Waar gaat het geld naartoe? Overal, om de crises van Nederland te bezweren

Rijksbegroting 2023 Het kabinet-Rutte IV investeert breed, blijkt uit de Miljoenennota: om de armoede tegen te gaan, om klimaatambities te halen, om de defensie op peil te brengen. De uitgaven voor landbouw en natuur stijgen – in verhouding – het meest. De problemen in het onderwijs zijn niet zomaar met extra geld op te lossen. En het kabinet wil heel veel woningen bouwen, maar de vraag is of dat gaat lukken.

Illustratie Jesse Ceelen

Geen ministerie zonder crisis, is uit de Rijksbegroting van het kabinet-Rutte IV af te leiden. Van de oorlog in Oekraïne tot de asielopvang, het klimaat tot de koopkracht en van de woningnood tot het personeelstekort. De uitgaven van bijna ieder ministerie stijgen om tot oplossingen te komen, blijkt uit de Miljoenennota. Volgend jaar gaat het om een toename van ruim 20 miljard euro tot 366 miljard euro, en tot 2027 stijgen de uitgaven in totaal met 50 miljard euro.
Een overzicht per ministerie:

De zorg

Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Ouderenzorg is straks niet meer vanzelfsprekend

Fors investeren om binnen een paar jaar juist te kunnen besparen. Dat is de kern van de ambitieuze plannen die ministers Ernst Kuipers (D66) en Conny Helder (VVD) in de zorgbegroting ontvouwen.

Met ruim 95 miljard euro volgend jaar is zorg de grootste kostenpost in de Rijksbegroting. Die uitgaven dreigen de komende jaren verder te stijgen door met name de vergrijzing, waardoor de zorg uitgaven op andere terreinen kan verdringen.

Het kabinet wil de zorgsector daarom echt anders organiseren. Niet alleen vanwege de rap stijgende uitgaven, maar ook omdat alle zorg straks niet meer zomaar te leveren is: de sector kampt nu al met een groot personeelstekort van ongeveer 50.000 werknemers.

Als het om ouderenzorg gaat, zullen Nederlanders meer zelf moeten gaan doen en betalen, waarschuwt het kabinet in de Miljoenennota. Het schrijft zelfs dat de toekomstige oudere „zich zal moeten beraden op een bestaan in een samenleving waarin collectief georganiseerde ouderenzorg niet vanzelfsprekend is”.

De afgelopen maanden onderhandelden Kuipers en Helder met de belangrijkste partijen in de zorg over hervormingen in de komende jaren. Afgelopen vrijdagavond tekenden alle onderhandelende partijen, op de huisartsen na, het Integraal Zorgakkoord. Met dit akkoord krijgen de belangrijkste zorgpartijen de komende jaren bijna 3 miljard euro extra om belangrijke veranderingen in gang te zetten. Kern van het akkoord is meer inzetten op preventie, het tegengaan van onnodige behandelingen in het ziekenhuis en het verplaatsen van zorg naar de ‘eerste lijn’ bij de huisarts of mensen thuis.

De miljardeninvesteringen van de komende jaren moeten ervoor zorgen dat de zorg efficiënter gaat werken en dat vanaf 2027 zo’n 1,5 miljard euro per jaar wordt bespaard. Voor het slagen van deze hervorming is wel het behouden van het door de coronacrisis overwerkte personeel nodig. De Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen riep het kabinet vorige week op meer financiële ruimte te bieden voor hogere cao’s.

Terug naar boven

Huishoudens in geldnood

Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Streven naar minder armoede en minder vacatures

Twee ministers, twee crises. ChristenUnie-minister Carola Schouten (Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen) wil de geldzorgen terugdringen, juist nu de kosten voor het levensonderhoud omhoog schieten. En CDA-minister Karien van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid moet de personeelstekorten tegengaan, die veel kabinetsambities vertragen: zonder vakmensen geen nieuwe huizen, windmolens en warmtepompen.

„Ik ga er eerlijk over zijn”, zei Schouten vorige week. Het halveren van kinderarmoede, zoals afgesproken in het regeerakkoord, wordt „moeilijk”. De miljarden euro’s die het kabinet nu hiervoor uitgeeft, moeten vooral een verdere stíjging voorkomen.

