Reportage

Voor Irak is het ene scenario nog hopelozer dan het andere

Crisis in Bagdad Het geweld van vorige maand was nog maar een voorproefje wat Irak te wachten staat als het conflict tussen sjiitische groepen er escaleert. ‘Als Al-Sadr een burgeroorlog wil, volg ik zijn bevelen op.’

Hussein Salim Mohammed ligt op bed met een portret van Moqtada al-Sadr. Hij raakte eind augustus gewond toen hij samen met andere aanhangers van Sadr de Groene Zone in Bagdad bestormde.
Hussein Salim Mohammed ligt op bed met een portret van Moqtada al-Sadr. Hij raakte eind augustus gewond toen hij samen met andere aanhangers van Sadr de Groene Zone in Bagdad bestormde. Foto Melvyn Ingleby

Hussein Salim Mohammed ligt al drie weken op bed met zijn been in het gips. In de hoek van zijn kamertje in een volkswijk in Bagdad voert een ronkende airconditioner een verloren strijd tegen de Iraakse zomerhitte. Aan de muur hangt een portret van de Iraakse politicus en sjiitische geestelijke Moqtada al-Sadr.

Mohammed (23) raakte gewond toen hij eind augustus met duizenden andere aanhangers van Moqtada al-Sadr de Groene Zone in Bagdad bestormde. In dat regeringsdistrict raakten de Sadristen in gevecht met de Volksmobilisatie-eenheden, eveneens een sjiitische militie. Een dag lang bestookten de twee sjiitische rivalen elkaar met kalasjnikovs, mortieren en granaten, totdat Sadr zijn mannen terugfloot. In totaal vielen er zeker dertig doden en zeshonderd gewonden.

„Mijn moeder was trots op me toen ik uit het ziekenhuis terugkwam”, zegt Mohammed. „Ze zei: als je de volgende keer sterft en een martelaar wordt, maak je me nóg trotser.” Zijn vader knikt tevreden en Mohammed doet er nog een schepje bovenop. „Wij offeren alles op voor Seyyid [een islamitische aanduiding van respect] Moqtada al-Sadr. Zijn visie kent geen grenzen, dus ik denk dat hij een burgeroorlog zal voorkomen. Maar als hij een burgeroorlog wil, volg ik zijn bevel op.”

Lees ook Moqtada al-Sadr zet Iraakse politieke crisis op scherp. Wie is deze geestelijke, die beschikt over een eigen leger?

Het lot van Irak hangt aan een zijden draadje. Bijna een jaar na de verkiezingen van afgelopen oktober zit het land nog altijd zonder regering. Sadr behaalde destijds de meeste zetels, maar niet genoeg om de kabinetsformatie naar zijn hand te zetten. Uit frustratie liet hij in juni zijn 73 parlementariërs opstappen. Sindsdien probeert de gehaaide populist zijn wil via de straat door te drukken.

De huidige rust in Bagdad lijkt slechts een stilte voor de storm. Sadrs sjiitische rivalen, die de grootste fractie werden in het parlement nadat de Sadristen waren opgestapt, hopen het parlement deze of volgende week te heropenen om de kabinetsformatie door te zetten. De vraag is hoe Sadr hierop zal reageren – en hoeveel geweld daaraan te pas zal komen.

„De huidige impasse is onhoudbaar”, zegt Jeanine Hennis-Plasschaert, VN-gezant in Irak en in Nederland beter bekend als voormalig minister van Defensie (VVD). „Sadr kan het land niet eindeloos gijzelen. Deze machtsstrijd duurt nu al elf maanden, terwijl het land schreeuwt om fatsoenlijk bestuur.”

‘We wachten op Sadrs bevelen’

Maar in Sadr City, een enclave van Sadristen in het noorden van Bagdad, klinkt eerst nog de roep om wraak. Hussein Abbas (38) is naar het vrijdagmiddaggebed gekomen met een ingelijste foto van zijn vriend Ali, die tijdens de laatste bestorming van de Groene Zone om het leven kwam. „Dit gebedsmatje was van hem”, zegt hij, wijzend op het kleedje waarop Ali’s foto staat. „We zullen de onschuldige levens wreken.”

Wanneer precies, dat weet Abbas niet. „We nemen geen eigen beslissingen, we wachten op de bevelen van Seyyid Moqtada al-Sadr”, zegt hij. Ook de imam die het gebed leidt, sjeik Mohamed al-Lami, waagt zich niet aan eigen voorspellingen. „Alle antwoorden op Iraks problemen kunt u vinden op het Twitteraccount van Seyyid Moqtada Sadr”, zegt de imam in klassiek Arabisch.

Aanhangers van Moqtada al-Sadr tijdens het vrijdagmiddaggebed in Sadr City, een volkswijk in Bagdad. Foto Melvyn Ingleby

Sadrs aanhang wordt geschat op enkele miljoenen (Irak telt 40 miljoen inwoners). Hij dankt zijn aanzien aan zijn vader Mohammed Sadeq Sadr, een sjiitische geestelijke die in verzet kwam tegen Saddam Hussein en dit in 1999 met de dood bekocht. Met name armere sjiieten krijgen de liefde voor de Sadr-dynastie met de paplepel ingegoten. „Wanneer ik als kind moest huilen, gaven mijn ouders me een foto van Seyyid Moqtada al-Sadr”, zegt de gewonde Mohammed. „Daar werd ik rustig van.”

