Bas Dunnebier met puzzelmakers Bob en Alice.

Foto Frank Ruiter

Zij maken de beruchte AIVD Kerstpuzzel: ‘Hij mág niet door iedereen op te lossen zijn’

InterviewBas Dunnebier (50) leidt bij de AIVD de afdeling waar de beruchte Kerstpuzzel onder valt; Alice en Bob zijn puzzelmakers. „Als alle opgaven minimaal één keer zijn opgelost en als niemand alles heeft, is-ie perfect!”

De Nederlandse geheime dienst, de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD), zet sinds 2011 jaarlijks tussen Sinterklaas en Kerst de gruwelijk moeilijke AIVD Kerstpuzzel online. Iedereen mag proberen die op te lossen (wat bijna niet te doen is). Maar wie ontwérpt die AIVD Kerstpuzzel eigenlijk? Ja, dat mogen we natuurlijk niet weten, want dat zijn mensen van de geheime dienst.

Dat de puzzelmakers bij het Nationaal Bureau voor Verbindingsbeveiliging van de AIVD werken, is wél bekend, dat staat bij de Kerstpuzzel op de site. Dat bureau beveiligt staatsgeheimen. Bij navraag blijkt daarbinnen de Unit Weerbaarheid verantwoordelijk voor de puzzel, en wat een geluk, aan het hoofd daarvan staat één van de heel weinige AIVD’ers die vanuit hun functie in de media mogen komen: Bas Dunnebier (zijn echte naam). Hij heeft vier van de negen huidige Kerstpuzzelmakers onder zich.

Dunnebier is heel enthousiast over de beruchtste puzzel van Nederland: iets positiefs waar de AIVD nou eens wél mee naar buiten kan treden. Hij doet graag dit interview. Alleen: hij is zelf noch puzzelmaker, noch fanatiek oplosser. „Ik doe stukjes ervan”, zegt hij. „Ik heb niet het geduld om er de weken voor te gaan zitten die je ervoor nodig hebt.”

Dus wat fijn dat een paar dagen voor het interview een mailtje meldt dat er twee puzzelmakers zullen aanschuiven. Alice en Bob heten ze, volgens de mail. Maar ze zullen bij de AIVD toch niet denken dat ik dat geloof. Alice en Bob zijn de symbolische namen die in de cryptografie, de informatieversleutelingswetenschap, worden gebruikt om niet persoon A en persoon B te hoeven schrijven. Het zijn schuilnamen, helemaal in Kerstpuzzel-stijl.

De AIVD Kerstpuzzel telt jaarlijks tussen de twintig en veertig vreselijk frustrerende opgaven met deelopgaven, gebaseerd op allerlei soorten versleuteling, codes, wiskunde, associatieve taalkronkels, in tekeningen verstopte informatie en een snufje populaire cultuur. Eén opgave oplossen kost uren tot weken, maar áls het lukt krijg je er een geluksgevoel voor terug dat vele malen groter is dan wat de supermarktreclames in december aan welbehagen beloven. Ik maakte het zelf vorig jaar voor het eerst mee, bij opgave zes (‘Welk getal komt op het vraagteken? 4.5, 0.5, 2, 18, 0.5625, 20.25, 10.125, 364.5, 182.25, 6561, 2916, 1458, 648, 324, 144, ?’).

De meeste opgaven zijn veel omvangrijker en er staat lang niet altijd bij wat de bedoeling is. In opgave 25 (louter een tekening van negen zonnebloemen die op grote en kleine punten van elkaar verschillen) strandde ik bijvoorbeeld volledig. Vaak gaan opgaven in stapjes en blijk je nog lang niet bij de oplossing te zijn als je een deel ervan hebt gekraakt. In sommige zitten hints die met het thema van het jaar te maken hebben, een thema dat je ook moet zien te raden. Sinds 2019 is er een iets makkelijkere en kleinere junior-editie van de Kerstpuzzel, met meer uitleg en met verwijzingen naar kinder- en jeugdcultuur, voor thuis én in de klas.