Een op de twintig Nederlanders is volgend jaar arm, voorziet het Centraal Planbureau: 4,9 procent. Dat zijn er iets minder dan de 5,7 procent van vorig jaar, en veel minder dan de piek van 6,7 dit jaar. Maar de gasprijs is een onzekere factor. Als die hard stijgt, is de armoededaling ten opzichte van 2021 weer van de baan. In deze cijfers is het nieuwe prijsplafond voor energie nog niet meegerekend, die de verlaagde energiebelastingen vervangt.

Veel van de koopkrachtmaatregelen zijn tijdelijk, maar de verhoging van het minimumloon heeft blijvende impact. Naast de reguliere stijging met de cao-lonen (2,1 procent), gaat het minimumloon met nog eens 8,05 procent omhoog.

Daarvan profiteren niet alleen werkenden die het minimumloon verdienen. Ruim negentig uitkeringen en regelingen zijn aan dit bedrag gekoppeld. Daardoor helpt dit extraatje ook mensen met bijvoorbeeld een bijstands-, AOW- en Wajong-uitkering.

Voor de langere termijn zint Schouten vooral op veel kleine maatregelen tegen armoede. Bijvoorbeeld door het niet-gebruik van uitkeringen en toeslagen terug te dringen. Eén op de drie mensen die recht heeft op een bijstandsuitkering, vraagt deze niet aan. En gemeenten weten vaak niet wie deze mensen zijn.

En het oplossen van de krapte op de arbeidsmarkt? Minister Van Gennip kijkt vooral naar werkgevers om met oplossingen te komen. Het kabinet neemt weliswaar maatregelen: werken wordt bijvoorbeeld lonender door een lagere inkomstenbelasting. Maar „een zekere urgentie” ontbreekt, oordeelt de Raad van State. Volgens dit adviesorgaan zou het kabinet bij elk nieuw plan moeten bedenken of er wel genoeg personeel voor te vinden is.

Terug naar boven

Scholieren en studenten

Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Extra geld kan het lerarentekort niet zomaar oplossen

Een opvallend woord in de onderwijsparagraaf van de Miljoenennota: „We leren leerlingen weer goed lezen, rekenen en schrijven.” Weer. Want die basisvaardigheden van kinderen zijn de afgelopen decennia fors achteruit gegaan. Om vele redenen: personeelstekorten, te veel administratieve verplichtingen voor de leraar, grote drukke klassen.

De problemen in het onderwijs zijn niet weg, al vallen ze bijna niet op tussen alle crises. Na de zomervakantie is het lerarentekort op veel scholen gecamoufleerd met houtje-touwtje-constructies. Er staan onbevoegden voor de klas en sommige basisscholen zijn overgestapt op een vierdaagse schoolweek.

Het probleem is helder: er is een tekort aan duizenden leraren – steeds vaker ook op de middelbare school. Het extra geld van het kabinet biedt niet direct soelaas. De ‘loonkloof’, het verschil tussen het salaris tussen basis- en voortgezet onderwijs, is wel gedicht, leraren kregen daarbovenop een loonsverhoging, en er komt extra geld voor om- en bijscholing.

Maar er is meer nodig - en het kabinet schuwt de „onorthodoxe maatregelen” niet, zoals onderwijsministers Dennis Wiersma (VVD) en Robbert Dijkgraaf (D66) eerder in NRC aankondigden.

Er is opvallend veel aandacht in de Miljoenennota voor het beroepsonderwijs. Vakmensen zijn nodig en daarom investeert het kabinet structureel 350 miljoen euro extra in het mbo, bovenop de ruim 5 miljard euro die jaarlijks hieraan wordt besteed.

Het geld is onder meer bedoeld om de aansluiting op de arbeidsmarkt, en stageplekken, te verbeteren. Ook moeten vmbo’s, mbo’s en hbo’s beter samenwerken om de doorstroming van studenten te vergroten.

Goed nieuws voor studenten die volgend studiejaar op kamers wonen: zij krijgen 165 euro per maand extra, bovenop de ongeveer 255 euro die tot nu toe was uitgetrokken voor uitwonende studenten. Het geld moet de gestegen kosten voor levensonderhoud enigszins compenseren en wordt alleen in collegejaar 2023/2024 betaald.

Alle studenten, van mbo tot universiteit, hebben vanaf september 2023 weer recht op een basisbeurs, maar voor thuiswonende studenten (60 procent) blijft het bij de eerder afgesproken 91 euro per maand.

Ook trekt het kabinet geen extra geld uit om de ‘pech-generatie’ te compenseren, de groep studenten die de afgelopen zeven jaar onder het leenstelsel vielen en gemiddeld bijna 16.000 euro schuld hebben. Voor hen was en blijft een miljard euro beschikbaar. Wat per pechstudent uitkomt op iets meer dan 1.400 euro, aangevuld met eerder beloofde ‘studievouchers’, een tegoed voor een nieuwe opleiding.

