Anna Bijnsstraat

Op het bordje | Amsterdam Wie zijn die mensen naar wie straten, pleinen en bruggen zijn vernoemd? Waarom hebben de straten in een wijk dat ene thema? NRC bekijkt de Amsterdamse straatnaambordjes. Aflevering 68: de Anna Bijnsstraat in Geuzenveld-Slotermeer.

Foto Pepijn Kouwenberg

Het mini-theater Van Deyssel, gelieerd aan het Frascati Theater, kijkt uit op een onopvallende straat met woonhuizen in Nieuw-West die is vernoemd naar Anna Bijns (1493 - 1575). Een treffende locatie, want deze laat-middeleeuwse Antwerpse dichteres wijdde haar leven aan de kunsten in een tijd dat dit nog puur een mannenzaak werd geacht te zijn.

Anna werd geboren als dochter van een kleermaker die zijn achternaam mogelijk dankt aan het Henegouwse stadje Binche; Bijns in het Nederlands. Van haar vader is één gedicht bewaard gebleven en bekend dat hij zich in rederijkerskringen begaf. Mogelijk kreeg Anna de liefde voor de poëzie van hem mee en sommige biografen denken dat zij als jonge vrouw mogelijk anoniem deelnam aan dichtwedstrijden in de rederijkerskamer. Dat kwam vaker voor, maar altijd in het geheim: vrouwen mochten geen lid worden van de organisatie.

Bijns werkte tot zeker haar 80ste levensjaar als lerares, maar is vooral bekend geworden van haar ‘refreinen’ die vaak moraliserend van aard waren, met ruimte voor humor en ironie. Bijns werd volwassen net voor de Reformatie en de strijd tussen de katholieke kerk en hervormer Maarten Luther. In die laatste zag zij als devoot katholiek een vertegenwoordiger van ketterij en geloofsverval, die zij in veel van haar polemische gedichten met felle bewoordingen bestreed. Het lutherse idee om als christen zelf de Bijbel te lezen werd door Bijns als volkse overmoed gezien „Schrifture wordt nu in de taveerne gelezen, / In d’een hand d’evangelie, in d’ander den pot” – waarbij we wel kunnen raden wat er in die pot zat.

De contrareformatie kon de goed leesbare, ritmisch rijmende gedichten goed gebruiken als strijdmiddel tegen de lutheranen. Zowel de franciscanen als de nieuw tijdens de Renaissance opgekomen humanisten prezen haar werk. Literatuurwetenschappers hebben haar scherpe gevoel voor taal, techniek en rijm eeuwenlang bewierookt en Bijns werd ook wel ‘de Brabantse Sappho’ genoemd.

Anna Bijns bleef ongetrouwd en schreef kritisch (en met humor) tegen het huwelijk, zeer opmerkelijk in de tijd waarin zij leefde. Ze noemde vrouwen die voor de echt kozen dom en een van haar bekendste gedichten heet ‘Het is goet vrouwe syn, veel beter heere’, waarin zij haar vrouwelijke tijdgenoten oproept om vooral „ongebonden” te blijven: „Blyft ongebonden dan; / och! de vryheyt moet syn gebenedyt. / Vroukens, wie ghy syt, al crychdy eenen goeden Jan: / ongebonden best, weldich wyff sonder man.”

De Anna Bijnsstraat kent aan de ene kant appartementen en aan de overzijde rijtjeshuizen en eindigt in een bescheiden grasveldje. In 1953 kreeg de straat zijn huidige naam. Van 1985 tot 2014 werd jaarlijks de Anna Bijns Prijs uitgereikt aan een vrouwelijke dichter of prozaschrijver.

Foto Pepijn Kouwenberg
Heeft u zelf een leuke tip voor een bordje van straat, plein, brug, plantsoen of dat ene onbekende nauwe steegje in Amsterdam dat de moeite waard is uit te lichten? De redactie ontvangt graag uw suggestie! Mail naar amsterdam@nrc.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.