Avital Selinger.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Interview

Avital Selinger: ‘Nederlandse volleybalsters zijn de beste om mee te werken’

Avital Selinger Bondscoach volleybal

Avital Selinger (63) is bezig aan zijn tweede periode als bondscoach van de Nederlandse volleybalsters. Vrijdag begint hij met zijn team aan het wereldkampioenschap. „Een taart eten is lekker, maar je wilt ook zelf leren bakken.”

Hoe Avital Selinger (63) na jaren van omzwervingen in 2019 weer in Nederland terechtkwam? „Ik zat in de auto, ergens in het buitenland, en dacht: het is tijd. Tijd om terug te gaan naar Nederland. En toen ik heb Joop gebeld.” Joop, dat is Joop Alberda, de toenmalige technisch directeur van de Nederlandse volleybalbond. Tegen Alberda zei Selinger dat hij weer in het Nederlandse volleybal wilde werken. „En Joop zei: ‘Geef me drie dagen. Ik moet erover nadenken.’”

Alberda zag het zitten, en Selinger ging aan de slag bij de jeugdopleiding van het vrouwenvolleybal op Papendal. Zijn huis in Mijdrecht werd wederom zijn vaste onderkomen. Een jaar later werd hij opnieuw bondscoach van het nationale vrouwenteam, een functie die hij tot 2011 ook had vervuld.

Als bondscoach staat hij nu aan de vooravond van een bijzonder evenement: een WK volleybal dat naast Polen in Nederland wordt gehouden. Oranje speelt de eerste groepswedstrijd deze vrijdag in Arnhem tegen Kenia. De finale van het toernooi is op 15 oktober in Apeldoorn. Nederland heeft geen ‘gouden missie’. Zo goed als mogelijk presteren is altijd al het parool van Selinger geweest.

Voor Selinger en Alberda betekende de samenwerking een nieuwe start, nadat Selinger in 1996 als speler het ‘sportmoment van de eeuw’ had misgelopen, omdat Alberda, toen bondscoach, hem niet had geselecteerd voor de Spelen in Atlanta. Het Nederlandse volleybalteam veroverde er een historische gouden medaille. Vier jaar eerder was Selinger er nog wel bij, toen met zijn vader Arie aan het roer een zilveren medaille werd gepakt in Barcelona. Selinger – geboren Israëliër die al jaren in het Nederlands team speelde – was er openlijk boos over.

Maar die tijd is geweest, zegt hij in de kantine van Papendal. „Het is bijna dertig jaar geleden. Ik ben niet iemand van vroeger, vroeger, vroeger. Nee, nu! Dus, ja, Joop en ik, en dat moment: shit happens.” Hij is Alberda nu juist dankbaar, zegt Selinger, voor de kans om als bondscoach aan de slag te kunnen. „Joop heeft dat ook aangedurfd. En ik heb daarna met veel plezier met hem samengewerkt.”

Een kop groter

Selinger staat in aanloop naar het WK vrijwel dagelijks tussen de internationals. Hij doet af en toe ook zelf mee op de training tussen vrouwen van veelal 1,90 meter die een kop groter zijn dan hij. Voor hem is dat bekend terrein: zo was het ook bij de mannen, waar Selinger met zijn 1,75 meter als spelverdeler fungeerde.

„Alles staat al maanden in het teken van het WK”, zegt Selinger. „Dit is een van de grootste toernooien voor vrouwen in de wereld. En ik ken geen enkele andere sport waar het niveau internationaal bij de vrouwen zo hoog is als bij het volleybal. Het wordt wereldwijd al heel lang gespeeld. Veel langer dan vrouwenvoetbal bijvoorbeeld.” En nog een cruciaal verschil: het net hangt bij vrouwen lager dan bij mannen, waardoor het spel voor hen „veel makkelijker” op niveau te spelen is dan bij sporten waar dit soort aanpassingen niet zijn gedaan.

Sommige speelsters, zoals de gestopte Lonneke Sloëtjes, hebben zich uitgesproken over het drukke schema van profspeelster. De combinatie van clubvolleybal en het nationale team zou zwaar zijn.

Selinger tilt zijn handen op. „Topsport is een keuze, hè. Als je het te zwaar vindt, dan doe je het toch niet. Maar wat is de definitie van zwaar? Is dat anders voor Brazilianen? Of voor Serviërs? Overbelasting? Ja, dat kan. Sommigen hebben er last van, anderen minder.

„Het nationale team is een keuze. Het moet een eer zijn. Maar ik moet natuurlijk wel zorgvuldig omgaan met belasting. Er zijn mogelijkheden tot een aangepast programma. Maar in de topsport is het ook zo dat als je ruimte geeft aan een ander, dat die kan worden ingenomen. En voor de meiden is het nationale team heel belangrijk. Ze kunnen zichzelf in de kijker spelen, betere contracten krijgen.”

