Opinie

Helpen

Tijdens een lunchwandeling loop ik door een parkje in de stad. Aan de rand van het park bij de bosjes zie ik een man ineengedoken staan, zijn handen voor zijn gezicht gevouwen. Ik hou mijn pas in en aarzel. Doorlopen of naar hem toe gaan? Ik besluit het laatste te doen en loop zijn kant op. Als ik vlakbij hem ben, me naar hem toe buig en mijn mond open om te vragen of het gaat, komt hij overeind en opent zijn ogen. „Twintig! Wie niet weg is, is gezien, ik kom!”

Lezers zijn de auteurs van deze rubriek. Een Ikje is een persoonlijke ervaring of anekdote in maximaal 120 woorden. Insturen via ik@nrc.nl