Zelfverzekerde Rutte zoekt steun voor ‘half af plan’

Tweede Kamer Op de tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen was aan de premier niet te merken dat het vertrouwen in zijn kabinet ongekend laag is.

Premier Mark Rutte op de tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen: „Het is niet zo dat ik zeg: ‘We laten de mensen in de steek’.”
Premier Mark Rutte op de tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen: „Het is niet zo dat ik zeg: ‘We laten de mensen in de steek’.” Foto Bart Maat / ANP

Mark Rutte stopte twee snoepjes in zijn mond. Het was donderdag eind van de middag, de tweede dag van de Algemene Politieke Beschouwingen in de Tweede Kamer en de premier had al zo’n vijf uur lang vragen van fractievoorzitters staan beantwoorden. En of dat dan nu met zijn mond vol zou zijn, met SP’er Lilian Marijnissen tegenover zich – het leek hem weinig uit te maken. Of het kabinet de arbeidsmigratie onder controle had? „Nou”, zei Rutte, met ook nog zijn armen over elkaar, „er komen te weinig Polen. Omdat het in Polen zelf veel te goed gaat.”

De ene opiniepeiling over Rutte en zijn vierde kabinet pakt nog slechter uit dan de andere en op Prinsjesdag zei hij al dat hij niet om het vertrouwen zou gaan „bedelen”. En dat is wat hij liet zien – in het belangrijkste debat van het jaar, over de Rijksbegroting: Rutte zag er ontspannen uit, maakte grapjes. Laurens Dassen van Volt zei dat een nederige houding van de premier gepast zou zijn, als je bedacht hoe weinig vertrouwen mensen nog hadden in de overheid, maar aan Rutte was dát advies overduidelijk niet besteed.

Maar een heel enkele keer was hij geïrriteerd. Toen Jesse Klaver van GroenLinks hem debattrucs verweet bijvoorbeeld. In het debat, ’s ochtends, had Rutte gezegd dat hij „een compromis had gesloten” met Klaver over een ‘plafond’ voor de energierekening en Klaver vond dat „een techniekje, je opponent tegen je aandrukken”. „Terwijl we helemaal niks hebben afgesproken.”

Lees ookVertrouwen? Rutte gaat er niet om bedelen

Irritatie bij JA21

Het idee van zo’n plafond hadden GroenLinks en de PvdA eerder al samen bedacht, en de twee partijen vonden eind vorige week, toen het kabinet het overnam, dat ze daar weinig erkenning voor kregen. Minister van Financiën Sigrid Kaag probeerde het daarna goed te maken, de partijleiders mochten langskomen, en in het debat in de Tweede Kamer nodigde Rutte Klaver en PvdA’er Attje Kuiken uit om er samen met de coalitiepartijen verder over te praten. Wat tot irritatie leidde bij Joost Eerdmans van JA21: mocht híj niet meedoen? „Ik krijg het idee dat de onderhandelingen al begonnen zijn.”

Maar zo makkelijk wilden GroenLinks en PvdA, die nodig zijn voor een meerderheid in de Eerste Kamer, niet in een soort ‘constructieve oppositie’-rol terechtkomen. En dus begon Klaver over de ‘truc’ van Rutte. „Dat vond ik niet zo heel fijn”, zei Rutte. „Het is niet zo dat ik zeg: ‘We laten de mensen in de steek.’” Klaver vond dat Rutte moest beloven: we laten deze winter geen gezin in de steek. „Whatever it takes”, zei Klaver Rutte voor.

Dat wilde Rutte alleen doen als Klaver ermee bedoelde: het kabinet zou niet toestaan dat huishoudens werden afgesloten van gas en licht. Maar niet „whatever it takes” als het ging om de hele energierekening „te compenseren”. Dat vond Rutte „een compromis” met Klaver – waar hij tevreden bij keek.

Geen verwachtingen wekken

In het debat werd duidelijk dat Rutte IV met het ‘plafond’, in de woorden van SP’er Marijnissen, een „half af plan” had gepresenteerd. Er was nog zoveel onduidelijk over dat idee dat een groot deel van het debat opging aan discussie over details. Hoe ver wilde het kabinet precies gaan met meebetalen en voor welke groepen níet?

Sylvana Simons (BIJ1), Caroline van der Plas (BBB) en zelfstandig Kamerlid Pieter Omtzigt kwamen met verhalen over mensen met ernstige aandoeningen die apparaten moesten opladen, warmte om zich heen nodig hadden, en dus nooit, zoals de bedoeling is van het kabinet, konden bezuinigen op hun energieverbruik.

Ook de fractievoorzitters van de coalitiepartijen VVD, D66, CDA en ChristenUnie hadden er veel vragen over. Wat als je veel geld had uitgegeven voor een warmtepomp en dus geen gas meer had, maar daardoor wél veel elektriciteit gebruikte? En wanneer kwam er een echt plan om kleine ondernemers te helpen? Rutte wilde „heel precies” zijn en geen „verwachtingen wekken”, wat vooral betekende dat hij niets wilde beloven – de plannen zelf moeten nog verder worden uitgewerkt. „Ik weet niet of het ook gaat lukken. We gaan ons best doen, maar er zijn geen garanties.”

‘Ukraine will prevail’

Rutte bleef wel de woorden whatever it takes herhalen en gebruikte de hele dag ook veel ándere Engelse woorden. Op losse toon had hij het over „housing first” toen het over de zorg ging, en over de „determination” waarmee Oekraïne terrein aan het terugwinnen is. Hij zei „dat uiteindelijk Ukraine will prevail”.

Rutte zei ook dat hij van plan is om ná zijn bezoek aan de Algemene Vergadering van de VN in New York, vrijdag en zaterdag, van plan is om „podia te zoeken”: hij wil Nederlanders „bewuster maken” van wat er in Oekraïne op het spel staat. Zoals andere Europese leiders al veel eerder hebben gedaan. Of dat in een tv-toespraak zal zijn of een lezing, zei hij niet. Wat hij wilde bereiken, zei hij: „Dat Oekraïne niet uit de headlines verdwijnt”.

Rutte zou de stemmingen over de moties, over de Rijksbegroting, donderdagavond niet afwachten – dan was hij al onderweg naar de VS.