Watermanagers waren afgelopen zomer beter voorbereid op de grote droogte

Droge zomer De zeer droge zomer heeft tot minder schade geleid dan eerder. Door de regen van de afgelopen tijd is er geen watertekort meer.

Het lage waterpeil op de Rijn deze zomer belemmerde de scheepvaart.
Het lage waterpeil op de Rijn deze zomer belemmerde de scheepvaart. Foto Walter Herfst

Het was weer een droge zomer. „De droogtesituatie was extremer dan in 2018”, stelt waterexpert Harold van Waveren van Rijkswaterstaat, verwijzend naar de op een na droogste zomer ooit gemeten – na 1976. Het heeft de afgelopen weken behoorlijk geregend en inmiddels overtreft de vraag naar water niet langer het aanbod en geldt alleen de code ‘dreigend watertekort’ in plaats van ‘feitelijk watertekort’.

Minister Harbers (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) heeft het ruim zeven weken geleden ingestelde ambtelijke crisisteam tegen de droogte ontbonden. Deze zomer, het seizoen loopt van april tot en met september, eindigt vermoedelijk bij de 5 procent droogste in de historie, meldt het KNMI. Vooral in het oosten was het zogenoemde neerslagtekort groot.

De schade is evenals in vorige droge zomers aanzienlijk, hoewel vermoedelijk minder groot doordat watermanagers er beter tegen waren gewapend, vlotter samenwerkten en ook het bewustzijn in de samenleving is vergroot. Precieze cijfers zijn er nog niet, maar de grootste schade lijkt te zijn toegebracht aan landbouw en scheepvaart. Door de lage waterpeilen op met name de Rijn konden schepen minder vracht vervoeren, en ook waren er lange wachttijden bij sluizen. De meeste beperkingen zijn daar nu opgeheven.

De oogsten zijn niet mislukt, al maken de boeren wel melding van „lagere opbrengsten” van gewassen als aardappelen en uien, en „slechte” opbrengsten van maïs en gras voor het vee. „Veel van de gewassen zijn door de droogte eerder begonnen met de vruchtvorming en rijping, wat resulteert in lagere opbrengsten. De neerslag maakt helaas veel van de ontstane schade niet meer ongedaan”, stelt akkerbouwer Joris Baecke, portefeuillehouder bodem & water bij boerenorganisatie LTO Nederland.

Overigens zijn de regionale verschillen groot. Ook hebben veel boeren en tuinders geleerd zich aan te passen. „Adaptief ondernemerschap”, noemt LTO dat.

Lage grondwaterstanden

De onlangs gevallen neerslag is onvoldoende om in één klap een einde te maken aan de gevolgen van de droogte voor natuur en bodem. „Het zal nog echt even duren voordat alle lage grondwaterstanden zijn aangevuld. Ook de verzilting speelt nog. De effecten op de natuur hebben hun sporen nagelaten. Veel natuur is veerkrachtig, maar helaas geldt dat niet voor alle natuur”, stelt een woordvoerder van de Unie van Waterschappen.

Lees ook deze reportage uit augustus: Tuffen over de uitgedroogde Rijn met tien kilometer per uur

Volgens Rijkswaterstaat heeft vooral natuur in hoger gelegen delen van het land te lijden gehad, met name het oosten, waar lastig extra water naartoe kan worden gebracht, zoals in het westen wel is gedaan. De grootste angst van waterschappen in tijden van droogte is dat veendijken uitdrogen, scheuren en zelfs bezwijken, zoals in 2003 in het Utrechtse Wilnis.

Dat is niet gebeurd. „Veel waterschappen voorzien hun veendijken van een kleilaag, om scheurvorming door droogte te voorkomen. Hierdoor is het aantal droogtegevoelige dijken en kaden de afgelopen jaren erg afgenomen”, aldus de waterschappen. Effectief waren ook maatregelen zoals het langer hoog houden van het waterpeil in het voorjaar en regionale verboden op het sproeien van landbouwgronden met grondwater.