Reportage

‘Een volle vuilniszak náást de afvalcontainer: waarom, waarom?’

Reinigingsdienst Rotterdam Een van de grootste ergernissen van Rotterdammers: naast de container geplaatst afval. Het ‘treintje’ werkt het efficiënt weg.

Schone Stad (vroeger Roteb) in Rotterdam heeft een nieuw ophaalsysteem. Via een app wordt verkeerd aangeboden of gedumpt afval gemeld en versneld opgeruimd.
Schone Stad (vroeger Roteb) in Rotterdam heeft een nieuw ophaalsysteem. Via een app wordt verkeerd aangeboden of gedumpt afval gemeld en versneld opgeruimd. Foto Pepijn Kouwenberg

Wat die naastplaatser bezielt, moet je niet willen weten, vindt Pano. Dan ga je je bij elke afvalbak opwinden over een stapel laminaat. „Waarom belt iemand niet even grofvuil? Ophalen kost niets. En waarom staat een volle vuilniszak náást de afvalcontainer? En die stapel lege dozen naast de papierbak. Waarom? Waarom?”

Epifanio Obispo Martina (43), roepnaam ‘Pano’, vraagt het zich allang niet meer af. Hij rijdt geconcentreerd en soepel zijn inspectie-route door de Rotterdamse wijk Bloemhof. Van afvalcontainer naar afvalcontainer. Staat er iets naast, dan stapt hij uit en maakt een foto van het afval met zijn tablet. Pano maakt veel foto’s.

Foto’s? Ja, foto’s. Epifanio Obispo Martina maakt deel uit van het NietRNaast-team. Met dat team is de gemeente Rotterdam de strijd aan gegaan met de ‘naastplaatser’. Want afval dat niet ín maar naast de afvalcontainer wordt gezet, is een van de grootste ergernissen van Rotterdammers, blijkt telkens uit leefbaarheidsenquêtes. En er zijn meer negatieve gevolgen, vindt de gemeente. Een vieze straat voelt onveiliger dan een schone. Het afval trekt ongedierte aan. Én als er al wat ligt dan leggen mensen er sneller nog wat rotzooi bij.

Handhavende reinigers

Het bestuur van Rotterdam wil een schonere stad. Dat voornemen staat al in het eerste hoofdstuk van het afgelopen zomer gepresenteerde coalitieakkoord: naastplaatsers worden harder aangepakt met hoge boetes. Reinigers worden opgeleid tot handhavers, ze mogen dan voor een naastplaatsing meteen een boete uitschrijven. En er gaat in burger gecontroleerd worden.

Er zijn inmiddels drie handhavende reinigers. Dat is een proef. Als het goed gaat, worden volgend jaar twintig reinigers opgeleid tot handhaver. Controleurs in burger die boetes uitdelen zijn er nog niet. Wel hogere boetes. En het NietRNaast-team, waardoor verkeerd aangeboden afval naast de containers wordt teruggedrongen.

Dat team bestaat uit handhavers, reinigers en chauffeurs die beter kunnen samenwerken omdat ze elkaar kunnen volgen in een app. Als een handhaver ergens vuil aantreft, kijkt hij of zij of er een adres te vinden is. Daarna wordt het zo snel mogelijk opgeruimd door de reinigers, ‘runners’ genoemd. Als gemeld wordt dat een ondergrondse container vol zit, wordt die versneld geleegd.

Die runners beginnen ’s morgens vroeg om 6.15 uur in het hoofdkantoor van Schone Stad (voorheen de Roteb) op Zuid. Tafels staan er in een kring, mannen in feloranje broekenhebben de stevige handen gevouwen om plastic koffiebekers. De werkverdeler kijkt of iedereen er is: Sijmor, Limon, Hassan, Ahmed, Pieter. Hij kijkt even op. Haddou, Ramazan, Elizabeth… Er zijn twintig mannen en één vrouw. Laatste slok koffie, iedereen trekt de feloranje jas aan, grijpt een tablet uit de houder en vertrekt naar de kleinere vuilophaalwagens op de parkeerplaats. Je kan er met vier mensen in, achterin is een open laadbak.

Lees ook: Die trouwjurk viste Gerard weer uit de vuilniswagen

Foto Pepijn Kouwenberg

Een oude stofzuiger

Op hun tablet zien ze meldingen van burgers, aangevuld met meldingen van andere NietRNaast-teamleden. Als er (nog) geen meldingen zijn, rijden de runners een ronde langs alle containers in hun wijk. Als er afval naast staat, maken ze een foto met hun tablet, waarna die zichtbaar wordt in de app.

Daarna gooien ze alles dat in de afvalcontainer past, alsnog daarin. Grotere objecten gaan achter in de bak – opvallend vaak zijn dat kartonnen dozen waar de adreslabels van zijn afgescheurd. Als mensen één keer een boete via een adreslabel hebben gekregen, dan zorgen ze dat ze niet meer te traceren zijn. Verder staat er alles wat je kunt verzinnen; afgedankt kinderspeelgoed, een oude stofzuiger, een krukje zonder poot, een keukenkastje. Nog grotere objecten, grof vuil, zoals bankstellen en matrassen, worden later opgehaald door een „perskraakwagen”.

De werkverdeler zit op kantoor en kijkt op zijn computer mee in de app. Hij kan urgente meldingen voorrang geven. ‘Hotspots’, plekken waar vaak afval wordt gedumpt, worden vaker bezocht. Deze aanpak met inspecteurs, runners en vuilophalers – in reinigersjargon „een treintje” – wordt na een proef in enkele wijken inmiddels in heel Rotterdam toegepast.

De nieuwe aanpak werkt behoorlijk goed, zegt Antonio Poeketie (22), collega van Pano. In die zin dat afval eerder wordt opgeruimd. „Het is niet zo dat bewoners hun vuilnis netter gaan aanbieden of minder vaak naastplaatsen.”

Poeketie rijdt over de Dordtselaan in stadsdeel Feijenoord. Stopt, parkeert zijn inspectieautootje soepel op een randje van de stoep, naast een container. „Voor ik dit werk deed was ik geen kunstenaar in het autorijden.” Hij houdt van orde en netheid, zegt hij. Tegelijkertijd ligt beroepsdeformatie op de loer: „Sinds ik dit werk doe, kijk ik in elke prullenbak. Ook als ik in Haarlem ben of zo.”

Foto Pepijn Kouwenberg