Reportage

Voetbal is in de Verenigde Staten voor even kijksport nummer drie

WK voetbal In voetbalcafé Banter in Brooklyn is het WK in Qatar op zes tv-schermen te volgen. Een uitzondering, want voor veel Amerikanen wordt enige uitleg over het spel nog altijd noodzakelijk geacht.

Het doelpunt van het Amerikaanse elftal tegen Wales op het WK wordt gevierd in een bar in New York. De foto is niet genomen in voetbalcafé Banter.
Het doelpunt van het Amerikaanse elftal tegen Wales op het WK wordt gevierd in een bar in New York. De foto is niet genomen in voetbalcafé Banter. Foto Brendan Mcdermid / Reuters

Ooooeeee!” Negende minuut, Josh Sargent kopt, raakt de paal en de klanten in bar Banter springen op en schreeuwen het uit. „Volgens mij vinden ze het nog spannender als-ie net naast gaat dan wanneer die erin zit”, grinnikt Chris Luquette, terwijl hij weer neerploft op de bank. De gitarist van bluegrassband Dirty Kitchen komt echt voor het voetbal deze middag, anders dan zijn moeder Kathleen die naast hem irish coffee met een rietje drinkt en het gewoon heel erg gezellig vindt.

Verenigde Staten tegen Wales op het WK, op zes schermen in dit voetbalcafé in Brooklyn, New York. Het is zo vol dat mensen aan de deur worden geweigerd als ze niet hebben gereserveerd. Buiten staat een groepje kleumende fans naar een naar de straat gekeerde tv te kijken – het is een gure vier graden. Is voetbal dan eindelijk doorgebroken in de VS?

Niet echt. Dat de tientallen bezoekers van Banter ‘U.S.A, U.S.A.’ scanderen als het nationaal elftal op 1-0 komt, is geen indicatie voor de populariteit van de sport. Vaderlandsliefde is een automatisme, Amerikanen scanderen de naam van hun land even gretig tijdens politieke bijeenkomsten. De portier van Banter verwees mensen zonder reservering naar de Jackbar even verderop in de straat. En dat café zat bij het begin van de wedstrijd (acht uur ’s avonds Nederlandse tijd, twee uur ’s middags in New York) maar halfvol.

Kortingsbon voor bananen

O, ze doen hun best de Amerikanen. The New York Times zette woensdag een voetbalfoto op de voorpagina (drie juichende Saoedische spelers na de winst tegen Argentinië). Buren in Washington gokken op de wedstrijden in een pooltje. „Ik zet al mijn geld op Italië”, schreef een Italiaanse expat in de bijbehorende appgroep – Italië heeft de eindronde niet gehaald. Presentator Stephen Colbert van The Late Show zei deze week dat hij world cup fever voelt. „Symptomen: beetje spierpijn, enthousiasme voor nul-nul gelijkspelen.” Daarna vertelde hij dat de FIFA een gele kaart zal uitdelen aan spelers die demonstratieve OneLove-bandjes dragen. „En een gele kaart is … slecht? goed? Is het een kortingsbon voor bananen? Geen idee, ik volg het spelletje niet.”

Banter is een uitzondering, een heus voetbalcafé. Onderin het urinoir staat een plastic doeltje en daarin een bal waar de straal op moet worden gericht. Op de gereserveerde tafels staan bordjes ‘FB1’, FB2’ enzovoort, speciaal voor footballfans, deze dag ook voor voetbalfans.

De bar werd twaalf jaar geleden geopend door een groepje eigenaren die inspeelden op de vraag van enkele Duitse buurtgenoten die samen naar voetbal wilden kijken, zegt mede-eigenaar Chris Teller. Door de jaren heen heeft hij de belangstelling niet enorm zien toenemen. In elk geval niet voor het voetbal van de Major League Soccer (MLS), al was de oprichting ervan in 1993 wel een boost voor de sport in de VS, volgens Teller. Als je goed kijkt naar de statistiek van ‘favoriete kijksporten’ volgens peilingsbureau Gallup, dan zie je inderdaad in 1994 een minuscuul piekje in de grafiek van voetbal: van 1 naar 2 procent. Dat was het jaar dat het WK voetbal in de VS werd georganiseerd – het gastland werd in de achtste finale uitgeschakeld door Brazilië, dat een ronde later het Nederlands elftal zou verslaan.

