenkijkers.

Binnen bij het zwembad is het behaaglijk warm. Je hoort het geluid van spoelend water. Met behulp van gekleurde slurven (officiële naam: flexibeams) trekken zes vrouwen korte baantjes van de kant naar een rood-witte balletjeslijn en terug. Twee instructrices staan tussen hen in in het water. „Lang!”, roept een van hen. „Plak de benen, lang, lang, lang!”

Zwemles zit in Nederland in het collectieve geheugen. Wie herinnert zich niet het half zinkende watertrappelen, de eerste sprong in het diepe, het onder water door een gat zwemmen. Zwemlessen werden in het waterrijke Nederland al in de negentiende eeuw gegeven, vooral aan jongens. Na 1920 werd het vast onderdeel van gymnastiek op de basisschool. En ook al biedt volgens cijfers uit 2021 van het Mulier Instituut voor sportonderzoek nog maar een kwart van de basisscholen schoolzwemmen aan, Nederlanders leren in overgrote meerderheid nog altijd op jonge leeftijd zwemmen.

Dus zou bijna iedereen als een vis in het water moeten zijn. Maar zo is het toch niet helemaal. Directeur Jan Slagter van Omroep Max (68) kondigde afgelopen zomer aan op zwemles te gaan nadat hij bij het schoonspuiten van zijn boot in Loosdrecht in het water was gevallen. Een angstige ervaring, want hij kon niet zwemmen. Ook Marianne Maandonks (96) uit Eindhoven nam op latere leeftijd zwemles, in haar geval op haar 77ste. Het sloeg zo aan dat ze sindsdien aan wedstrijdzwemmen doet. Ze is de oudste wedstrijdzwemmer van het land.

De redenen dat volwassenen niet of niet goed kunnen zwemmen lopen uiteen. Maandonks had het als kind op het Brabantse platteland wel geleerd, maar het later als drukke middenstander nooit meer gedaan. Er zijn ook mensen met zulke slechte herinneringen aan hun zwemles dat ze het water de rest van hun leven mijden. „Als ik ‘haak’ roep onder 45-plussers beginnen sommigen al te trillen”, zegt manager en zweminstructeur Arnaud van den Berg van zwembad Hoogland, verwijzend naar de lange stok waarmee badmeesters kinderen vanaf de kant in de nek of bij de arm konden grijpen. Soms besluiten zij het veel later toch nog eens te proberen.

De bodem kwijt

Anderen hebben nooit leren zwemmen en willen graag samen met hun kinderen het water in kunnen. De kinderen van Min Li (28), zes en vier jaar, staan op de wachtlijst voor zwemles, zijzelf is vast begonnen. „Ik heb het altijd al willen leren”, zegt ze. „Waar wij woonden in China was geen zee, geen zwemwater.” Sinds acht jaar woont ze in Nederland. „Hier zie je overal water en mooie strandjes.”

Bij het kleine zwembad Hoogland krijgen op verschillende uren ongeveer vijftig volwassenen les, vrouwen en mannen gescheiden. Voor de lessen is een wachtlijst.

De meeste vrouwen dragen tijdens de les een badpak of bikini, een enkeling draagt een wetsuit en badmuts. Ook instructrices Dianne Ankone (51) en Naomi van Toorn (22) hebben een wetsuit aan, en watersokjes aan hun voeten. Anders krijgen ze het koud zeggen ze, zeker nu de watertemperatuur wegens de gasprijzen is bijgesteld van 30 naar 28 graden.

Beiden geven ook zwemles aan kinderen. De lesmethode is hetzelfde, maar toch is het heel anders, zeggen ze. Kinderen móéten op les, volwassenen willen zelf graag. Je kunt volwassenen meer uitleggen omdat ze meer weten. „Maar ze blijven langer bang”, zegt Ankone. Van Toorn: „En ze kunnen hun angst minder goed verwoorden. Kinderen zeggen: ik wil niet met mijn gezicht in het water want dan krijg ik water in mijn neus. Volwassenen zeggen: ik ben bang voor water.”

Mevrouw Latifah (54), sinds twee maanden op les, is grotendeels van haar watervrees af. Ze is ooit in Indonesië bijna verdronken, vertelt ze. Nota bene tijdens een zwemles. „Opeens was ik de bodem kwijt. Het was heel druk en de badmeesters hadden niets in de gaten. Gelukkig kon mijn vriendin mij vastpakken.”

Geen zwemles in Irak

Eman (44) heeft een vergelijkbare ervaring, maar dan in Nederland. Een jaar of tien geleden nam ze voor het eerst les. Het ging goed, tot ze naar het diepe ging. „Ik sprong in het water en ging meteen naar beneden. De juf heeft mij eruit gehaald.” Sindsdien is ze bang voor water, ook door associaties met vluchtelingen op wankele bootjes. „Ik ben zelf niet in een boot gevlucht maar ik zie wel die beelden voor me. Als ik in het water ga, denk ik aan hoe dat zou zijn, hoe die mensen zich voelen.”

Eman, die drie zoons heeft en met haar man een transportbedrijf runt, had vroeger nooit zwemles gehad. „In Irak gaan meisjes niet naar zwemles. Jongens ook niet, maar die oefenen in de rivier. In Irak ben je als meisje bang voor alles, je hoort altijd: doe dit niet, doe dat niet.” Autorijden durfde ze eerst ook niet. Uiteindelijk haalde ze in Nederland haar rijbewijs – met nul fouten op haar theorie-examen. „Dus ik kan het wel, als ik me ertoe zet. Daarom ben ik ook weer teruggegaan naar zwemles, ik moet gewoon door de angst heen.” (Eman en mevrouw Latifah willen niet met hun volledige naam in NRC, die is bij de redactie bekend.)

