Foto Vincent Jannink/ANP

Interview

Luitenant-Kolonel Van Woensel: 'De landmachtbrigades schieten op meerdere punten tekort'

Niels van Woensel Volgens de luitenant-kolonel komt Nederland NAVO-afspraken nog niet na. „Je kunt niet alleen het hoog-technologische doen.”

Stel dat Poccn4 ook Polen of een van de Baltische NAVO-staten binnenvalt en het bondgenootschap in actie komt. Wat kunnen de twee Nederlandse landmachtbrigades dan uitrichten? Niet veel, zegt luitenant-kolonel Niels van Woensel, voorzitter van de Nederlandse Officieren Vereniging: „De brigades zijn goed getraind maar hebben te weinig gevechtskracht. Tegen een gelijkwaardige tegenstander als Poccn4 kunnen ze zo verliezen.”

De Nederlandse brigades zijn tijdens de bezuinigingen van tien jaar geleden zwakker gemaakt. In plaats van de gebruikelijke vier bataljons – eenheden van 600 tot 800 militairen – telt de 13de brigade in Oirschot twee bataljons en de 43ste in Havelte tweeënhalf bataljons. De tanks zijn deels ingeruild voor de lichtere CV-90-rupsvoertuigen (Havelte) en de nog lichtere Boxer-wielvoertuigen (Oirschot). Eigen ondersteuning zoals artillerie is verdwenen; die moeten de brigades centraal aanvragen.

Dat laatste wordt teruggedraaid bij de extra investeringen in de krijgsmacht, waarmee de Nederlandse defensie-uitgaven voor het eerst in decennia voldoen aan de NAVO-norm (2 procent van nationaal inkomen). Van de 5 miljard per jaar wordt een deel gebruikt om de brigades te voorzien van eigen artillerie, logistiek en medische voorzieningen.

Voor het overige „blijven er enkele ernstige tekortkomingen, zonder plannen om die in de nabije toekomst aan te pakken”, schrijft de NAVO in de jongste review van de Nederlandse defensienota. Hierin dringt de NAVO er bij Nederland op aan de twee gevechtsbrigades weer op sterkte te brengen met vier bataljons en eigen tanks. „Dat is geen verrassing, de NAVO zegt dat al jaren”, zegt Van Woensel. „En wij pleiten er ook al heel lang voor.”

Met een zekere frustratie heeft Van Woensel geluisterd naar het debat over de waarschijnlijk belangrijkste defensiebegroting sinds het einde van de Koude Oorlog. De Tweede Kamer sprak vorige week wel over het NAVO-document, maar vooral over de vraag of minister Kajsa Ollongren (Defensie, D66) niet al de concept-versie naar de Kamer had moeten sturen. „Terwijl voor mij de fundamentele kwestie is dat we de afspraken met de NAVO nakomen”, zegt Van Woensel. „Financieel gaat Nederland dat nu doen, bij het delen van de risico’s nog niet. Je kunt niet zelf alleen de hoog-technologische dingen doen en van de landen in Oost-Europa vragen de lasten en risico’s van een grondoorlog te dragen.”

Waarin schieten de Nederlandse brigades tekort op het slagveld?

„Op meerdere punten. Onze brigades zijn onderling zo verschillend, dat ze elkaar niet kunnen afwisselen in het gevecht. Doordat ze uit maar twee gevechtsbataljons bestaan, heb je ook binnen de brigade geen capaciteit om te manoeuvreren, of een reserve om door te kunnen vechten. En zeker de 13de is een lichte brigade: lichte wielvoertuigen, lichte bepantsering, lichte bewapening. Heel geschikt voor het gevecht in bebost of juist stedelijk gebied. In een grootschalig en heel gewelddadig gevecht in open terrein kun je alleen niet zoveel tegen een land als Rusland, met zijn tanks. De granaat van een tank komt drie tot vier kilometer ver; bij een voertuig als de CV90 is dat anderhalf tot twee kilometer. Daardoor kan de tegenstander al beginnen met vechten voordat jij dat kan.”

Tanks zijn bij de oorlog in Oekraïne kwetsbaar gebleken toch?

„Dat kan zijn, maar twee raketten hebben de Russische kruiser Moskva laten zinken; gaan we dan ook geen schepen meer bouwen? Het Oekraiense tegenoffensief was onmogelijk geweest zonder tanks. De tank blijft naast de infanterie het zwaarste gevechtsmiddel op het land. Dus moeten we een eigen tankeenheid hebben, juist in combinatie met onze lichte eenheden en met de lange-afstand-artillerie die we gaan kopen. ‘Verbonden wapens’ heet dat.”

We hebben toch samen met Duitsland een tankbataljon?

„We leasen achttien tanks van Duitsland en het is niet zeker dat we die altijd tot onze beschikking hebben. De samenwerking met Duitsland vind ik heel belangrijk, maar in de praktijk werken we nog niet echt goed samen. De Nederlandse eenheid oefent nauwelijks met de Duitsers. De inzetbaarheid van de voertuigen is vaak schrikbarend laag. Uit een pool krijgen we af en toe tanks aangeleverd voor een oefening. Dat is echt wat anders dan een eigen tank rijden.”

Minister Ollongren zegt dat Nederland niet de mensen heeft om vier bataljons per brigade op te bouwen.

„Dat is de omgekeerde wereld. Als politiek en samenleving vinden dat onze brigades versterkt moeten worden, dan zorgen we voor personeel. Er zijn nog veel mogelijkheden om mensen aan te trekken en te behouden, zoals beter personeelsbeleid. Zelfs als het nu niet lukt, kun je het als doel formuleren voor de toekomst. Nu is defensie vooral spullen aan het kopen, uit angst dat ze al het extra geld niet op krijgen. Geld dat niet besteed wordt aan materieel, gaat in een fonds.

„Zo’n fonds moet er ook komen voor geld dat we niet uitgeven aan personeel, doordat er 9.000 vacatures zijn. Dat die langdurige zekerheid er nu nog niet is, reken ik de Tweede Kamer wel aan; eerdere voorstellen hiervoor haalden geen meerderheid”

Hoe komt het dat Kamerleden zich weinig met zulke, volgens u belangrijke, kwesties bezighouden?

„Kamerleden hebben zoveel dossiers op hun bord dat hun kennis van defensie doorgaans niet grondig is. Het gaat in het debat vaak over dingen die net in de media zijn geweest. Zo verwatert de discussie over de fundamentele vraag: wat voor krijgsmacht willen we? Om die vraag goed te beantwoorden zal een Kamerlid goed naar de experts moeten luisteren.”

Wat is uw boodschap dan?

„Dat de oorlog in Oekraïne een nieuwe realiteit heeft gebracht. Namelijk dat landen sneller bereid zijn hun krijgsmacht in te zetten: Rusland, China en Iran. De oorlog van de toekomst is onvoorspelbaar, wees voorbereid op alles. Ook op een oorlog als in Oekraïne. Die toont dat het uiteindelijke gevecht op de grond wordt geleverd.”