Terug naar boven

De CO2-uitstoot

Economische Zaken en Klimaat
Het kabinet is nog mijlenver van zijn eigen ambitie

De formuleringen klinken steeds iets anders, maar over één ding zijn klimaatminister Rob Jetten (D66) en zijn kritische adviseurs bij de Raad van State en het Planbureau voor de Leefomgeving het helemaal eens: het kabinet is nog mijlenver verwijderd van zijn eigen ambitie om de CO2-uitstoot over acht jaar met 55 procent te verlagen.

Het kabinet moet scherpe keuzes maken, stelt de Raad van State in zijn advies dinsdag. Rutte IV heeft hoge ambities om klimaatverandering tegen te gaan, maar er zijn nog te weinig concrete maatregelen om die ook waar te maken, ziet de Raad van State. En dan is er ook nog een tekort aan handen en aan materieel. Niet alles kan daarom tegelijk.

Binnen een half jaar komt het kabinet met aanscherpingen en aanvullende maatregelen, schrijft Jetten in zijn eerste Klimaatnota. Dat is volgens de minister noodzakelijk nu het PBL constateert dat met het huidige beleid de CO2-uitstoot, de veroorzaker van het klimaatprobleem, onvoldoende terugloopt. In 2030 zal de uitstoot 39 tot 50 procent lager liggen dan in 1990, terwijl de ambitie van het huidige kabinet 60 procent is. En die van Europa 55 procent. Vorig jaar kwam het PBL met een prognose die nauwelijks afweek van de huidige: 38 tot 48 procent.

Het illustreert het trage tempo waarmee besluiten worden genomen en wetten worden gewijzigd. Extra pijnlijk nu de gevolgen van het klimaatprobleem de afgelopen zomers alleen maar duidelijker zichtbaar werden door overstromingen en droogte.

Tegelijkertijd is er ook een goede verklaring waarom de prognoses van het PBL nog sterk lijken op die van 2021. Het nieuwe kabinet ging in december aan de slag en Jetten kwam dit jaar een aantal keren met nieuwe, aangescherpte beleidsvoornemens om het klimaatprobleem aan te pakken. Veel van dat nieuwe beleid heeft het PBL niet meegenomen in zijn uitstootprognoses: het kwam te laat of is nog niet concreet genoeg.

Toch denkt Jetten dat er nóg meer maatregelen nodig zijn. Onder andere omdat hij in juni besloot de kolencentrales weer toe te staan op vol vermogen te draaien, vanwege de schaarste aan gas. Dat zorgt de komende jaren voor fors meer uitstoot van CO2. Jetten kondigde toen aan op Prinsjesdag met extra maatregelen te komen om die hogere uitstoot weer te compenseren. Dat besluit schuift hij nu vooruit: het valt volgend voorjaar.

Terug naar boven

Kantelpunt in de relaties

Buitenlandse Zaken
Meer Europese samenwerking en invloed in Brussel

Volgens het ministerie van Buitenlandse Zaken is de Russische inval in Oekraïne „een kantelpunt in de Europese geschiedenis”, die de internationale verhoudingen zwaar onder druk zet. Nederland moet opereren in een wereld waarin een „krachtmeting gaande is tussen democratieën en autocratieën”. Deze nieuwe werkelijkheid betekent dat het kabinet inzet op meer Europese samenwerking, en een grotere invloed van Nederland op het EU-beleid. Daarom besteedt het kabinet meer geld om sanctiebeleid te ontwikkelen. Het ministerie wil „nieuwe restrictieve maatregelen” ontdekken, bijvoorbeeld tegen Rusland, en onderzoeken hoe bestaande sancties beter worden nageleefd. Nederland wil, in het post-Trump-tijdperk ook meer doen aan de relatie met de Verenigde Staten, en ziet in de opstelling van de regering-Biden in de Oekraïne-crisis een „herbevestiging” van de Transatlantische verhoudingen.

Asielzoekers en vluchtelingen

Justitie en Veiligheid
Migratie is een groot probleem én een grote kostenpost geworden

In de Miljoenennota van vorig jaar werd asiel niet eens genoemd; in die van dit jaar beslaat het onderwerp een hele pagina. Er gaat dan ook relatief veel geld naar ‘migratie’: zo’n 4,2 miljard euro. Dat is 1,9 miljard euro meer dan vorig jaar. Migratie is daarmee, op de politie na, de grootste kostenpost van het ministerie.