Wat meespeelt bij de druk die sommige speelsters ervaren, zegt hij, is dat een deel van hen volgens hem „te vroeg” naar het buitenland vertrekt, waar ze – in tegenstelling tot in Nederland – goed van de sport kunnen leven. „Iedere ouder zou zijn kind adviseren om een vervolgopleiding te doen. Maar in het topvolleybal is het: ‘Ben je achttien jaar? Go!’ Maar wie zit er te wachten op mensen die nog niet klaar zijn? Niet alleen technisch of fysiek, je bent ook voor het eerst uit huis. Je krijgt te maken met een nieuwe taal en cultuur.”

In het profvolleybal heb je „gemiddeld zeven topjaren”, zegt Selinger. „Wanneer ga je die inzetten? Als je te vroeg gaat, dan ben je snel op, terwijl je beste tijd nog moet komen: zo tussen je 25ste en je 32ste. Kijk maar eens naar grote basketballers als Michael Jordan of LeBron James. Die werden ook pas na jaren kampioen in de NBA.”

Avital SelingerFoto Dieuwertje Bravenboer

Toen u in 2020 begon als bondscoach nam u uzelf voor om beter te luisteren en samen te werken. Waarom?

„Ik denk dat het van deze tijd is. In Nederland wordt dat als coach ook van je verwacht. Dingen bespreekbaar maken. Speelsters moeten zich op hun gemak voelen.”

Het lukt hem ook niet altijd, vult hij later aan. „Het is mijn inténtie. Maar jezelf veranderen is niet eenvoudig.”

Waarom wilde u het anders doen?

„Mensen veranderen. Het leven is dynamisch. Ik ook. Voorheen zei ik vaak: ‘Hé meiden, zo is dat. En zo gaan we het doen.’ En je zag ook dat we daardoor goed werden. Maar ik realiseerde me: een taart eten is lekker, maar je wilt ook zelf leren bakken.

„Dit is overigens wel aangepast aan de Nederlandse cultuur. Want toen ik coachte in het buitenland, merkte ik dat speelsters niet wilden dat ik zo open was. In Poccn4 bijvoorbeeld, daar zeggen ze: ‘Waarom vraag je me hoe ik me voel? Het gaat er gewoon om dat ik doe wat jij zegt.’”

En werkt dat?

„Tuurlijk werkt dat. Denk jij dat de Russen niet goed zijn? Maar voor mij is het minder leuk. Als je niet zegt ‘rennen’, dan rennen ze niet. De Nederlandse speelsters zijn de beste ter wereld om mee te werken en te trainen. Voor mij tenminste. Maar je moet zorgen dat ze geen machines worden.”

Samen in Israël

In 2011 vertrok Selinger, nadat hij moest opstappen als bondscoach, naar het buitenland. Eerst naar Rusland, en daarna ook naar Israël, waar hij in 1959 werd geboren in een kibboets in Haifa. Over de verschrikkingen die zijn Pools-joodse familie in de Tweede Wereldoorlog had meegemaakt, werd thuis nooit gesproken, vertelde Selinger in 2009 tegen de Volkskrant.

Volleybal was wat Avital en zijn vader Arie bond. Vanaf 2014 werkten beide mannen zelfs allebei in Israël: Avital als bondscoach van het Israëlische mannenteam, terwijl zijn vader de Israëlische vrouwen trainde.

Arie Selinger, inmiddels dik in de tachtig, werkt nog steeds, als coach van een Israëlische eredivisieploeg. „Ik ben ook zo, ik zoek niet naar een moment om te stoppen. Het werken zorgt dat ik vitaal blijf.” Over volleybal spreken ze onderling niet meer, zegt hij. „Dat hebben we al genoeg gedaan. Er zijn belangrijker dingen in het leven.”

Eén daarvan: gezondheid. Vorig jaar werd Selinger geopereerd aan blaaskanker, die vroeg aan het licht kwam nadat hij last had gekregen van een niersteen. Selinger vertelde dat, naast zijn familie, ook aan de speelsters van het Nederlandse team. „Vijftien, twintig jaar geleden had ik het misschien voor mezelf gehouden.”

Waarom is dat?

„Dat zit in mijn karakter. Ik wil het niet groter maken dan het is.” Lachend: „Aanstellerij is nooit mijn sterkste kant geweest. Dat heeft ook met mijn achtergrond te maken, denk ik. Waar ik ben opgegroeid wordt niet over gevoelens gesproken. Een overlevingsmechanisme, denk ik. In de natuur worden beesten die zwak overkomen, opgejaagd. Misschien is dat het. En aangeven dat je het zwaar vindt, of dat je niet lekker in je vel zit, dat voelt als een teken van zwakte. Maar in de maatschappij is het tegenwoordig juist normaal om over dit soort dingen te praten.”

Gaat het u ook beter af?

„Ik heb er nu geen moeite mee. Maar ik breng het niet naar buiten omdat ik denk dat ik speciaal ben. In tegendeel. Ik doe het omdat het bespreekbaar moet zijn. Het is onderdeel van het leven.”

U hebt jarenlang in het buitenland gewerkt. Voelt Nederland als uw land?

„Ja, dat merkte ik nadat ik een jaar in Israël had gezeten. Nederland is mijn basis. Ik ben er wel klaar mee om de hele wereld over te rennen op zoek naar medailles. Mijn kinderen zijn hier. Alles. De stilte, de Hema, Albert Heijn … ik wil elke dag in mijn eigen bed slapen.”