Pronkkast van de ‘Rembrandt der meubelmakers’ in het Rijks

Herman Doomer Het Rijksmuseum kocht een tweede pronkkast van Herman Doomer. Conservator Reinier Baarsen legt uit waarom.

De kast uit 1632 gemaakt door Herman Doomer.
De kast uit 1632 gemaakt door Herman Doomer. Foto Rijksmuseum

Een pronkkast? Nee, zegt Reinier Baarsen, conservator meubelen bij het Rijksmuseum. „Dit is geen gewoon gebruiksmeubel maar een kunstwerk, een kunstwerk van de Rembrandt van de meubelmakerskunst.”

In het restauratie-atelier van het museum staat Baarsen voor een twee meter hoge kast van glanzend zwart ebbenhout, versierd met gestoken figuren en ingelegde paarlemoeren tulpen met vlinders en libellen.

De vergelijking met Rembrandt klinkt misschien wat suf, zegt Baarsen, maar de maker van de kast, Herman Doomer (ca. 1595-1650), verdient die vergelijking volgens hem beslist. „Doomer was in de zeventiende eeuw de belangrijkste meubelmaker van ons land. Een vakman die op zijn terrein net zo’n vernieuwer was als Rembrandt. Ook Doomer heeft de kunst in Amsterdam op een hoger niveau gebracht.” Rembrandt was bovendien een bewonderaar van Doomers werk, zegt de conservator. In 1640 schilderde hij portretten van de meubelmaker en zijn vrouw.

De kast uit 1632 gemaakt door Herman Doomer. Foto Rijksmuseum

Na een tweeënhalf jaar durende restauratie presenteert het Rijksmuseum de nieuw verworven kast vanaf vrijdag op de Eregalerij, in de buurt dus van Het melkmeisje en de Nachtwacht. Opmerkelijk is dat de uit 1632 daterende kast getoond wordt samen met een vergelijkbare pronkkast van Doomer die het museum in 1975 verwierf. Diverse van zijn collega’s, vertelt Baarsen, vroegen zich hardop af waarom het museum nóg zo’n grote en kostbare Doomer kast moest verwerven. „Bij schilders vinden we het heel gewoon om met diverse kunstwerken hun ontwikkeling te tonen. Dat kan het museum nu ook met Doomer. De nieuwe aankoop is vermoedelijk zijn eerste meesterwerk. Je ziet aan de kast af hoe hij zocht naar een nieuwe stijl. Het onderste deel is nog vrij traditioneel. In het bovenste deel introduceert hij barokke vernieuwing, zoals waaiervormen in de panelen en gedraaide zuilen. Ik ken geen tweede oud meubel in de wereld met zo’n ontwikkeling.”

De kast die het Rijksmuseum al bezat dateert van een paar jaar later en is nog uitbundiger. Baarsen: „Daar is de barok geheel doorgedrongen en introduceert Doomer kwab-elementen.”

Foto Rijksmuseum

Privébezit

De nieuwe aankoop bevond zich eeuwenlang onopgemerkt in privébezit. Tot kunstconsultant Johan Bosch van Rosenthal het verzoek kreeg om een antieke kast voor de verzekering te taxeren. Toen hij zich meldde bij een kinderloze vrouw in een twee-onder-een-kapwoning bij Den Haag vielen de ogen uit zijn hoofd. Hij zag de datering, ‘ANNO 1632’, prominent ingelegd in de bovenste plint, en besefte onmiddellijk hoe bijzonder het meubel was. „Ontegenzeglijk Doomer, signed all over, zoals Amerikanen zeggen.”

De overgrootvader van de vrouw, de Rotterdamse uroloog Pieter van Bijsterveld (voortlevend in de Bargoense uitdrukking ‘loop met je pis naar Bijsterveld’) kocht de kast op een veiling. Na een aantal jaren besloot de vrouw de kast met hulp van Bosch van Rosenthal te verkopen. Over de aankoopprijs wil Baarsen alleen zeggen dat die „marktconform” is. Gezien de enorme veilingprijzen van kleiner Doomer-werkstukken moet dat dan een bedrag met zeven cijfers zijn. Bosch van Rosenthal wil alleen kwijt dat de verkoopster een deel van het aankoopbedrag heeft geschonken.

Foto Rijksmuseum

De twee Doomer-kasten staan tot 14 maart naast elkaar op de Eregalerij. Eén keer per maand, steeds op de eerste donderdag om 16 uur, zullen de meubelrestauratoren van het museum het restauratieproces toelichten. Voor liefhebbers is dat een belevenis, want bij die gelegenheden zal ook de binnenkant van de aangekochte kast worden getoond. Naast diverse geheime compartimenten kan de bezoeker zich dan verbazen over een spiegelpaleisje en de marquetterie in de wanden en laden, vernuftig inlegwerk met diverse tropische houtsoorten. Baarsen: „Zo’n kast is nog altijd een wonder van vakmanschap. Maar stel je eens voor hoe dat 400 jaar geleden was: bij kaarslicht in een mooi grachtenpand.”

Lees ook: ‘Veilinghuizen vinden me een pain in the ass’