„De verdachte mag weten hoe we ons voelen”, aldus Tom en Kitty Freriks.

Foto Bram Patraeus

Interview

‘Het was geen ongeluk’, zeggen Tom en Kitty over de dood van hun zoon Bram

Kitty en Tom Freriks | Nabestaanden De knal van een klaphamer werd hun zoon Bram bijna een jaar geleden fataal. Zijn ouders bereiden zich voor op de rechtszaak, aankomende vrijdag.

Tom Freriks gaat iedere avond rond bedtijd eerst naar de kamer van zijn zoon Bram. Om de deken recht te trekken en hem weltrusten te zeggen, net als vroeger. In de ochtend heeft Kitty Freriks háár moment. Luiken open, raam open. Net als toen Bram er nog was.

De kamer is nagenoeg hetzelfde gebleven. Een blauwe muur, een simpel eenpersoonsbed, miniaturen van de raceauto van Max Verstappen op een plank. Alleen de rondslingerende kleren ontbreken. Als Tom en Kitty in de slaapkamer van Bram komen, voelt alles normaal. Op die plek kunnen ze hun hersenen heel even misleiden.

Op 31 december 2021 overleed Bram Freriks op 12-jarige leeftijd, nadat hij werd geraakt door de metalen scherven van een klaphamer. Deze vrijdag dient de rechtszaak.

In het gezin Freriks rouwt iedereen op zijn eigen manier, vertelt Tom aan hun keukentafel in het Twentse dorp Haaksbergen. „Je hebt een man, een vrouw, een kind.” Jesse, Brams jongere broertje, was de weken nadat het gebeurde heel erg in zichzelf gekeerd. Hij zat alleen maar op zijn telefoon. „Nu gaat het beter, want hij heeft twee keer in de week therapie.”

Op het wandmeubel staat Jesse’s herinneringenpot met volgeschreven briefjes, want Jesse was bang dat hij alles over zijn broer zou vergeten. „Hij wil er niet over praten, en als je er te lang over praat, vlucht hij naar boven, naar buiten, of hij wordt heel boos”, zegt Tom. „Zijn hele zekerheid van wat er kan gebeuren is weg.” Daarom staat er op tafel nu een whiteboard, waarop de drie gezinsleden schrijven wat ze die dag gaan doen.

„Ik heb het idee dat jij in je werk probeert te vluchten zodat je er niet aan hoeft te denken”, zegt Kitty tegen Tom, die bij een grote online drukkerij werkt.

„Ik wil niet constant bij die emotie komen.”

Kitty: „Gelukkig is jouw therapie nu ook gestart.”

Tom: „In therapie wordt gezegd: je bent constant aan het trainen voor een heel belangrijke wedstrijd. Je bent de hele tijd bezig.”

Die ‘wedstrijd’ is de rechtszaak tegen Sebastiaan O., die wordt verdacht van nalatigheid, tijdens het bedienen van de klaphamer. Twee weken later wordt de uitspraak verwacht.

Kitty: „We hopen straks te weten wat er op Oudjaarsdag allemaal is gebeurd. In de rechtbank gaan we tegen hem zeggen hoe we de afgelopen tijd hebben beleefd.”

Tom: „Dat hij met zijn stomme actie heel veel mensen de vernieling heeft ingewerkt.”

Kitty: „Wat wij missen en nog gaan missen. Hij mag weten hoe wij ons voelen.”

Tom: „De therapeut zegt dat ik moet rusten. Die zegt dat een topsporter ook rust vlak voor de wedstrijd. Dat kan ik niet, ik moet door blijven gaan. Ik heb geen dag stilgezeten.”

„Ook de eerste maanden niet”, zegt Kitty.

„Ik ben bijvoorbeeld de vloer gaan boenen, inclusief alle voegen. Ik heb de tuin aangepakt.”