Zo’n 2,1 miljard gaat naar de opvang van Oekraïense oorlogsvluchtelingen. De rest gaat voornamelijk naar de asielketen (vluchtelingen uit Oekraïne zijn geen asielzoekers). Om de crisis in de asielopvang te beteugelen, wil het kabinet meer opvangplekken creëren. Daarom investeert ze onder meer in nieuwe opvanglocaties en in huisvesting voor statushouders (bewoners van asielzoekerscentra met een verblijfsvergunning).

Een uitdaging voor staatssecretaris Eric van der Burg (Asiel en Migratie, VVD) is om gemeenten zover te krijgen om opvanglocaties te openen. Zowel in de Miljoenennota als in de begroting benadrukt het kabinet dat ze het „draagvlak voor de asielopvang” wil vergroten door overlastgevende asielzoekers „aan te pakken”. Hier gaat een extra 45 miljoen euro per jaar naartoe. Dat is onderdeel van de extra 1 miljard euro die het kabinet in augustus heeft gereserveerd voor de asielproblematiek.

Daarvan gaat ook 40 miljoen euro per jaar naar de opvang van alleenstaande minderjarige vreemdelingen (AMV’ers). Er melden zich de laatste tijd steeds meer AMV’ers in Ter Apel. Zij moeten worden opgevangen op speciale opvanglocaties, maar door de asielcrisis verblijven zij langer in Ter Apel dan de bedoeling is.

Maar met al dat extra geld is de asielcrisis nog niet opgelost. Minstens zo belangrijk is dat gemeenten meewerken aan de opvang van asielzoekers. Ook het vinden van personeel bij het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) is lastig. Afgelopen zomer bleek dat het COA dit jaar nog duizend openstaande vacatures moest vervullen. Dat zullen er alleen maar meer worden als er meer opvangplekken komen.

Terug naar boven

Oorlog in Oekraïne

Defensie
Apache-helikopters en beschermende pakken tegen chemische oorlogsvoering

De oorlog in Oekraïne wordt behalve met wapens ook gevoerd met woorden en beelden, zegt het ministerie van Defensie, dat spreekt van een „strijd tussen narratieven”. Daarin bijt Nederland van zich af met een „duidelijk eigen verhaal, gebaseerd op onze liberale democratische waarden”. Om dat verhaal goed te brengen, krijgt Defensie volgend jaar zelfs een afdeling Strategische Communicatie (StratCom) .

De StratCom-eenheid is een van de vele sporen die de Russische inval in Oekraïne trekt in de defensiebegroting. Het meest zichtbare spoor zijn de miljarden die Nederland structureel extra steekt in de krijgsmacht. Na de Russische aanval is er dit voorjaar 2 miljard bijgekomen, bovenop de 3 miljard die al in het regeerakkoord was afgesproken. De defensie-uitgaven komen in 2023 al op bijna 15 miljard euro, 2,5 miljard euro meer dan dit jaar.

Dat extra geld gaat eerst en vooral naar spullen, van medische goederen en brandstof tot uitrusting en reserve-onderdelen. „Vanwege de acuut verslechterde veiligheidssituatie”, heeft het kabinet eerder al besloten om veel eerder dan gepland munitie aan te kopen.

Deze zomer zijn vooruitlopend op de begroting al voor een miljard extra F-35-gevechtsvliegtuigen gekocht. Nu worden twaalf pantserhouwitsers uit de opslag gehaald en gemoderniseerd; zo heeft Nederland straks 45 stuks van deze lange-afstand-wapens waarvan er ook een handvol naar Oekraïne is gegaan. Later krijgt de marine onbemande vaartuigen om inlichtingen te verzamelen.

Doordat de levertijden oplopen, kan defensie minder aankopen dan gewenst en schuift het enkele investeringen door naar latere jaren. Dat neemt niet weg dat in 2023 veel spullen wel aankomen bij de kazernes, van 200 containers voor munitie en geneeskundige artikelen tot raketten voor de Apache-helikopters en beschermende pakken tegen chemische oorlogsvoering.

Terug naar boven

Mobiliteit

Infrastructuur en Waterstaat
De slappe bodem remt vervoer en transport in Nederland

De spoordijken in Nederland verzakken. De bodem is te slap, het water wordt niet voldoende afgevoerd. En die verzakkende dijken staan de vooruitgang van de mobiliteit in Nederland in de weg. Het land is niet duurzaam, betaalbaar en veilig bereikbaar, zoals het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat zich ten doel stelt, als treinen langzamer moeten rijden en dubbeldekkers te zwaar zijn voor het spoor.