De vrouwen in zwembad Hoogland waarderen het dat hun zwemles alleen voor vrouwen is. Sommigen zeggen dat ze het anders niet zouden doen. „Ik draag geen hoofddoek maar ik ben niet gewend om een bikini of korte dingen te dragen waar mannen bij zijn”, zegt Eman. Ook vinden ze het prettig dat de ramen worden afgedekt. Het is een wens die het zwembad, onderdeel van het bedrijf SRO dat gemeentelijk vastgoed beheert en exploiteert, graag vervult. Manager Arnaud van den Berg: „De doelgroep is best groot, het loopt als een trein, waarom zou je er niet op inspelen? Een paar schermen laten zakken vind ik geen enkel probleem.” Bij het grotere SRO-zwembad Amerena in Amersfoort, geopend in 2018, werd er al rekening mee gehouden bij de bouw. „We hebben beweegbare schermen voor alle ramen”, zegt manager Sven Hoogeboom. „Met een druk op de knop is alles dicht.”

Foto Saskia van den Boom

Bij Amerena hebben honderd volwassenen zwemles in groepen van tien. De lessen op woensdagavond zijn voor vrouwen, die op donderdagavond gemengd. Deelnemers komen ook via het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA), dat zwemlessen vergoedt voor bewoners van asielzoekerscentra tot en met 35 jaar. De taal blijkt soms een probleem. Hoogeboom: „Sommigen spreken geen Engels en snappen ook niet de instructies die je voordoet.” De badjuffen van zwembad Hoogland komen er meestal wel uit, zeggen ze. Naomi van Toorn: „Ze gaan woorden herkennen, zoals ‘kikker open dicht’ of ‘hakken hakken tenen’. Als ze dat horen weten ze wat ze moeten doen.”

„Dames, jullie mogen even bij de kant komen”, zegt Naomi van Toorn halverwege de les. „Ik ga jullie iets vertellen over de schoolslag.” Ze beschrijft de armbeweging en zegt dat die vooral niet te groot moet zijn. „Bij kinderen noemen we het: een rondje voor je mondje.” Dianne Ankone zwemt een paar slagen voor. Van Toorn: „Op het moment dat jouw benen dicht zijn, zijn jouw armen ook weer lang. Dat noem je het uitdrijfmoment.” Een vrouw in citroengeel badpak heeft na de uitleg even de slag te pakken. Dan stokt ze en komt niet meer vooruit.

Gevoel voor water

Het is niet gemakkelijk op latere leeftijd te leren zwemmen. „Ik heb een paar mannen van tegen de dertig die geen gevoel voor water hebben”, zegt instructeur Arnaud van den Berg van zwembad Hoogland. „Het lukt ze niet om stuwkracht te ontwikkelen bij de beenslag. Ze hebben de conditie, de spierkracht, maar toch lukt het niet.” Wat bij volwassen beginners ook voorkomt, vertelt hij, is dat ze op de rug in het water liggen en niet weten hoe ze weer overeind moeten komen. „Soms kieperen ze over het drijfmiddel heen voorover. Ik moet echt uitleggen: neus naar je knieën, niet je hoofd naar achteren, en dan opstaan.”

Toch leren volwassenen sneller zwemmen dan kinderen, zegt hij. Staat er bij kinderen anderhalf jaar voor het halen van het A-diploma, volwassenen die niet al te bang zijn, doen dat in de helft van de tijd. „Door hun motivatie en hun betere motoriek – als het kwartje eenmaal gevallen is.” De diploma-eisen zijn gelijk. Veel volwassen cursisten willen door voor B, dat is in Hoogland niet altijd mogelijk. „We hebben beperkt personeel en geven voorrang aan mensen die nog geen diploma hebben.”

Eens vloog ik bij het waterskiën uit de bocht. Ik dacht: hoe kom ik nu weer bij de kant?

Harry Brouwer (69)

Harry Brouwer (69) uit Hoogezand in Groningen haalde eind vorig jaar zijn A-diploma en is bezig voor B. Hij werkt nog, als docent maatschappijleer op een middelbare school, en drinkt voor schooltijd vaak koffie met de conciërges. Daar liet hij eens vallen dat hij niet kon zwemmen. „Ze keken er erg van op. Of ik het niet wilde leren, vroegen ze.” Dat wilde hij eigenlijk wel. De vrouw van een van de conciërges bleek te werken in het zwembad naast de school. De conciërge regelde dat Brouwer in een tussenuur van haar privéles kreeg. „Een heel goede badjuf”, zegt Brouwer. „Ze ging met mij in gesprek over mijn angst. Ik zei: dat heb ik van kinds af. Gewoon bang om te verdrinken. Ze leerde me dat je erop kunt vertrouwen dat het water je draagt. Ik was heel blij verrast. Je kunt drijven zonder dat je iets doet, zolang je maar genoeg lucht in je longen hebt.”

Hij heeft zich er lang voor geschaamd dat hij niet kon zwemmen, zegt hij. Zijn zusjes konden het wel. Het liefst bracht hij het niet ter sprake. „Je denkt dat het belachelijk is. Een keer ben ik gaan waterskiën. Dat had ik in Canada ook eens gedaan met een zwemvest aan, dan blijf je wel drijven. Hier in Nederland droeg ik alleen een wetsuit. Op een gegeven moment vloog ik uit de bocht. Ik lag in het water en dacht: jeetje, hoe kom ik nu weer bij de kant?”

Nu hij kan zwemmen gaat er toch een wereld voor hem open. Zijn kleinkinderen, dolenthousiast, kunnen niet wachten om met hem naar een zwemparadijs te gaan. „En mijn vrouw en ik hebben een sloepje. Kan ik straks op een warme dag eindelijk eens zo van de boot in het water springen.”

Foto’s Saskia van den Boom