Vlinder in januari

Kitty is nog niet zover dat ze in therapie is, zegt Tom. „Je hebt zo'n tik gehad van de chemo en het ziek zijn.” Ruim een maand nadat Bram overleed, werd ze wakker van de pijn in haar borst. Dat bleek borstkanker. Het afgelopen jaar leefde ze van behandeling naar behandeling. Nu voelt ze „vooral veel leegte”.

Om het verdriet te beteugelen zoekt ze troost in dingen die ze ziet. De vlinder die in januari steeds rond het huis fladderde, die moest wel iets met Bram te maken hebben. De rode ballon die wegvloog toen ze vorige week naar de gedenkplek gingen om Brams dertiende verjaardag te vieren, dat is toch geen toeval.

Op 31 december ging Bram met twee vriendjes buitenspelen. Ze struinden door de straten van Haaksbergen, en bekeken een paar honderd meter van huis een tafereel dat ze niet kenden. Een man, de verdachte, was bezig met een indrukwekkend instrument. Het metalen gevaarte stond tegen de stoep voor zijn huis.

Zelf had hij oordoppen in, maar omstanders – waaronder zijn kinderen, buurtgenoten, en Bram en zijn twee vriendjes – niet. De man had vanwege het vuurwerkverbod uitgezocht of dit wel mocht, en nergens stond dat het verboden was. Carbidschieten, een Twentse traditie om bijvoorbeeld in een melkbus een explosie te veroorzaken, mocht alleen buiten de bebouwde kom.

Voor Tom en Kitty voelt dat alsof de verdachte welbewust risico’s nam. „Alles alleen maar voor de knal”, zegt Tom.

De klaphamer is een product dat vaak door liefhebbers in elkaar wordt geknutseld. De verdachte heeft zijn exemplaar bij zo iemand gekocht. Een stuk metaal klapt op een onderliggend metaal, en daar tussenin zit in een bakje een explosief poedermengsel. In dit geval was het metalen bakje waarschijnlijk niet aan de zijkanten gestut, waardoor het uit elkaar sprong en omstanders raakte. Het poedermengsel is wel verboden, en de hoeveelheid die de verdachte gebruikte is veel hoger dan door kenners wordt geadviseerd. Het Openbaar Ministerie onderzoekt nog of de verkoper van de klaphamer ook vervolgd zal worden.

Bram wilde astronaut worden, maar ook minister van Financiën. Foto Bram Patraeus

Bram werd in zijn borststreek geraakt, en zijn vriend in zijn onderbenen, daar heeft hij nog steeds last van. Broertje Jesse was al naar huis gegaan. Kitty trok net haar schoenen aan om Bram te halen voor de lunch, toen er werd aangebeld door het fysiek ongedeerde vriendje van Bram en zijn moeder. „‘Bloed, heel veel bloed’, zei hij. Ik kon niet zeggen of het om Bram of om wie dan ook ging. Om de hoek zag ik allemaal blauwe zwaailichten in de ramen van woningen.”

Eigenlijk wilde Bram die Oudjaarsdag uit protest tegen het landelijke vuurwerkverbod binnenblijven, maar de drang naar avontuur won het van het verontwaardigde gevoel.

Tom wordt naarmate de tijd sinds 31 december verstrijkt alleen maar bozer. Als hij nadenkt over wat er is gebeurd, spannen zijn spieren zich en voelt hij onrust in zijn lichaam.

„Je moet tegen jou niet zeggen dat er alleen maar verliezers zijn”, zegt Kitty.

„Dat is echt wel een trigger om mij op de kast te krijgen ja.”

„En ook niet: het is een ongeluk.”

„Ik kan het niet horen. Ik kan het écht niet horen. Dat hopen we van deze rechtszaak: dat openbaar wordt wat hij precies gedaan heeft. Het ís geen ongeluk. Hij heeft zoveel domme dingen gedaan, domme stappen gezet.”