En daarom slokken de verzakkende dijken, samen met de snelwegen, viaducten en andere infrastructuur, een fors deel op van de begroting van het ministerie. Achterstallig onderhoud van vooral in de jaren vijftig aangelegde voorzieningen is een grote post: van de 13 miljard euro die IenW in 2023 uitgeeft gaat 8,4 miljard naar het Mobiliteitsfonds.

Het kabinet maakt in 2023 ook de eerste middelen beschikbaar van de 7,5 miljard euro om de komende tien jaar nieuwe woningbouwprojecten beter bereikbaar te maken. Dat gaat om projecten als Amsterdam Havenstad, Den Haag Binckhorst en de stationsgebieden in onder meer Nijmegen, Zwolle en Amersfoort.

Het kabinet wil de autobelastingen hervormen en ‘betalen naar gebruik’ introduceren: de kilometerheffing. Automobilisten moeten vanaf 2030 betalen voor het gebruik van hun auto in plaats van voor het bezit. Hoe het kabinet dat wil doen, is nog niet duidelijk. Een vlakke heffing ligt nu voor: een vaste prijs per kilometer voor elk type auto, groen of vuil, op elk moment. IenW belooft een brief met details in dit najaar.

Op de korte termijn profiteren automobilisten in elk geval van de maatregel om de accijns op brandstof langer te verlagen. Die verlaging loopt nu tot juli 2023.

Ook de krimp van Schiphol – van 500.000 vluchten naar 440.000 eind 2023 – is controversieel. Minister Mark Harbers (Infrastructuur en Waterstaat, VVD) heeft de krimp in juni aangekondigd, maar hoe hij dat wil regelen is nog niet helder. Betrokkenen vrezen – of hopen – dat Harbers aanloopt tegen Europese regels die een zorgvuldige besluitvorming eisen voor krimp van luchthavens (‘balanced approach’).

In 2023 wil het kabinet een CO2-plafond instellen voor Schiphol en de regionale luchthavens. Van alle vliegvelden, stelt IenW, „moet eerst de geluidsbelasting en de uitstoot van verontreinigende stoffen omlaag, voordat eventuele groei verdiend kan worden”.

Terug naar boven

De koopkracht

Financiën
De ene na de andere reparatie van de portemonnee

De afgelopen weken, dagen en zelfs uren, had Sigrid Kaag (D66) als minister van Financiën genoeg te doen. Er kwam een extra koopkrachtpakket bij in augustus, bovenop de eerdere maatregelen om de gevolgen van de energiecrisis en de inflatie te beperken, gevolgd door de aankondiging van nog meer interventies waaronder een prijsplafond op Prinsjesdag. Kostenplaatje: meer dan twintig miljard euro.

Op Kaags eigen ministerie blijft het te midden van al dat tumult rustig. Vanaf komend jaar daalt de begroting van het ministerie, omdat de compensatie van de gedupeerden in het Toeslagenschandaal langzaam verloopt. Vorig jaar boekte het kabinet nog miljarden extra in om de slachtoffers van de op hol geslagen fraudejacht van de Belastingdienst te compenseren, omdat het aantal mensen dat zich meldde maar door bleef groeien. Veel groter wordt de groep nu niet meer, is de verwachting.

Tegelijkertijd speelt de Belastingdienst wel een sleutelrol in de kabinetsplannen. Niet in positieve zin: premier Rutte voerde uitvoeringsproblemen bij de fiscus eerder op als de hoofdreden dat het kabinet niet tijdelijk de zorgtoeslag kon verhogen, om zo huishoudens in financiële problemen te helpen.

Terug naar boven

De woningnood

Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Er zijn veel meer woningen nodig dan er gebouwd worden

Het kabinet Rutte-IV wil „grote stappen” zetten om de woningnood tegen te gaan, staat in de begroting van het ministerie van Binnenlandse Zaken. De bouwproductie moet tot en met 2030 stijgen naar 100.000 woningen per jaar, maar of dat haalbaar is, moet blijken. Vorig jaar zijn 69.000 nieuwe woningen gebouwd, en het aantal aangevraagde vergunningen lag de eerste helft van dit jaar lager dan in die periode in 2021.

