Reportage

Crackgebruikers worden in Parijs al decennia rondgeduwd

Verslaving Door gebrek aan opvangplekken en zorg ontstaan in de Franse hoofdstad steeds weer tentenkampen met verslaafden. „De dealers zorgen voor ons.”

Théo (29) gebruikt al sinds zijn vijftiende harddrugs. Hij heeft goede herinneringen aan een onlangs ontruimd tentenkampje van veslaafden aan de Parijse ringweg.
Théo (29) gebruikt al sinds zijn vijftiende harddrugs. Hij heeft goede herinneringen aan een onlangs ontruimd tentenkampje van veslaafden aan de Parijse ringweg. Foto Chau-Cuong Lê

Théo (29) weet dat mensen soms bang voor hem zijn. Hij heeft een groot litteken op zijn neus. Hij is soms erg druk. Kan onverwachte dingen doen, zoals tegen planten praten. Soms wordt hij agressief. Théo beseft dit en verstopt zich daarom als het donker wordt. „Ik wil niet dat mijn aanwezigheid spanningen veroorzaakt.”

Théo gebruikt sinds zijn vijftiende harddrugs – omdat dit in Frankrijk strafbaar is wil hij zijn achternaam niet in de krant. Zoals veel drugsverslaafden gebruikt hij al jaren van alles door elkaar: alcohol, cocaïne, xtc, crack, morfine. „Nu ben ik vooral een xtc-boy”, vertelt hij op de trappen van een kathedraal in ‘zijn’ buurtje, het tiende arrondissement. Zijn pluizige haar is weggestopt onder een zwarte pet; hij draagt een gestreepte trui en een broek met bloemetjesmotief. Hij heeft zijn baard een paar dagen niet geschoren, zijn vingernagels zijn vuil.

De Parijse Théo is een van de duizenden drugsverslaafden die in de straten van de Franse hoofdstad leven. Ze hangen vooral in de noordoostelijke arondissementen in portieken, bushokjes en parken, waar ze crack (de rookbare en goedkopere variant van cocaïne) roken of andere drugs gebruiken. Hun onvoorspelbare gedrag en onhygiënische uiterlijk leiden tot onrust onder buurtbewoners.

Théo heeft grote, bruingroene ogen en spreekt met veel handbewegingen en beeldspraak. Af en toe herhaalt hij zichzelf of dwaalt hij af – dan vertelt hij dat hij over het plafond kan lopen of droomt hij hardop over een leven in New York – maar steeds komt hij weer terug bij zijn verhaal. Hij vertelt dat hij tegenwoordig bij zijn peetvader slaapt, maar jarenlang sliep hij op straat, in portieken, in de metro, op stations. Of in het kamp van drugsgebruikers dat tot voor kort bestond bij de Porte de la Villette, een van de noordelijke ingangen van Parijs.

Bekijk ook deze beeldserie: Rustig aan de crack in Rio

In het kamp op het Square Forceval, een parkje met appelgroene fitnessapparatuur naast de Parijse ringweg, verbleven tot half oktober ruim twaalf maanden lang enkele honderden drugsverslaafden. Ze woonden in tentjes of sliepen op vuile matrassen in de buitenlucht, hingen hun smoezelige kleren aan tussen de bomen gespannen lijntjes. De bewoners wasten zich bij het waterkraantje aan het begin van het park. Er waren altijd wel dealers aanwezig. Théo heeft er goede herinneringen aan. „Het was een gemeenschap. Al mijn vrienden waren daar en de dealers zorgden goed voor ons. Ze verkochten biertjes en cola. En als ik aankwam, gaven ze me altijd een grote knuffel”, vertelt hij terwijl hij zijn armen spreidt.

Maar het was er ook vies, zeggen Théo en andere bezoekers. Heel vies. Er lagen naalden en pijpjes door het hele kamp. Kapotte flessen, ontelbare bierdopjes. Soms werd je ’s morgens wakker met de geur van crack in je neus als de buurman al was begonnen met roken. Verslaafde vrouwen ruilden er seks voor drugs; er zou zelfs een baby zijn geboren in het kamp. En er vond veel geweld plaats, tussen gebruikers en richting omwonenden. Vorige maand overleed een 92-jarige buurtbewoner die enkele weken eerder door een bewoner van het kamp was aangevallen bij een beroving

Sinds de jaren negentig

Het kamp op het Square Forceval bestond niet zomaar: de drugsverslaafden zijn er in het najaar van 2021 in politiebussen naar toe gebracht. Tot die tijd verbleven de verslaafden en groupe in de Jardins d’Éole, naast het spoor van het Gare de l’Est. En in de jaren daarvoor in kampen op andere plekken in het achttiende en negentiende arrondissement: rondom de ringweg, bij stations, op het bekende plein Stalingrad.

„Zulke ‘open plekken’ kennen we sinds de jaren negentig in Parijs”, vertelt de in drugsbeleid gespecialiseerde socioloog Marie Jauffret-Roustide via een videoverbinding. Ze is verbonden aan Inserm, het Franse nationale instituut dat onderzoek doet naar gezondheid en geneeskunde. „Sinds 2000 zijn meer van zulke plekken ontstaan, omdat het gebruik van crack toen een vlucht nam.”