Gedenkplek

Dat „narratief” van alleen maar verliezers willen Tom en Kitty met dit interview, en ook als ze in de rechtbank gebruik zullen maken van hun spreekrecht, veranderen. Ook in hun sociale omgeving merkt het echtpaar dat sommige mensen van mening zijn dat er een ongeluk heeft plaatsgevonden. „‘Ik snap niet dat jullie er zo’n spul van maken’, heeft iemand uit het dorp weleens tegen me gezegd”, vertelt Kitty. Daarmee wordt, denkt zij, de rechtszaak bedoeld. „Maar die zijn wij niet begonnen, dat doet het Openbaar Ministerie.”

Tegenover het huis van de verdachte is een gedenkplek ingericht, omdat Bram daar is gestorven. Met bloemen, een foto en briefjes. „Daarover wordt ook weleens gezegd dat het moeilijk is voor de verdachte. Dat steekt. Wij kijken elke dag tegen de urn van Bram aan, hier op de kast.”

In de eerste berichtgeving in regionale media over de dood van Bram ging het veel over klaphamer die een „Twentse traditie” zou zijn. Daar storen ze zich aan. „Wij wonen al ons hele leven in Twente, en hadden er nog nooit van gehoord. Niemand uit onze omgeving.”

Het vermoeden is dat er vrijdag een taakstraf door de officier van justitie wordt geëist, zegt advocaat Sébas Diekstra van de ouders, naar aanleiding van het slachtoffergesprek bij de officier van justitie. Dat zouden Tom en Kitty moeilijk te verkroppen vinden. „We weten dat hij Bram niet dood wilde hebben, maar hij is heel nalatig geweest. Hij heeft keer op keer kunnen denken: is het handig dat ik het op deze manier doe?”

Tom en Kitty vragen zich af waarom de klaphamer niet verboden is. Toen ze dat vroegen aan de officier van justitie kregen ze geen concrete antwoorden, hen werd verteld dat het poeder al verboden is. Dat vinden ze een onbevredigend antwoord.

Boosheid

De boosheid die Tom voelt, wordt ook aangejaagd door de manier waarop de verdachte aanvankelijk met het grote verdriet van de familie Freriks is omgegaan, en zijn „gebrek aan empathie”, zegt Kitty. Dat manifesteerde zich volgens hen in de eerste dagen na Brams dood. Er was een condoleance en de verdachte had gevraagd of hij afscheid mocht nemen. Via familie-rechercheurs werd afgesproken dat hij met zijn partner zou komen, maar volgens Tom en Kitty stond hij in de woonkamer met zes volwassenen, zijn partner, zijn vrienden en familie. „Dat was heel intimiderend”, zegt Kitty. „Hij zakte in elkaar, keek ons niet aan. Het leek wel een show. Het voelt alsof hij sindsdien alles heeft doodgezwegen.”

Tom: „Het heeft ongetwijfeld veel impact op hem en zijn familie, maar dat toont hij niet. Dat doet pijn.”

De advocaat van de verdachte zegt dat zijn cliënt heeft geprobeerd contact te zoeken, maar dat de naasten daar op dat moment geen behoefte aan hadden. Dat komt volgens Tom en Kitty omdat zij zich moesten concentreren op Kitty’s behandeling.

Bram was het afgelopen jaar net naar de middelbare school gegaan, en van een kind in een puber veranderd. „Hij had ineens een heel sterke eigen mening”, zegt Tom. „Niets meer aannemen.”

Tom: „Hij kon rustig de fiets pakken om alleen een rondje om te gaan. Als een kind voor het eerst zo weggaat, je eigen kind, is dat heel spannend. Zijn wereld was gegroeid. Dat hou je niet tegen. Een kind gaat, en een kind moet ook gaan.”

Kitty: „Maar hij kwam ook nog gezellig bij je op de bank onder de deken zitten, of een knuffel halen.”

Bram wilde proberen het vwo te halen, en dan naar de universiteit te gaan. Hij hield van astronomie, en koesterde de wens om minister van Financiën te worden. Kitty: „Hij zei vaak: ik word astronaut en dan vlieg ik naar boven. Doe maar niet, zei ik, want dan ben je wel heel lang weg.”