Vincent van Gogh, Stilleven met fritillaria’s (1887, detail), omgeven door voorwerpen die terug zijn te vinden op schilderijen van Van Gogh.

Foto’s Van Gogh Museum, Tom Haartsen, collectie Martin Bailey

In Van Goghs beroemde vaas zonnebloemen zat eerst vet

De dingen van Van Gogh Alexandra van Dongen onderzocht de voorwerpen op de schilderijen van Van Gogh. Dingen bieden aanknopingspunten voor datering en schilderstijl. En ze laten zien hoe Van Gogh de werkelijkheid verslond.

Vroeger waren er water- en vuurwinkels, winkels waar je kokend water en verschillende soorten vuurtjes kon kopen; gloeiende kolen om een kachel of een stoof mee te vullen. Vincent van Gogh schrijft erover in een brief uit 1882: „Sien en ik hebben dagen achtereen van ’s morgens tot ’s avonds als ware bohemiens er voor in de duinen gecampeerd, wij namen brood mee en een zakje koffij en halen dan heet water bij een water en vuur vrouw op Schevening.”

De brief wordt aangehaald in het nieuwe boek Dichter bij Vincent. Alledaagse voorwerpen in het werk van Vincent van Gogh. Er staan meer vergeten gebruiken en voorwerpen in dit boek, geschreven door Alexandra van Dongen, conservator historische vormgeving bij Museum Boijmans Van Beuningen. Wie kent de luciferhouder, een geribbeld porseleinen potje? Je kon een lucifer doen ontbranden door het kopje langs de ongeglazuurde ribbeltjes aan de buitenkant te strijken. Van Gogh schilderde er in 1887 een in Parijs op het doek Agostina Segatori in Le Tambourin. De verfstreken die het potje weergeven zijn niet alleen verfstreken, ze doubleren hier als de ribbels van de luciferhouder.

Van Dongen ontdekte op meer schilderijen voorbeelden waarbij een vrije schildertechniek een realistische weergave dient, bijvoorbeeld op zijn Vaas met Chinese asters en tuingladiolen, uit 1886. Dit vaasje blijkt een likeurkannetje, gedecoreerd met ‘boombast glazuur’, wat de dikke verfkronkel op het schilderij verklaart.

Van Gogh gebruikte vaker dingen als vazen die eigenlijk geen vazen waren. Zo staan bijvoorbeeld de beroemde zonnebloemen die Van Gogh in 1889 in Arles schilderde niet in een vaas maar in een vetpot. Deze vetpotten, met een geglazuurde binnenkant en een half geglazuurde buitenkant, werden onder meer gebruikt voor het bewaren van bakvet en de grotere exemplaren voor het inmaken van eend, de confit de canard. Van Dongen vertelt in welke fabrieken ze werden gemaakt in de negentiende eeuw, in de Provence en in Castelnaudary, nog steeds de wereldhoofdstad van de cassoulet, een bonenschotel waar altijd ingemaakte eend in gaat. Die wordt nu vooral in blik verkocht. De potten bestonden met geel en met groen glazuur; het is niet verwonderlijk dat Van Gogh voor de zonnebloemen uiteindelijk een gele koos. Een groene met oren gebruikte hij later weer, toen hij in 1890 in het gesticht in Saint Remy en Provence verbleef, voor een stilleven met witte rozen.

Ook een Normandische melkkan gebruikte Van Gogh als vaas, voor een stilleven met fritillaria’s uit 1887. Het is een ronde kan van messing waar ze op boerderijen in Frankrijk melk in vervoerden. In het boek staat een pasteltekening van Millet, een van Van Goghs helden, waarop een vrouw met water uit een houten emmer zulke ronde melkkannen schoonspoelt, en een ansichtkaart waarop een meisje er een op haar schouder torst. Om de hals van de kan is een touw gebonden waarmee ze hem in evenwicht houdt. Het ziet er heel anders uit dan het juk met twee emmers dat in Nederland gangbaar was.