Volgens de meest recente cijfers van drugsobservatorium OFDT nam het aantal crackgebruikers in Frankrijk tussen 2010 en 2019 toe van 12.800 tot bijna 43.000. 13.000 van hen leven in de regio Île-de-France, waarin Parijs ligt. Het probleem concentreert zich in Parijs en omstreken omdat de drug alleen daar in goedkope en makkelijk rookbare brokjes wordt verkocht – voor 15 euro heb je er al een. Hoewel de politie repressief optreedt – bijna 70 procent van alle arrestaties in Frankrijk hebben met drugs te maken – blijft de drug breed beschikbaar.

Al decennia vindt eenzelfde proces plaats in Parijs: een groep drugsgebruikers vindt ergens in het noordoosten van Parijs een plek waar ze samen drugs gebruiken en vaak ook slapen. Ze veroorzaken overlast voor de buurt: er ontstaat vervuiling, kinderen zijn bang voor het onvoorspelbare gedrag van de verslaafde mensen, buurtbewoners worden toegeschreeuwd en soms overvallen of aangevallen. Die komen vervolgens in opstand, wat tot veel media-aandacht leidt en in sommige gevallen tot gewelddadige confrontaties, waarna de politie vroeg of laat het kamp evacueert. „En vervolgens zien we kleinere groepjes gebruikers ontstaan in de buurt van het geëvacueerde kamp.” Totdat een nieuw kamp zich vormt en de cirkel opnieuw begint.

Foto Chau-Cuong Lê
Foto Chau-Cuong Lê
Foto Chau-Cuong Lê
Foto Chau-Cuong Lê
Foto Chau-Cuong Lê
Een maand na de ontruiming van het tentenkamp van drugsgebruikers op het Square Forceval ligt de grond er nog bezaaid met afval.
Foto’s Chau-Cuong Lê

Ruim een maand na de evacuatie van het Square Forceval bevindt Parijs zich in de laatste fase van de cyclus. Het parkje lijkt half november op het eerste oog leeg, maar wie beter kijkt ziet dat er nog touwen en kledingstukken in de bomen hangen. Op de grond liggen aanstekers, een naald, afgebroken tandenborstels, een onderbroek, een condoom en veel glas. Het park wordt bewaakt door drie jonge gendarmes; een man die er een sigaretje rookt wordt meteen ondervraagd en gefouilleerd.

Lees ook: Legale wietteelt als reddingsboei voor de berooide Franse boer

Het kamp is weg, maar de bewoners zijn niet in rook opgegaan. Bij de evacuatie werden zoals gebruikelijk tientallen dealers en gebruikers aangehouden, maar die laatsten komen vrijwel altijd weer vrij en dus terug op straat. In het noordoosten van Parijs en voorsteden Aubervilliers en Pantin zie je nu daarom kleine plukjes mensen die onder invloed lijken rondzwerven of hangen in bushaltes, portieken en op bankjes.

De straat van de levende doden

Veel van de voormalige bewoners van het Square Forceval komen nu naar de Rue des Morts Vivants, zoals Théo het noemt: de straat van de levende doden. Het is een straat in het tiende arrondissement waar hulporganisatie Gaïa een gebruikersruimte heeft, waar verslaafden op een veilige en schone manier kunnen gebruiken. „De week na de evacuatie van het Square Forceval kregen we meteen 20 procent meer bezoekers”, vertelt afdelingshoofd Jamel Lazic in zijn kantoor. „Inmiddels is dat toegenomen tot 30 procent.”

De politie patrouilleert op de plek waar in oktober een tentenkamp van drugsgebruikers werd ontruimd. Repressie en politie-inzet zijn de voornaamste ingrediënten van het Franse drugsbeleid.

Foto Chau-Cuong Lê

In de straat hangen veel verslaafde mannen en enkele vrouwen rond. Sommige schreeuwen tegen elkaar en zwabberen over de weg, maar de meesten lopen stil en doelgericht richting de beveiligde deur van Gaïa. „Als je bij de gebruikersruimte aankomt, voel je je een beetje dood”, zegt Théo. „Maar dan neem je je dosis en ga je weer een beetje leven.”

Het is belangrijk dat er een plek is waar gebruikers zich veilig voelen, zegt Jauffret-Roustide. Maar er zijn lang niet genoeg gebruikersruimtes: in heel Frankrijk zijn er maar twee (naast Parijs ook in Straatsburg). Ook telt heel Frankrijk slechts enkele honderden slaapplekken voor dakloze gebruikers, terwijl dat er vele duizenden zouden moeten zijn om alle drugsverslaafden te herbergen. Bovendien het gaat vaak om noodvoorzieningen, zoals hotelkamers. „Terwijl langdurige huisvesting met ingebouwde ondersteuning noodzakelijk is: een plek waar gebruikers in contact komen met maatschappelijk werkers, psychiaters, specialisten. Uit ons onderzoek blijkt dat het gebruik pas dan gereguleerd kan worden en afneemt.