VS, Canada en Mexico

Het WK van 1994 kwam nog wat te vroeg. De Amerikaanse competitie stond vooral bekend als de plek waar spelers uit serieuze voetbalnaties voor een goed salaris konden uitrangeren – wat overigens nog steeds gebeurt. „De MLS wordt steeds beter van niveau”, zegt Chris Teller. Het aantal bezoekers van competitiewedstrijden ligt al jaren stabiel tussen de 21.000 à 22.000 gemiddeld per wedstrijd, meer dan in Nederland.

Teller kijkt al uit naar 2026, als de VS samen met Canada en Mexico het wereldkampioenschap zullen organiseren. Elf Amerikaanse steden, waaronder New York, drie Mexicaanse en twee Canadese ontvangen in de zomer liefst 48 deelnemende landenteams. „Bereid je maar vast voor op het grootste feest in Noord-Amerika’s voetbalgeschiedenis”, schreef de MLS in juni op zijn website. „Tegen die tijd moeten we extra terrasruimte zien te krijgen”, zegt Teller.

Voetbalfans in New York kijken eerder deze week naar de wedstrijd Verenigde Staten-Wales (1-1). De foto is niet genomen in voetbalcafé Banter.

Foto Brendan Mcdermid / Reuters

De kijksportstatistiek – bijgehouden tot 2018 – is intussen wel substantieel veranderd. Voetbal is als favoriete kijksport de onderste van de traditionele ‘grote drie’ genaderd. American football is voor ruim een derde van de Amerikanen de populairste sport. Basketbal heeft een piek van 16 procent gezien in de jaren negentig, toen Michael Jordan en andere grote sterren de sport domineerden, maar sluimert deze eeuw op 11 of 12 procent. Honkbal is gestaag in de belangstelling gedaald sinds de Tweede Wereldoorlog en is onder de 10 procent beland. Voetbal staat daar vlak onder: 7 procent, maar stijgend.

De sportkaternen van de Amerikaanse kranten weerspiegelen die hiërarchie. Nu staan foto’s van het WK voorop, maar de volgorde is nog altijd: 1. American football, 2. honkbal, 3. voetbal en, voor de duur van het voetbaltoernooi, 4. basketbal. In de meeste stukken over het WK wordt enige uitleg over het spel nog altijd noodzakelijk geacht.

Zachte pretzels

Bij de tweede helft van VS-Wales verslapt de aandacht danig. Er worden zachte pretzels besteld en praatjes aangeknoopt. „Kom jij hier vaker”, vraagt een jonge man aan de andere kant van tafel FB1 aan Chris Luquette. „Nee, jij?” „Eerste keer.”

Eigenaar Chris Teller zegt dat er twee, bijna volkomen gescheiden groepen voetballiefhebbers in zijn café komen: liefhebbers van de Amerikaanse competitie en evenementen zoals wereld- of Europese kampioenschappen en fans van de Engelse Premier League. „Er komen nog altijd meer klanten voor de Premier League.”

Mike Smith en Josh Adams zitten op krukken naast de ingang, Smith in het shirt van Forest Green Rovers uit Gloucestershire, een club uit de Engelse derde divisie. Quirky, zegt hij er zelf over, maf. Hij groeide op met honkbal op tv, collega’s op zijn werk brachten hem in aanraking met voetbal en dat is nooit meer weggegaan. Adams en hij kijken sinds 2002 samen naar WK-wedstrijden.

„Boooeee!” Het beeld valt uit op alle schermen, storinkje bij Fox Sports. Het is precies op tijd verholpen voor een geweldige redding van de Amerikaanse keeper. En op tijd voor de penalty van Welshman Gareth Bale. „Er zit een haar op deze sandwich”, zegt een jongen aan tafel FB2 tegen de ober. „Haal maar van de rekening af.”

Jordan Morris valt in bij de VS. „Hij staat op de achterkant van mijn shirt”, zegt Luquette, die uit Seattle komt, waar aanvaller Morris bij de Sounders speelt. Negen minuten blessuretijd wordt bijgeteld. „Genoeg tijd om te winnen, genoeg om te verliezen”, zegt Luquette. Maar geen van beide gebeurt. Het blijft 1-1 en de klanten van Banter applaudisseren voor hun nationaal elftal.