Ach, dat heerlijke rondje antiquariaten

Boeken in de stad | Amsterdam Guus Luijters schrijft op gezette tijden over boeken en boekhandels in Amsterdam.

Boeken in de stad

Amsterdam, stad van antiquariaten! Ach, dat heerlijke rondje antiquariaten dat je tot voor kort nog lopen kon en dat begon bij Vuyk op het Singel. Wout Vuyk had altijd iets moois in zijn overladen etalage staan, en altijd onbetaalbaar zodat je je er geen zorgen over hoefde te maken. Binnen was het niet veel anders, want wat je ook uitkoos, meestal zei meneer Vuyk „dat verkoop ik liever niet”. Het mag dan ook een wonder heten dat ik er in geslaagd ben de prachtige eerste, uit 1904 daterende druk van Ter Haars Onze Vlinders met al die broze prenten van dag- en nachtvlinders van hem los te weken.

Van Vuyk ging het naar Brinkman, een eindje verder op het Singel, de laatste der Mohikanen inmiddels, met zijn bakken voor de deur waar nooit iets in stond dat ik hebben wou, maar waar ik nog altijd graag naar binnen ga. En vandaar naar de Rosmarijnsteeg voor het serieuzere werk, bij Straat en de Friedesche Molen. Als je bij Straat het stenen stoepje opging, kwam de heerlijke geur van boeken je al tegemoet. Wat me ook beviel, was dat mevrouw Straat altijd precies op dezelfde plaats zat als waar je haar de vorige keer had achter gelaten.

Net als Poes Bus, zo genoemd omdat ze als jong poesje in de brievenbus was gevonden, een zeer aaibare poes, zoals de meeste winkelpoezen. Op zolder leek tijd niet te bestaan en als hij al bestond, bestond hij alleen als beneden iemand bedachtzaam een pagina omsloeg. Ik zat er vaak op de grond de onderste planken uit te pluizen, want daar, en op de bovenste plank natuurlijk, zo had ik al vroeg in mijn carrière als antiquariatenloper geleerd, bevonden zich de vondsten. Als ik iets ontdekt had wat ik hebben wilde, deed ik een kleine aanbetaling en liet het wegleggen. Veel geld in je zak is gevaarlijk als je je op het antiquariatenpad begeeft.

Bij de buren, de Friedesche Molen, werkte een vrouw die me vertelde dat ze in Harar had gewoond. Het huis van Rimbaud trok daar nog altijd veel belangstellenden zei ze. Behalve dat Rimbaud nooit in dat huis gewoond heeft, zei ik, waarna we een gesprek over Rimbauds Hararse avonturen voerden, dat voor mij aanleiding was om razendsnel naar huis te fietsen en aan een boek over Rimbaud te beginnen, De rotstreken van Arthur Rimbaud ging het heten.

Na de Rosmarijnsteeg moesten er keuzes worden gemaakt. Naar de Bergstraat waar de lichtekooien op de bakken van meneer Fukkink pasten? Naar de papierbergen van de Kloof op de Kloveniersburgwal? Toch weer eens bij Kok kijken? Na lang dubben ging het altijd richting Jan, van Egidius, in de Haarlemmerstraat. (wordt vervolgd)

Guus Luijters schrijft op gezette tijden over boeken en boekhandels in Amsterdam.

Lees ook: Dat ene boek uit het antiquariaat dat verdween

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.