Overal kan iets achter zitten, alles kan iets betekenen

Pinguïnkersttruien

Alleen al denken aan de Kerstpuzzel roept alertheid en een prettig soort wantrouwen op: overal kan iets achter zitten, alles kan iets betekenen. Die stemming past goed bij een bezoekje aan het kolossale gebouw van de AIVD in Zoetermeer, waar het al een puzzel is om de ingang te vinden, maar dat heb ik bij veel gebouwen. Alles moet bij de ingang door de scanner: tassen, jassen, camera’s, wijzelf en de ruim twee meter lange opgerolde backdrop die de fotograaf als achtergrond gebruikt maar waar je desgewenst prima een lijk in zou kunnen vervoeren. Telefoons moeten in een kluisje. De woordvoerster neemt ons mee naar een verdieping die officieel begane grond heet, maar een etage lager zit dan de ingang.

In een kleine vergaderruimte staat een schaal vegetarisch belegde broodjes klaar, een schaal fruit en kannen met melk, thee, koffie en drie soorten sap in stoplichtkleuren. Tegenover me: Dunnebier in pak, Alice en Bob met pinguïnkersttruien aan. Ik mag niet opschrijven hoe Alice en Bob er verder uitzien of hoe oud ze zijn (al zegt Bob dat ik hem met een leeftijdsschatting niet zou beledigen). Ik leg mijn vijftien jaar oude opnameapparaatje op tafel. Ik moest het speciaal aanmelden en het is nogal wat dat het mee mocht. Dunnebier, onderkoeld: „We houden hier niet zo van opnameapparatuur.”

Het gesprek verloopt zo nerdy opgewekt dat het ruim een uur lang lijkt of er niets leukers bestaat dan tijdens kantooruren het land beveiligen en in je vrije tijd ingewikkelde puzzels ontwerpen. Ja, de puzzelmakers doen dat in hun vrije tijd, Alice voor het vierde jaar en Bob al een jaar of tien.

Personeel werven

Alice was eerst jarenlang fanatiek oplosser, zoals veel collega’s. „Toen begon het bij mij te borrelen dat ik wel aan de andere kant zou willen staan. Ik dacht ook: dan heb ik in december meer tijd.” Oplospogingen vréten vrije tijd. „Maar nu kost het me vanaf de zomervakantie tot-ie uitkomt wekelijks wel twee, drie avonden.” En dan komt in januari en februari het nakijken nog, ook een klus. „Je moet veel individueel bekijken, want soms hebben mensen heel inventieve gedachten gehad, waar je bonuspunten voor wilt kunnen geven.”

„In december krijgen we trouwens nog een hoop mail”, zegt Bob. „Bijvoorbeeld over typefouten die er expres inzitten.” Als hint of onderdeel van de puzzel. De puzzelmakers beantwoorden alle mails. „Vaak wel met de standaardmail dat de puzzel niet wordt aangepast. We willen geen onbedoelde hints geven.”

Tijdens het gesprek maakt Bob aantekeningen van wat er op tafel staat. Omdat we bij de AIVD op kantoor lunchen, krijg ik geen bonnetje; Bob maakt een puzzel voor op de plek bij dit Lunchinterview waar anders ‘de rekening’ staat. „Puzzelmaken is echt een hobby”, zegt hij tevreden.

Wie die hobby ook wil, zal moeten solliciteren, want het hardnekkige gerucht dat de AIVD de Kerstpuzzel gebruikt om nieuw slim personeel te werven klopt niet. De honderden inzenders per jaar (alleen of in teams van maximaal vier) dingen simpelweg mee naar een beker. „Een mok, eigenlijk”, zegt Alice. „Met een puzzel van het afgelopen jaar erop en daar zit dan een extra puzzel in waarin de naam van de winnaar of het team is gecodeerd.”

Winnaars mogen bij de AIVD langskomen voor de prijsuitreiking

Winnaars mogen langskomen voor de prijsuitreiking. „Dan trekken we midden in het jaar kersttruien aan en versieren we een ruimte met kerstdecoratie.” Vorig jaar won een team de ‘volwassen’ puzzel en een twaalfjarige jongen de junioreditie. „En de twee jaar ervoor heeft hetzelfde meisje gewonnen”, zegt Alice. Dat meisje is nu te oud voor de juniorprijs: boven de vijftien mag je wel proberen die editie op te lossen, maar je komt niet in de ranglijst.