De laatste jaren wist Sadr zijn populariteit flink uit te breiden. Hoewel hij zelf lange tijd een goede relatie met Iran had, schildert hij zijn sjiitische rivalen steevast af als Iraanse pionnen. Daarnaast presenteert Sadr zichzelf als een man van het volk die het opneemt tegen een corrupt politiek systeem.

Sadr die zegt dat hij anti-establishment is, is ongeveer net zo overtuigend als Donald Trump die zegt dat hij niet bij de elite hoort

Fanar Haddad Irak-expert, Universiteit van Kopenhagen

„Maar Sadr is zelf juist een steunpilaar van dat systeem”, zegt Fanar Haddad, Irak-expert aan de Universiteit van Kopenhagen. „Sadr die zegt dat hij anti-establishment is, is ongeveer even overtuigend als Donald Trump die zegt dat hij niet bij de elite hoort. Het is pure retoriek bedoeld om zijn ware doel te verhullen: hij wil de machtigste politicus van het sjiitische kamp en daarmee van Irak worden.”

Sadrs rivalen hebben zich verenigd in het zogeheten Coördinatiekader, een verbond van sjiitische partijen en bijbehorende milities dat kan rekenen op steun uit Iran. De voornaamste politicus daarbinnen is oud-premier Nouri al-Maliki, een aartsvijand van Sadr. De haat en nijd tussen de twee bereikten een hoogtepunt toen in juli opnames uitlekten waarin Maliki zinspeelt op een oorlog tegen Sadr en hem omschrijft als een ‘lafaard’, ‘verrader’ en ‘onbenul’.

Maar naast het uitvechten van persoonlijke vetes gaat de strijd tussen de sjiitische groepen vooral ook om financiële belangen. Sadrs rivalen eisen een rol in de toekomstige regering omdat ze net als de Sadristen azen op de baantjes en het geld die ministeriële posten in het corrupte Irak opleveren. Nu Sadr uit het parlement is gestapt, zien zij hun kans schoon en proberen ze Soennitische en Koerdische partijen zover te krijgen om een regering met hen te vormen.

Om nieuw geweld te voorkomen doet VN-gezant Hennis-Plasschaert er alles aan om de sjiitische partijen dichter tot elkaar te brengen. Dat valt niet mee, vertelt ze telefonisch. Sadr weigert vooralsnog deel te nemen aan een dialoog, en ook binnen het Coördinatiekader bestaat veel onderling wantrouwen. „Het gevolg is dat er talloze initiatieven om uit de crisis te komen naast en door elkaar lopen.”

Volgens de VN-gezant zijn er grofweg twee scenario’s. In het eerste, minst slechte scenario gaat Sadr met zijn rivalen om de tafel, doet het Coördinatiekader enkele concessies en komt er een regering die door Sadr wordt gedoogd. Zo’n regering zal overigens vrijwel zeker vervroegde verkiezingen uitschrijven, want daar dringen beide kanten inmiddels op aan.

Lees ook Verkiezingen in Irak: Verdeelde Irakezen willen geen verdeelde staat meer

„Het is de wereld op zijn kop”, zegt Hennis-Plasschaert. „De VN heeft zo’n 34 miljoen euro uitgetrokken om de laatste verkiezingen in goede banen te leiden. Mede daardoor was die stembusgang de meest transparante sinds 2005. Dan kan je niet alsmaar nieuwe verkiezingen uitschrijven omdat de resultaten niet bevallen.”

Maar het kan nóg hopelozer. In een tweede scenario blijft Sadr zich verschuilen achter zijn Twitteraccount, houdt het Coördinatiekader geen rekening met zijn wensen en gaan de Sadristen weer de straat op. Een confrontatie tussen Sadrs militie Saraya al-Salam (‘Vredesbrigades’) en de talloze andere sjiitische milities kan dan uitmonden in een heuse burgeroorlog.

Traangas in de airco

Hoe dan ook zal het Iraakse volk de dupe zijn, weet slagersvrouw Kamila. De vrouw in zwarte chador, die niet met haar achternaam in de krant durft, zit met haar zwager Abbas in hun familieslagerij in het centrum van Bagdad. Haar winkel kijkt uit over de straten die eind augustus in een slagveld veranderden. Aan de vleeshaken in de vitrine hangen drie lamskadavers.

Kamila en haar neef Abbas in hun familieslagerij in Bagdad. Door het geweld in de buurt was de slagerij de hele zomer dicht. Foto Melvyn Ingleby

Tijdens de laatste gevechten konden Kamila, haar man en vier kinderen hun huis niet uit. „De kinderen waren zo verschrikkelijk bang. De hele dag en nacht hoorden we explosies. Het traangas kwam naast ons huis terecht en kwam via de airconditioning naar binnen. We zijn bijna gestikt.”

Door de onrust was Kamila’s zaak de hele zomer dicht. Ze verloor al haar inkomsten en kon haar elektriciteitsrekening niet meer betalen. Daardoor deed de vriezer het niet meer en moest ze haar vleesvoorraad weggooien. Als de rust niet terugkeert, is het met haar slagerij gedaan.

„Waarom gebeurt dit?”, zegt Kamila. „Wat is onze misdaad? Ik ben al blij als ik genoeg geld verdien om aubergines en tomaten te kunnen kopen. Waarom kunnen die politici dan niet tevreden zijn met hun miljoenen?”

De slagersvrouw weet het antwoord al. „Het komt doordat onze politici verwende kinderen zijn”, zegt ze. „Ik hoop dat God hen zal straffen.”