Europese ruimte voor prijsplafond was er al lang

Energiearmoede Volgens minister Jetten gaf de Europese Commisise pas recent toestemming voor een prijsplafond. Maar Nederland zat qua steunmaatregelen tot deze week juist in de Europese achterhoede.

Minister Rob Jetten (D66, Klimaat en Energie) staat de pers te woord in de Tweede Kamer op Prinsjesdag. Foto ANP/PHIL NIJHUIS
Minister Rob Jetten (D66, Klimaat en Energie) staat de pers te woord in de Tweede Kamer op Prinsjesdag. Foto ANP/PHIL NIJHUIS

Plotseling bleek het toch te kunnen: een prijsplafond voor gas en elektriciteit dat huishoudens gaat ontlasten. Nadat het kabinet maandenlang volhield dat een dergelijke maatregel onmogelijk en onwenselijk was, presenteerde het deze dinsdag toch een plan voor een gereguleerd basispakket aan energie.

Lees ook Een prijsplafond kon écht niet - totdat het wel kon

Veel te laat, aldus oppositiepartijen. Maar volgens minister Rob Jetten (D66, Klimaat) staken Europese regels tot voor kort een stokje voor het nu gepresenteerde plan. „Pas sinds deze maand bood de Europese Commissie de mogelijkheid om een zo generiek prijsplafond voor alle huishoudens toe te passen”, aldus Jetten dinsdagavond bij Nieuwsuur.

In gesprek met NRC wees hij dinsdag eveneens naar Europese hindernissen. „De ruimte die we nu hebben om een prijsplafond voor alle huishoudens voor een bepaald gebruik in te voeren, die ruimte was er eerder niet.” Ook tijdens de Algemene Beschouwingen benadrukten coalitiepartijen D66 en ChristenUnie woensdag dat de maatregel mogelijk werd door een recent fiat van de Commissie.

Uitzonderlijke omstandigheden

Gaf Brussel inderdaad pas sinds kort toestemming voor een prijsplafond? Zeker is dat andere landen zich daar in elk geval niet door lieten tegenhouden. De afgelopen maanden namen tal van EU-lidstaten al vergaande maatregelen om de energiekosten van burgers te drukken – soms met grote gelijkenissen met het Nederlandse plan. Bijvoorbeeld in Roemenië, waar de regering al in maart een prijsplafond invoerde voor een begrensd pakket aan elektriciteit en gas. Of Oostenrijk, dat vorige maand eveneens een vast tarief invoerde voor een bepaalde basisstroomvoorziening. In andere EU-lidstaten werden soms nog veel duurdere en ruimere steunprogramma’s uitgerold, bijvoorbeeld in Frankrijk.

Geen van die EU-landen stuitte daarbij op tegenwerking vanuit de EU. In Brussel wijzen EU-ambtenaren desgevraagd op een al in maart gepubliceerd document, waarin de Commissie onderstreept dat „de lidstaten de mogelijkheid [hebben] om in de huidige uitzonderlijke omstandigheden detailhandelsprijzen voor huishoudens en micro-ondernemingen vast te stellen.”

Kwetsbare huishoudens

Wel werd daaraan vorige week, samen met een trits andere vergaande voorstellen voor het ingrijpen in de energiemarkt, nog een extra aanbeveling toegevoegd. Daarin stelt de Commissie voor de bestaande regels nog wat uit te breiden door „gereguleerde prijzen onder de kostprijs toe te staan”.

Op die laatste formulering lijkt Jetten zich in zijn verdediging nu te beroepen. Maar bronnen in Brussel bevestigen dat de ruimte er in de praktijk al veel langer was. In reactie op de energiecrisis spoort de Commissie lidstaten al een jaar aan zelf ruime compensatiemaatregelen te nemen, in het bijzonder voor ‘kwetsbare huishoudens’. De definitie daarvan is uiterst rekbaar, blijkt ook uit het feit dat Brussel tot nu toe geen lidstaat op de vingers tikte over te ruime of marktverstorende steun.

En die steun is inderdaad ruim. Uit een overzicht van de Brusselse denktank Bruegel bleek deze week dat EU-landen, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk sinds vorig jaar september in totaal al 500 miljard euro hebben uitgegeven om huishoudens en bedrijven te beschermen tegen de prijsstijgingen.

Taboes sneuvelen

Volgens die analyse bevond Nederland zich tot deze week in de achterhoede, met een steunpakket ter waarde van 0,7 procent het eigen bbp – tegenover bijvoorbeeld 2,9 en 2,2 procent in respectievelijk Spanje en Frankrijk. Met het nieuw aangekondigde prijsplafond stijgt de Nederlandse positie rap en komt de steun neer op 2,8 procent van het bbp, vergelijkbaar met die in Duitsland.

De verdediging van Jetten zorgt in Brussel ook voor gefronste wenkbrauwen omdat het juist Nederland is dat zich in Europese overleggen verzet tegen al te radicale marktinterventies. Bijvoorbeeld tegen het permanent ontkoppelen van de gas- en elektriciteitsprijs of tegen een andere vorm van een prijsplafond: op Europees niveau bij de inkoop van gas op de mondiale markt. Nog altijd is Nederland van beide maatregelen geen voorstander. Maar nu op EU-niveau oude taboes snel sneuvelen, is het laatste woord in die discussie nog niet gezegd.