Reportage

In Babylon voel je ‘de aanwezigheid van de oude koningen’. En van Saddam Hussein

Babylon De opgravingen in Babylon zijn altijd een speelbal van de geschiedenis geweest. Europeanen hebben het leeggeroofd en Saddam Hussein zag het als symbool van zijn macht.

De leeuw van Babylon
De leeuw van Babylon Foto Felix Friebe

Makki Mohammed zit in de troonzaal van Babylon. Iedere ochtend kijkt hij hier naar de zonsopgang. Terwijl de eerste zonnestralen over de paleismuren glijden, beeldt hij zich graag in hoe koning Nebukadnezar II hier 2600 jaar geleden het Babylonische Rijk bestuurde. Of hoe Alexander de Grote op deze plek in 323 voor Christus zijn laatste adem uitblies.

„Als ik hier zit, voel ik macht”, zegt Mohammed, een 56-jarige Irakees met volle snor en een zwart petje. „In Irak hebben we veel problemen, maar hier voel je de aanwezigheid van de oude koningen. Daar word ik rustig van.”

Mohammed werkt al dertig jaar als gids in Babylon, 80 kilometer ten zuiden van Bagdad. Op een vroege ochtend in september, voordat het te heet wordt, geeft hij een rondleiding langs de opgravingen. Er zijn vrijwel geen andere bezoekers. Mohammed vertelt aan één stuk door over de processieweg van de Babylonische koningen, de reliëfs van stier- en draakvormige goden en de gigantische paleismuren die zo ontworpen zijn dat boogschutters een naderende vijand ongezien konden neerschieten. Om de zoveel tijd staat hij stil en ademt hij diep in. „Voel je die geschiedenis?”, vraagt hij. „Ik word daar emotioneel van. Als ik een dag niet in Babylon kom, word ik ziek. Mijn vrouw zegt dat ik zelfs rondleidingen geef in mijn slaap.”

Makki Mohammed, de gids van Babylon. Foto Melvyn Ingleby

Hangende tuinen

De opgravingen in Babylon stammen uit de tijd van het Nieuw-Babylonische Rijk (626-539 v.Chr.). Vrijwel alle constructies zijn het werk van koning Nebukadnezar II, onder meer geroemd voor de bouw van de legendarische Hangende tuinen van Babylon, een van de zeven wereldwonderen (waar niets meer van over is). Babylon telde destijds tot wel 200.000 inwoners en was volgens sommige archeologen de grootste stad ter wereld. De restanten van het Oud-Babylonische Rijk (ca. 1760-1595 v.Chr.) liggen veel dieper onder de grond en zijn nooit opgegraven. In de eeuwen daartussen werd Babylon ingenomen door achtereenvolgens de Hittieten, Kassieten en Assyriërs.

De Britten en Fransen begonnen Babylon in de negentiende eeuw leeg te roven. Veel kunstvoorwerpen belandden zo in het British Museum en het Louvre, een ander deel zonk naar de bodem van de Tigris-rivier toen in 1855 een konvooi schepen met vondsten werd aangevallen door lokale bandieten. De Duitsers gingen zorgvuldiger te werk en ondernamen tussen 1899 en 1917 de eerste wetenschappelijke opgraving van Babylon, maar ook zij namen de buit mee. Zo werd de beroemde blauw geglazuurde Isjtar-poort van koning Nebukadnezar integraal ingepakt, verscheept naar Berlijn en weer opgebouwd in het Pergamon-museum.

Replica van de Isjtar-poortvan Nebukadnezar. Het origineel is in het Berlijnse Pergamon-museum

EPA/Spc Katherine M Roth/HO

Saddam Hussein

Wat er tegenwoordig in Babylon te zien is, is vooral het werk van Saddam Hussein. De Iraakse dictator zag zichzelf graag als moderne Nebukadnezar en liet de paleismuren van zijn Babylonische ‘voorganger’ in de jaren 1980 volledig herbouwen. Net als Nebukadnezar liet Saddam zijn naam graveren in de bouwstenen. „Dit is gebouwd door Saddam, de zoon van Nebukadnezar, voor de glorie van Irak”, valt te lezen op een van de stenen.

Ook knalde Saddam een eigen paleis neer op een heuvel met uitzicht over het oude Babylon. Mohammed woonde destijds met zijn familie in een dorpje op die heuvel en moest plaatsmaken. „We zijn netjes gecompenseerd”, zegt de gids. „Ik heb Saddam destijds mogen ontmoeten. Natuurlijk was ik wel een beetje bang toen ik hem de hand schudde, maar hij lachte en gaf cadeautjes. We hebben een nieuw huis in de buurt gekregen.”

Het paleis is nu verlaten en geopend voor bezoekers. Mohammed draaft vrolijk langs Saddams slaapvertrek en jacuzzi. „Saddam hield van luxe”, zegt hij. Het plafond van de troonzaal is versierd met een kitscherige muurschildering waarop de Babylonische goden, Nebukadnezars Isjtar-poort én Saddams televisiemast in Bagdad naast elkaar zijn afgebeeld. Op de vloer ligt kattenpoep.

