Europese mediawet: Brusselse bemoeizucht of broodnodige bescherming van de persvrijheid?

Journalistieke onafhankelijkheid In reactie op de aantasting van de persvrijheid in onder meer Hongarije wil de Europese Commissie een nieuwe mediawet invoeren. „In landen met een sterke traditie van persvrijheid kan reguleren risico’s met zich meebrengen.”

Europees Commissaris Vera Jourová met haar collega Thierry Breton.
Europees Commissaris Vera Jourová met haar collega Thierry Breton. Foto Kenzo Tribouillard/ AFP

Wordt de persvrijheid in Europa versterkt, of juist bedreigd, door een onlangs gepresenteerd wetsvoorstel van de Europese Commissie? In de mediawereld wordt daar heel verschillend over gedacht.

Organisaties van journalisten juichen de Europese mediawet toe als een belangrijke stap vooruit. Maar de Europese organisaties van krantenuitgevers maken zich „grote zorgen”, in de woorden van NDP Nieuwsmedia, de Nederlandse branche-organisatie van uitgevers van kranten, opiniebladen en nieuwssites.

Bescherming van de redactionele onafhankelijkheid van Europese media is het hoofddoel van de European Media Freedom Act (EMFA), zei Europees Commissaris Vera Jourová (Waarden en Transparantie) vorige week bij de presentatie van het wetsvoorstel. De Europese Commissie reageert met de wet vooral op de situatie in landen als Hongarije en Polen, waar de persvrijheid door overheidsbemoeienis zwaar onder druk staat.

„Staten moeten zich niet bemoeien met redactionele besluiten. Publieke omroepen moeten geen propagandakanaal van één partij kunnen worden”, aldus Jourová.

‘Gevaar voor de persvrijheid’

De wet moet verhinderen dat regeringen de financiering van publieke omroepen kunnen gebruiken als politiek drukmiddel. Daarnaast zou geen onduidelijkheid meer mogen bestaan over wie de eigenaren van mediabedrijven zijn. Het bespioneren van journalisten tijdens hun werk wil de Commissie verbieden.

Lees ook: Zo knevel je de kritische pers in Midden-Europa

Grote mediaplatforms als Facebook en Twitter moeten media op de hoogte stellen als ze berichten van die media verwijderen – en de media moeten de mogelijkheid krijgen daartegen bezwaar te maken. En er zou een onafhankelijke Europese Mediaraad moeten komen, een samenwerkingsverband van de nationale toezichthouders van de lidstaten. Die Raad zou een adviserende en toezichthoudende rol op de mediamarkt krijgen - volgens critici onnodige Brusselse bemoeizucht.

NDP Nieuwsmedia prees meteen de „lovenswaardige intentie” van het wetsvoorstel, maar noemde het ook „in deze vorm een gevaar voor de persvrijheid”.

„Wij begrijpen heel goed dat de EU zoekt naar een instrument om te reguleren, zodat je de persvrijheid naar een hoger plan kan trekken in lidstaten die een zwakke persvrijheid kennen’’, zegt directeur Herman Wolswinkel. „Maar in landen met een sterke traditie van persvrijheid kan reguleren risico’s met zich meebrengen.”

Rode lijnen

„Dat zit in de oprichting van zo’n Europese Mediaraad. Maar ook in het voorschrift dat mediaorganisaties maatregelen moeten nemen om redactionele onafhankelijkheid te garanderen. Wij zijn heel erg vóór redactionele onafhankelijkheid, maar in Nederland hebben we juist een traditie dat de overheid daarbij niets voorschrijft aan in elk geval de geschreven nieuwsmedia. Als je zo’n principiële stap zet, van niet reguleren naar reguleren van media, dan verdient dat in elk geval nadere onderbouwing.”

Hoewel het Europees Parlement en de Raad van EU-ministers het wetsvoorstel nog moeten bespreken en beoordelen, twijfelt Jan Fager, woordvoerder van de Zweedse koepel van uitgevers TU, er niet aan dat de wet er „in één of andere vorm” zal komen. „We begrijpen dat er iets moet gebeuren en de wet bevat goede elementen. Maar voor ons zijn er twee rode lijnen.

„Wij vinden dat de beoordeling van fusies en overnames bij nationale toezichthouders moet liggen, niet bij Europese, zoals de Europese Commissie wil. Wij hebben afgelopen jaren veel fusies gezien, vooral op de lokale en regionale krantenmarkt in Zweden, die voorkomen hebben dat kranten ten onder zijn gegaan.

„Ons andere bezwaar richt zich tegen het idee van een Mediaraad. Je moet je afvragen of het een goed idee is als bijvoorbeeld Duitse, Franse of Spaanse toezichthouders mede bepalen wat is toegestaan op de nationale mediamarkt in Zweden of Nederland.” Fager hoopt dat zijn land, als het per 1 januari het roulerend voorzitterschap van de EU overneemt, zijn stempel kan drukken op de uiteindelijke vorm van de mediawet.

De koepel van Europese journalisten-organisaties EFJ heeft ook bedenkingen bij de Mediaraad, zegt directeur Renate Schroeder. „Maar verder begrijpen we niet waar de uitgevers bang voor zijn.”

EFJ en andere persvrijheid- en mensenrechtenorganisaties verwelkomen het wetsvoorstel juist als manier om de persvrijheid en pluriformiteit van de media in Europa te versterken. „Het is heel, heel belangrijk dat er meer transparantie komt over wie het eigendom heeft van nieuwsorganisaties”, zegt Schroeder. „En ook dat bijvoorbeeld de Hongaarse premier Viktor Orbán het uitdelen en intrekken van staatsgelden niet meer kan gebruiken om bepaalde media te bevoordelen en andere te benadelen.”

Zij betreurt dat het wetsvoorstel niet verder gaat. „Zo staat er nu in dat overheden transparant moeten zijn over hun uitgaven aan advertenties in media. Maar dat geldt alleen voor regionale mediamarkten van minstens een miljoen mensen – wat betekent dat het in Hongarije alleen voor Boedapest geldt, en niet in de rest van het land.”