Opinie

De Onderwijsinspectie heeft niets te zoeken bij Bijbelstudie of Koranles

Informele scholen

Commentaar

Wat kinderen doordeweeks op school, tijdens de verplichte ‘burgerschapsles’ leren, wordt op zaterdag of zondag, op Koranscholen en in Bijbelklasjes, weer tegengesproken. Op vrijdag horen leerlingen dat iedereen in Nederland gelijk is, en elkaars seksuele geaardheid respecteert, en in het weekend dat homoseksualiteit een duivelse dwaling is en dat vrouwen er zijn om hun man te dienen.

Die tegenstrijdige boodschappen wil minister Dennis Wiersma (VVD, Onderwijs) minimaliseren. Hij schreef vrijdag aan de Tweede Kamer dat de Inspectie van het Onderwijs straks ook moet toezien op lessen gegeven buíten het onderwijs. Het zou betekenen dat tienduizenden organisaties – Koranscholen, Bijbelklasjes, culturele verenigingen – na een signaal over een misstand opeens inspecteurs van het onderwijs over de vloer kunnen krijgen. Onduidelijk is wát de minister precies verstaat onder ‘ondemocratische’ les.

Inlichtingendienst AIVD heeft daar wel een mening over: die waarschuwde in 2019 voor het naschoolse islamitische onderwijs, waar steeds meer „onverdraagzame en anti-democratische” boodschappen worden verkondigd. „Op de lange termijn kan dit de sociale cohesie onder druk zetten en daarmee de democratische rechtsorde ondergraven”, meldde de dienst in haar jaarverslag.

Eén goed antwoord op die ontwikkeling is dus ‘burgerschapsles’, dat al vijf jaar wordt gegeven op het mbo, en vorig jaar ook op basisscholen en middelbare scholen verplicht werd. Leerlingen leren er nadenken over de democratie en de inherente gelijkheid, vrijheden, verdraagzaamheid, rechten en plichten. Scholen nemen die nieuwe taak serieus, omdat zij ook zien dat veel onderwerpen in de klas – van seksuele oriëntatie tot vaccinaties – soms tot heftige discussies leiden. „Ontwikkelingen als polarisatie en radicalisering onderstrepen het belang van het bijbrengen van deze vaardigheden”, schrijft de VO-raad, het bestuursorgaan van middelbare scholen over zogeheten ‘burgerschapsvaardigheden’.

De inspectie krijgt steeds meer taken toebedeeld. Ze houdt wettelijk toezicht op didactiek en resultaten op scholen. Maar de inspectie moet óók sneller ingrijpen als scholen ondemocratische lessen geven of vrouwen en homoseksuelen discrimineren, adviseerde de Onderwijsraad vorig jaar aan de minister. Want de grondwettelijke vrijheid van onderwijs is een groot goed, maar hij moet juist daarom ook worden begrensd, vindt de Raad. Alle scholen, ook reformatorische en islamitische, moeten volgens de Onderwijsraad kinderen onderwijzen dat man en vrouw gelijk zijn, dat homoseksualiteit geaccepteerd is en dat het kind in zijn leven „eigenzinnige keuzes” mag maken. De inspectie moet „niet te terughoudend zijn bij het bezoek aan scholen en alle lesstof bekijken”.

Het zijn begrijpelijke pogingen van de overheid om enig grip te krijgen op de stof die kinderen in een steeds diversere en gepolariseerde samenleving aangeboden krijgen. Of die informatie in elk geval te leren wegen. Kinderen en zeker tieners kijken niet meer vooral naar de NOS.

Maar het gaat te ver om de Inspectie af te sturen op buitenschoolse lessen, in de vrije tijd van kinderen. Die lessen worden niet betaald door de overheid en die moet zich er ook buiten houden, tenzij er strafbare dingen gebeuren. De Inspectie daarop afsturen druist in tegen het grondwettelijke recht op vrijheid van religie en levensovertuiging.