Olivier Diepenhorst, Abke Haring (haar rol wordt overgenomen door Alwin Pulinckx) en Ingmar Heytze. Foto Benning&Gladkova

Interview

Dichter Ingmar Heytze debuteert als toneelschrijver: ‘Ik dacht: dat doe ik wel even’

Toneeltekst Voorafgaand aan het schrijven van zijn toneeldebuut ‘De wanen’, woonde dichter Ingmar Heytze een zomer bij een psychiatrische instelling. „Uiteindelijk is het de opdracht van elk mens om rust te vinden in je lot, met welk wereldbeeld of in welke waan je dat ook bereikt.”

‘Ik dacht: een toneelstuk schrijven, dat doe ik wel even.” Dichter Ingmar Heytze lacht hard. „Dat bleek dus mooi niet waar. Het werd eigenlijk pas iets, toen de dramaturg na een aantal versies tegen me zei: ‘Je bent toch dichter? Schrijf dan gedichten. Maken we er later wel een toneelstuk van.’”

Zijn toneeldebuut De wanen gaat dit weekend in première in Theater Bellevue in Amsterdam. Het is een associatieve theatermonoloog over een man (gespeeld door Alwin Pulinckx) die zich voortdurend afvraagt welke werkelijkheid nu waar is. Een „psychiatrische hypochonder”, noemt Heytze het personage: iemand die zich voortdurend inleeft in wanen van anderen. „Het idee vloeit voort uit een probleem dat me al een groot gedeelte van mijn leven bezighoudt: hoe kun je weten of je wel of niet gek bent? Een kwestie waar je nooit antwoord op krijgt.”

Ingmar Heytze (1970) schreef – onder meer als stadsdichter van Utrecht – meer dan 700 gedichten, was jarenlang columnist en treedt veelvuldig op met eigen werk. Zijn twaalfde dichtbundel Met wat geluk verschijnt dit najaar bij Uitgeverij Podium. Een nieuwe toneeltekst schrijven was onbekend terrein, wel vertaalde hij op verzoek van regisseur Olivier Diepenhorst in 2017 twee korte stukken van de Britse toneelschrijver Steven Berkoff. Diepenhorst tekende ook nu voor de regie van De wanen.

Psychiatrische instelling

Het idee voor de voorstelling ontstond toen Heytze in de zomer van 2011 een aantal maanden verbleef in Het Vijfde Seizoen, een kunstenaarsresidentie op het terrein van een psychiatrische instelling in Den Dolder. Daar sprak hij met patiënten en psychiaters, liep mee met therapiesessies en verdiepte zich in psychiatrische stoornissen. Fascinatie voor wanen had hij al van jongs af aan. „Mijn moeder werkte vroeger in de krankzinnigenzorg – zo heette dat toen nog – en kwam altijd thuis met bijzondere verhalen. Er was bijvoorbeeld een man die ervan overtuigd was dat hij het weer maakte. Stond-ie bij het raam, begon het te regenen, stelde hij tevreden vast: dat heb ik gedaan.”

Hoe kun je weten of je wel of niet gek bent?

Wanen hebben voor buitenstaanders misschien een romantische of poëtische kant, uiteindelijk is het meestal een uitingsvorm van een ernstige fysieke hersenstoornis. „Je hebt mensen die helemaal in hun waanwereld zijn beland. Ik kan me voorstellen dat je dan nog best gelukkig kan zijn. Maar er zijn ook veel mensen die weten dat ze waanbeelden hebben. Dat lijkt me heel eenzaam, omdat je er steeds mee geconfronteerd wordt dat je rondloopt in een wereld die jou nooit zal begrijpen. Uiteindelijk probeert toch elk mens om rust te vinden in je lot, met welk wereldbeeld of in welke waan je dat ook bereikt. En dat is niet makkelijk. Ik ben er althans niet goed in.”

Het schrijfproces was „een wilde rit”, vertelt hij. „Ik ontdekte al snel dat ik helemaal geen theater kon schrijven. Ik trapte in alle beginnersfouten: ik had de neiging om alles voortdurend uit te leggen en had er nooit bij stilgestaan wat het inhoudt om vanuit een karakter te schrijven. Waarom zegt het personage wat-ie zegt, welke ontwikkeling maakt-ie door? Allemaal dingen waar ik me als dichter nooit mee bezighoud.”

‘Mijn werk zit erop’

Zijn tekst is gedurende de repetitieperiode „flink uitgebeend”, hoorde hij van de regisseur. Uitstekend, vindt Heytze. „Als dichter ben ik het gewend: als iemand een gedicht van me pakt en daar een liedje van maakt, denk ik: prima, mijn werk zit erop, doe ermee wat je wilt. Dat geldt hier ook. Ik hoef het mijn bek niet uit te krijgen op dat podium.”

Wat hij met dit stuk bij het publiek wil teweegbrengen? „Nog zoiets waar ik als dichter nooit over nadenk, los van het nogal tandeloze ‘als iemand zich na het lezen of beluisteren van mijn gedichten ietsje beter voelt dan daarvoor, is het al heel wat.’ Voor mijn poëzie geldt: ik stop er iets in, en een ander haalt er het liefst iets heel anders uit. Een gedicht is meestal beter gelukt als mensen niet een-op-een begrijpen wat ik ermee bedoelde: poëzie is geen bijsluiter. Voor toneel geldt dat in het kwadraat, omdat acteurs, regie, decor, licht en geluid allemaal kelders onder die tekst openklappen waarvan ik niet wist dat ze er zaten.”

Wat deze voorstelling vertelt over de maatschappij, noemt hij een ‘dunne kwestie’. „Je kan er natuurlijk van alles opplakken, over een samenleving waarin mensen elkaar heel snel waanbeelden toedichten: iemand die vraagtekens zet bij vaccinatie is een wappie, iemand die dat niet doet een schaap.” Maar dit soort boodschappen zijn bedoelingen achteraf, benadrukt hij. „Voor mij is het gewoon een lang, theatraal gedicht over wat mensen zich allemaal in hun hoofd kunnen halen.”

De wanen speelt van 22/9 t/m 16/10 in Theater Bellevue, Amsterdam (12:30u). Première 25/9. Inl: theaterbellevue.nl