Vincent van Gogh, Zonnebloemen (1889) en de vetpot als vaas. Deze potten, met een geglazuurde binnenkant en een half geglazuurde buitenkant, werden onder meer gebruikt voor inmaken en voor het bewaren van bakvet.Foto’s Van Gogh Museum, collectie Martin Bailey

Zijn we nu afgedwaald? Wat is het nut van informatie en speculatie over oude vazen en kannen? Het gaat toch vooral om hoe Van Gogh geschilderd heeft, niet wat? Kan het schelen dat hij een vaas of een vetpot of een melkkan schilderde, het gaat om iets anders, zijn vuur, zijn visie? Of is Van Gogh zo beroemd dat alles wat we over hem kunnen weten interessant is? Als een bh van Marilyn Monroe, een lepel van Gandhi, een kam van Neil Armstrong, een stukje door Britney Spears gekauwde kauwgum (ja allemaal op veilingen verkocht, deze dingen). Handtekeningen. Relieken.

Misschien biedt deze strofe uit Van Goghs brieven, eerder dit jaar tot poëzie gemaakt door Ramsey Nasr in de bundel Wij waren onder de betovering een uitweg:

„ik kan [...] wil [...] mag niet leven zonder liefde in afwachting daarvan verslind ik [...] de werkelijkheid”

Van Gogh schreef opmerkelijk gedetailleerd over de voorwerpen die hij schilderde

Alexandra van Dongen wijst aan de telefoon nog op een aantal praktische en kunsthistorische voordelen van haar type onderzoek: zo kan de oorspronkelijke kleur van een object iets zeggen over het kleurgebruik van Van Gogh en over de latere verkleuring van een schilderij of helpen bij het dateren van schilderijen. De steelpan van aardewerk die te zien is op Stilleven met aardappels is bijvoorbeeld een Franse steelpan uit Vallauris, waardoor het onwaarschijnlijk is dat dit stilleven in 1885 in Nuenen is geschilderd. Zulke pannen kwamen pas in de twintigste eeuw naar Nederland, als fonduepan.

Net als Ramsey Nasr vlooide Van Dongen de brieven van Van Gogh door en vond veel passages waar hij opmerkelijk gedetailleerd over de voorwerpen die hij schilderde schreef. Op 20 mei 1888 schreef hij aan zijn broer Theo: „Ik heb deze week twee stillevens gemaakt. Een koffiekan van blauw geëmailleerd ijzer, een kopje (links) in koningsblauw en goud, een lichtblauw en wit geblokte melkkan, een wit kopje – rechts – met blauw en oranje dessin op een schoteltje van grijsgeel aardewerk, een kan van blauw slib-aardewerk of majolica met rood-groen-bruin dessin, ten slotte 2 sinaasappels en 3 citroenen; op tafel ligt een blauw kleed, de achtergrond is groengeel, dus 6 verschillende blauwen en 4 of 5 gelen en oranjes.”

Vincent van Gogh, Stilleven met fritillaria’s (1887) en een melkkan als vaas. In zulke kannen van messing werd op boerderijen in Normandië melk bewaard.Foto’s Van Gogh Museum

Opvallend is – of niet – dat Van Gogh schilderde wat voorhanden was. Niets bijzonders. „Als je Van Gogh van Nuenen naar Arles volgt, kloppen de voorwerpen met wat op die plek en in die tijd voorhanden was”, zegt Van Dongen. Soms kocht hij spullen op een rommelmarkt, vaker gebruikte hij wat er was, al is daarbij ook niet alles wat het lijkt. De witte mokken op De aardappeleters waren geen speciale boerse koffiekoppen, het was industrieel aardewerk uit Maastricht, van de Regout-fabriek of de Société Céramique, dat, zoals Van Dongen zegt, „iedereen toen gebruikte”.

Ansichtkaart waarop een meisje een Normandische melkkan op haar schouder torst.

Van Dongen deed een deel van haar onderzoek in het Vincent van GoghHuis in Zundert, Van Goghs geboortedorp, als eerste curator in residence. Daar is nu ook een tentoonstelling te zien die ze inrichtte samen met André Smits & Monika Dahlberg, die er verbleven als artists in residence. Er zijn geen schilderijen van Van Gogh te zien maar wel een aantal van de voorwerpen die hij schilderde. Soms gaat het om voorwerpen van het type dat hij schilderde, zoals een petroleumlamp of een lampetkan, soms om voorwerpen die hij daadwerkelijk geschilderd heeft, zoals de Franse likeurkan en de Normandische melkkan, die door Jo van Gogh-Bonger, de weduwe van Vincents broer Theo, altijd bewaard zijn en bij haar thuis in Amsterdam op de kast stonden, zoals op een aantal foto’s is te zien.