Het is typerend voor het drugsbeleid in Frankrijk, waar drugsproblematiek enkel wordt beschouwd als een kwestie van openbare orde in plaats van volksgezondheid en daarom vooral wordt bestreden met politie-inzet en repressie. Dat terwijl alle voorbeelden uit de praktijk en wetenschappelijk onderzoek uitwijzen dat investeren in zorg en onderdak de beste methode is om het aantal gebruikers structureel te doen afnemen, en wat op lange termijn bovendien goedkoper is, zegt Jauffret-Roustide.

Zo wisten de Zwitserse autoriteiten in de jaren tachtig het door heroïnegebruikers ingenomen plein Platzspitz in Zürich leeg te krijgen met een dergelijke „politiek van risicoreductie”. In het Utrechtse Hoog Catherijne gebeurde rond de eeuwwiseling ongeveer hetzelfde. Niet alleen stoppen meer mensen met gebruiken, ook nemen gebruikers in gebruikersruimtes minder vaak overdoses, wat druk op de zorg verlicht. „En cru gezegd is het ook beter voor de uitstraling van een stad als er geen verslaafde mensen in je straten rondhangen”, voegt Lazic toe.

Ik denk niet in weken, maanden of jaren. Ik ga van seconde naar seconde

Théo drugsgebruiker

Volgens Jauffret-Roustide is het onderliggende probleem dat drugsgebruik wordt beschouwd als een morele fout in het van oudsher katholieke Frankrijk. „Drugsgebruik is wettelijk verboden, waardoor de reactie altijd is: we moeten gebruikers straffen, in plaats van pragmatisch kijken naar oplossingen. Dit discours wordt ook door politici als onze minister van Binnenlandse Zaken [Gérald Darmanin] en de media verkondigd, en is verankerd in de publieke opinie.”

Schaamte

Het is ook niet zo dat de gebruikers in Parijs niet geholpen willen worden. Gebruikers en hulporganisaties zeggen dat veel verslaafden zich bewust zijn van de overlast die ze veroorzaken, dat ze zich schuldig voelen. „Het is niet goed wat wij, de gebruikers, Parijs hebben aangedaan”, zegt Théo hoofdschuddend op de trappen van de kathedraal. „Niemand wil zo zijn”, zegt hij gebarend naar zijn vieze vingernagels en plastic zak waarin hij zijn spullen bewaart. „Ik ben er niet trots op.” Toch lukt het hem niet het met drugs doorspekte leven op straat te verlaten: „de dealers zorgen voor ons. Wij zorgen voor hen door ze geld te geven, en in ruil zorgen ze voor ons.”

Lees ook: Dakloosheid in Europa blijft stijgen: ‘Het is een crisis’

Er is de afgelopen jaren wel enige verandering gaande. In 2016 werden de twee gebruikersruimtes geopend en drie jaar later kwam Île-de-France met het ‘Plan Crack’. Sindsdien zijn onder meer extra opvanglocaties geopend. En uit opinieonderzoek blijkt dat meer Fransen voorstander zijn van een aanpak gebaseerd op risicoreductie en zorg in plaats van repressie.

„Die beweging stemt me optimistisch”, zegt Jauffret-Roustide. Volgens de onderzoekster is de volgende stap een „breedgedeelde bewustwording” dat het gaat om een enkel volksgezondheidsprobleem en niet een openbare ordeprobleem. „Zoals in de jaren tachtig toen de hiv-epidemie gaande was. In Frankrijk was toen aanvankelijk ook veel weerstand tegen een politiek van risicoreductie. Maar toen heroïnegebruikers massaal stierven aan aids omdat ze geen schone naalden hadden en geen toegang hadden tot zorg, zijn we in andere landen gaan kijken hoe ze het daar deden en zijn hun praktijken overgenomen.”

Hulpverlener Lazic is minder optimistisch. „Het politieke klimaat is weinig hoopgevend”, zegt hij verwijzend naar minister Darmanin die al jaren een repressief drugsbeleid bepleit. „Er is al jaren sprake van een crisissituatie, maar toch gebeurt er nauwelijks iets”, zegt Lazic. „Plus: dit probleem is niet zomaar opgelost: iemand die al twintig jaar op straat leeft, kan niet meteen de arbeidsmarkt op.”

Théo zwerft over straat in Parijs sinds het tentenlamp waar hij verbleef door de politie is ontruimd.

Foto Chau-Cuong Lê

Théo kan niet zo ver vooruit denken. „Ik denk niet in weken, maanden of jaren. Ik ga van seconde naar seconde.” Intussen probeert hij zo goed mogelijk voor zichzelf te zorgen: hij gebruikt parfum, wast zijn witte sneakers, verzorgt zijn gebit zo goed mogelijk, eet van maaltijdcheques en kleingeld dat hij op straat krijgt. En sinds de ontruiming van het Square Forceval is hij gestopt met het roken van crack, vertelt hij trots. Maar hoe lang hij dat volhoudt zonder stabiliteit en zorg? Dat kan hij niet zeggen.