In 2005 was er voor het eerst een AIVD Kerstpuzzel, maar die was niet openbaar. „Het begon als een challenge voor collega’s onderling”, zegt Bob. „Eén persoon maakte een puzzel, de rest probeerde hem op te lossen.” De vorm was toen ook anders, vertelt Alice: „Je had zes of zeven opgaven met versleutelde tekst. Elke uitkomst was een hint voor de volgende opgave. Wie het eerst de eindstreep haalde, won.” Ze puzzelden nachten achter elkaar. „Op een gegeven moment gingen we de puzzel delen met partners van buiten, van TNO, Defensie of universiteiten. En toen we bedachten dat het leuk zou zijn om hem te publiceren, wilden we ook een andere opzet. Zodat je niet meer ergens vast kunt komen te zitten.” Lachend: „Je kunt nu in elke opgave vast komen te zitten.” „Maar het is niet meer zo”, zegt Bob, „dat je één stap niet hebt en daarna niks meer kunt. Veel puzzelaars doen alleen de opgaven waarvan de bedoeling precies duidelijk is.”

De puzzelmakers testen elkaars opgaven vóór publicatie van de puzzel. „Dan kan best dat de een er wel uitkomt en de ander niet, of gedeeltelijk”, zegt Bob. „Afhankelijk van of je een makkelijke of moeilijke opgave wil, pas je hem dan aan of niet.” „Daar zijn ze héél druk mee”, zegt Dunnebier. „De AIVD Kerstpuzzel mág niet voor iedereen oplosbaar zijn, maar hij mag ook niet zo moeilijk zijn dat niemand het kan.” „We zijn heel blij”, zegt Alice, „als alle opgaven door minimaal één persoon of team zijn opgelost, maar dat niemand alles heeft.” Bob: „Dan is-ie perfect!”

En nee, dat lukt niet altijd. „We hebben jaren gehad”, zegt Bob, „dat één of twee opgaven door niemand opgelost waren, maar ook jaren dat een stuk of tien teams alles hadden opgelost.”

Boze krachten

De puzzelmakers kunnen niet altijd voorspellen hoe hun opgaven landen. „In 2018 hadden twee of drie groepen 7 en 8 basisschoolleerlingen een aantal opgaven opgelost”, zegt Bob bewonderend. Plusklassen, voor hoogbegaafde leerlingen, en met de hele klas als team, maar toch. „Echt mega-gaaf!” Het was mede aanleiding om in 2019 met de juniorpuzzel te beginnen; Alice wilde toen ook graag meer jongere mensen het geluksmoment van een opgeloste opgave leren ervaren.

Kan het eigenlijk gebeuren dat boze krachten in de samenleving aan de Kerstpuzzel zien met welke soorten versleuteling de AIVD bezig is? Daar moet Alice hard om lachen: „Nee!” „Het zijn allemaal erg antieke cryptosystemen”, zegt Bob. „Manieren van versleutelen die al honderd of tweehonderd of duizend jaar geleden gekraakt zijn. We proberen weleens iets recenters, maar het is moeilijk om dat op een leuke manier puzzelbaar te krijgen zonder dat je bijvoorbeeld een pagina vol enen en nullen krijgt, waar mensen mee moeten gaan programmeren.”

„Alles wat niet te kraken is, wat we nu in het echt gebruiken, kun je sowieso niet in een puzzel stoppen”, zegt Alice. „Het idee van een puzzel is dat die te kraken moet zijn. Daarom kun je ook niet zeggen: je bent een goede cryptoloog voor de AIVD als je de Kerstpuzzel weet op te lossen. Het zou je een heel goede cryptoloog maken in 1700, dat wel.”

En is er een situatie denkbaar waarin de landelijke veiligheid niet zou toestaan dat er een Kerstpuzzel uitkwam, omdat iedereen moet overwerken? Dat denken ze alle drie eigenlijk niet. „Alleen bij een groot incident, bijvoorbeeld een grote hack, moeten we opschalen”, zegt Dunnebier. „Maar cryptologen als Alice en Bob hebben daar eigenlijk geen rol in. Die zijn bezig met de cryptoproducten die over een paar jaar nodig zijn.” Dus de Kerstpuzzel komt altijd uit – zolang de makers hun goede humeur bewaren. „Bij de AIVD vinden we de Kerstpuzzel belangrijk, maar we zijn volkomen afhankelijk van de puzzelmakers”, zegt Dunnebier. „Die moeten er lol in hebben.”

De AIVD Kerstpuzzel 2022 staat nog niet online, maar wie wil kan oefenen met de edities 2011-2021, daar staan de antwoorden bij.