Jo Bonger bezat ooit ook het vurenhouten bed van Van Gogh dat op het schilderij De slaapkamer uit 1888 is te zien. In het verhaal over dit bed komt veel geschiedenis samen. Na de zelfmoord Van Vincent van Gogh nam zijn broer Theo het mee naar huis. Het kwam uiteindelijk terecht in de villa in Laren van diens zoon Vincent Willem. Deze Vincent wilde de bedden aan Arles schenken voor het Gele Huis, dat een museum zou worden. Maar het gele huis werd in 1944 verwoest. Het bed werd in 1945 door Vincent aan het Rode Kruis gedoneerd. Het kwam waarschijnlijk terecht in Boxmeer, een gemeente in Brabant die door de oorlog zwaar getroffen was. Er is nog een foto van de hulpactie ‘Laren helpt Boxmeer’, waarop vrachtwagens vol goederen te zien zijn. Misschien zit in een van die vrachtwagen wel het bed van Van Gogh. Van Gogh-deskundige Martin Bailey heeft een paar jaar geleden geprobeerd het bed te vinden, maar dat is niet gelukt. Misschien slaapt er nog iemand in. Het is niet uit te sluiten.

Vincent van Gogh, De aardappeleters (1885) en de witte mokken. Aardewerk uit Maastricht dat iedereen toen gebruikte, niet alleen boeren.Foto’s Van Gogh Museum, Tom Haartsen

Een bed is nog steeds een bed. De meeste voorwerpen op de schilderijen van Van Gogh zijn juist ouderwets geworden. Niemand gebruikt ze nog, zeker niet zoals ze bedoeld waren. Lampetkannen, melkkannen, luciferhouders, vetpotten, ze zijn verdwenen. De voorwerpen zijn ouderwetser geworden dan schilderijen, die nog steeds worden gemaakt. Vita brevis, ars longa. Misschien hebben een paar dingen weten te overleven als vaas. Oneigenlijk gebruik, zoals Vincent van Gogh ook al deed. Vita brevis, ars longa. In dit geval nog meer, want de gele vetpot had in het echt waarschijnlijk nooit kunnen blijven staan met zoveel lange, zware bloemen erin. Op Van Goghs schilderij valt hij niet om. „Ik ben ervan overtuigd dat Vincent voor zijn zonnebloemen een groter formaat van ditzelfde type aardewerk heeft gebruikt’, zegt Van Dongen. „We kennen alleen een klein overgeleverd model, ik ben nog steeds op zoek naar een grotere zonder oren.”

Nog niet alles is kunst. Bij mij in de keuken staat een jampotje, net zo een als Van Gogh in 1888 in Arles schilderde nadat hij er een bloeiend amandeltakje in had gezet. Het is zo’n glazen pot met ribbels en een rood en wit geblokte deksel, een imitatie van de rood met wit geblokte doek waarmee zo’n potje in Van Goghs tijd werd afgesloten. Er zit nog jam in.

Vincent van Gogh, Agostina Segatori in Le Tambourin (1887) en een geribbelde luciferhouder uit Limoges. De lucifer ontbrandde als je hem over ribbeltjes aan de buitenkant streek.Foto’s Van Gogh Museum, Tom Haartsen

Vincent van Gogh, Vaas met Chinese asters en tuingladiolen, 1886, en een een likeurkannetje, gedecoreerd met ‘boombast glazuur’.Foto’s Van Gogh Museum
Lees ook: Het beroemde bed van Vincent van Gogh is misschien nog ergens

Familieportret van Jo van Gogh-Bonger eind 1910, begin 1911 op de Koninginneweg 77 Amsterdam. Ze zit aan tafel met haar zoon Vincent Willem en haar tweede echtgenoot, Johan Cohen Gosschalk. Op de kast staan de melkkan en het likeurvaasje die Vincent schilderde. Foto Wikipedia