Amerikaanse bezetters

Na de invasie van Irak in 2003 gebruikten de Amerikanen Babylon als militaire basis. Er stonden tanks naast de opgravingen en soldaten speelden basketbal in Saddams troonzaal, vertelt Mohammed. Op de muren van het paleis zijn naast liefdesverklaringen van Iraakse stelletjes nog altijd teksten van de Amerikaanse bezetter te vinden: ‘geen kip, tonijn, sardientjes of lichamelijke sappen in de prullenbak dumpen!’

Mohammed heeft geen goede ervaringen met de Amerikanen. Hij vertelt dat hij in het voorjaar van 2003 een vrouwelijke soldaat betrapte op het stelen van tabletten met Babylonisch spijkerschrift die tussen de opgravingen lagen. „Ik zei tegen haar: dit is onze geschiedenis, blijf ervan af”, zegt Mohammed. „De dag daarna hebben ze me opgepakt. Ik zat weken in de gevangenis en ben mishandeld, alleen maar omdat ik van Babylon houd.”

De Amerikaans-Britse invasie leidde tot de opkomst van de Iraakse tak van Al-Qaeda. Een deel van die strijders ging later op in de terreurgroep Islamitische Staat en veroverde in 2014 grote delen van Irak. Mohammed zag met afgrijzen hoe IS-strijders Assyrische kunstschatten in het museum van Mosul aan stukken sloegen en vreesde dat Babylon hun volgende doelwit zou zijn. Zover kwam IS niet, maar archeologen en toeristen bleven jarenlang weg.

Daar komt nu langzaam verandering in. Vanwege de relatieve (maar fragiele) rust in Irak en de recente afschaffing van de visumplicht voor reizigers uit veel landen (waaronder Nederland), ziet Mohammed steeds meer buitenlandse toeristen in Babylon. Vorig jaar waren het er 632, dit jaar 1.163. Toch is 97 procent van de bezoekers nog altijd Irakees. „Helaas denken veel buitenlanders nog steeds dat Irak een oorlogsgebied is”, zegt Mohammed. „Daarom probeer ik onze gasten altijd te laten zien dat ze hier welkom en veilig zijn. Vorig jaar heb ik 22 Duitsers bij mij thuis uitgenodigd voor de lunch!”

IS-schade

Naast toeristen keren ook buitenlandse archeologen terug. Zo is een Frans-Iraaks team van twintig archeologen al drie jaar bezig met grote opgravingen in Larsa, een Mesopotamische stad die in 1763 v.Chr. veroverd werd door de oud-Babylonische koning Hammurabi. En afgelopen maand nog ontdekte een Iraaks-Amerikaans team 2.700 jaar oude Assyrische reliëfs in Nineve, waar de archeologen bezig waren de door IS aangerichte schade te herstellen.

In Babylon doen de archeologen vooralsnog alleen aan conservering, vertelt Ammar al-Taee, een 32-jarige Iraakse archeoloog die samen met collega’s uit Irak, de VS en Europa in Babylon werkt. Hij staat in de tempel van Ninmakh, een stenen constructie die door Saddam herbouwd werd maar vanwege de slechte kwaliteit van het destijds gebruikte bouwmateriaal en nadelige weersomstandigheden deels dreigt in te storten.

Taee maakt daarom nieuwe bakstenen door stro en klei in de perfecte verhoudingen met elkaar te vermengen. „Zo deden de Babyloniërs het ook.”

Hooguit 5 procent van Babylon is opgegraven, vertelt Taee, die een masteropleiding archeologie in Bagdad deed. „De tabletten in spijkerschrift vertellen ons dat er veel meer te ontdekken valt. Ze spreken over meer dan honderd tempels, terwijl er nog maar drie zijn opgegraven”, zegt hij. „Maar wat je opgraaft, moet je conserveren. Zolang daar niet genoeg geld voor is, laten we iets liever onder de grond. Daar is het tenminste veilig.”

De jonge archeoloog hoopt volgend jaar een promotieonderzoek te beginnen aan het University College London. De archeologiefaculteit heeft hem al aangenomen, vertelt hij, al moet hij wel nog zijn toets Engels halen. Ook heeft hij een reis naar Berlijn gepland. „Zodra ik land, ga ik meteen naar het Pergamon-museum”, zegt Taee. „Dan kan ik eindelijk de Isjtar-poort zien.”

Kitscherige replica

Duitse projectontwikkelaars dingen mee naar een contract om het paleis van Saddam Hussein om te toveren tot een museum, weet gids Mohammed te vertellen. De plannen voor de make-over werden eerder dit jaar aangekondigd door het Iraakse ministerie van Cultuur. „Ze hebben er 10 miljard Iraakse dinar (bijna 7 miljoen euro) voor ter beschikking gesteld! Het moet het mooiste museum van het Midden-Oosten worden.”

Maar of Duitsland de Isjtar-poort en andere kopstukken ooit aan Irak zal teruggeven, is zeer de vraag. Bagdad deed meerdere verzoeken, Berlijn gaf nooit thuis. En dus zal Babylon het moeten doen met de kitscherige replica die hier in de jaren vijftig werd neergezet voor de ingang van een nooit afgerond museum.

Mohammed lijkt het niet zo erg te vinden. „Ik ben wel blij dat de Isjtar-poort in Duitsland staat”, zegt hij. „Ik heb zelf gezien dat ze er goed voor zorgen. En er zijn daar veel meer toeristen dan hier. Waar het mij om gaat, is dat al die mensen zien dat Irak een grootse geschiedenis heeft.”