De bouw wordt belemmerd door onder meer de zoektocht naar grond, personeelsproblemen bij gemeenten, ingewikkelde projectontwikkeling en de beperkingen wegens stikstof. De nieuwe Omgevingswet zou per 1 januari moeten ingaan, de regels vereenvoudigen en de bouw versnellen.

De totale uitgaven voor de woningmarkt stijgen volgend jaar van 5,4 naar 6,2 miljard euro. Daarbinnen groeit de uitgave voor woningbouw van 863 naar 1.066 miljoen euro.

Het gaat onder meer om een vijfde financiële bouwinjectie voor gemeenten van 222 miljoen euro. Verder steekt het kabinet volgend jaar 475 miljoen euro in „grootschalige woningbouwgebieden”. Dit zijn 17 verspreide regio’s, van Brabant tot Groningen, waar zo’n 440.000 nieuwe woningen moeten gaan komen.

„Voor een prettig leven is een goed, betaalbaar en duurzaam huis in een leefbare wijk belangrijk”, staat ook in de begroting. Zeker die betaalbaarheid staat onder druk, nu de koopkracht in Nederland daalt door de stijgende energieprijzen en inflatie. Ongeveer 1,5 miljoen huishoudens in Nederland ontvangen huurtoeslag van de overheid. Om deze huishoudens te steunen, stijgt de huurtoeslag volgend jaar in totaal van ongeveer 4,5 miljard euro naar ruim 5 miljard. Een eigen bijdrage (opslag) in de huurtoeslag van bijna 17 euro vervalt, wat ieder huishouden jaarlijks ruim 200 euro gaat opleveren.

Door het afschaffen van de verhuurdersheffing, een belasting op sociale huurwoningen, hebben woningcorporaties meer geld over om te investeren. Zo worden tot en met 2030 450.000 huizen aardgasvrij gemaakt en 675.000 woningen geïsoleerd.

Terug naar boven

De boeren

Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
Fundamentele hervorming van de agrarische sector

De opvolger van de afgetreden landbouwminister Henk Staghouwer (ChristenUnie) krijgt een departement in de groei. De begroting van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit is naast andere ministeries klein, maar stijgt tussen 2022 en 2027 in procenten het meest, blijkt uit de Miljoenennota: van ruim 1,9 naar ruim 4,6 miljard euro, een toename van 2,7 miljard euro ofwel 141 procent.

Staghouwers opvolger moet met VVD-minister Christianne van der Wal (Natuur en Stikstof) dan ook een begin maken met een fundamentele hervorming van de agrarische sector. De landbouw moet schoner en duurzaam worden, en de stikstofuitstoot van met name veehouders moet drastisch omlaag. ‘Kringlooplandbouw’ is het doel; vriendelijk voor dieren, milieu en natuur. Veel boeren krijgen de keuze uit verduurzamen, verhuizen of gewoon stoppen.

Het kabinet trekt tot en met 2035 ruim 24 miljard euro uit voor het terugdringen van stikstof en de verbetering van natuur, water en klimaat, bovenop de eerdere middelen van 7 miljard euro. Uit dit ‘Transitiefonds’ besteedt het kabinet nu al 504 miljoen euro om de aanpak van stikstof en natuurgebieden te versnellen.

Verder heeft het kabinet 250 miljoen euro beschikbaar gesteld om zogenoemde PAS-melders te helpen met hun vergunning. Dit zijn een paar duizend bedrijven die momenteel kleine hoeveelheden stikstof uitstoten, volgens een vergunningenstelsel (Programma Aanpak Stikstof) dat de Raad van State in 2019 afkeurde.

Van het Transitiefonds van 24 miljard euro is 7,5 miljard euro bestemd voor het uitkopen van boerenbedrijven om stikstof terug te dringen. Deze regeling is nog geen succes, meldde de NOS onlangs. Sinds eind 2020 is pas met twintig boeren daadwerkelijk een overeenkomst bereikt.

Een van de eerste taken die Staghouwers opvolger heeft, of waarnemend landbouwminister Carola Schouten (ChristenUnie), is het bieden van toekomstperspectief voor boeren. De brief die Staghouwer hierover had opgesteld werd in de Tweede Kamer afgedaan als „broddelwerk”.

Terug naar boven

245 FTE

De Koning
De hofhouding is iets kleiner, maar de uitgaven stijgen

De uitgaven voor de Koning, een apart hoofdstuk in de Rijksbegroting, stijgen van 48,2 miljoen euro naar 50,2 miljoen. De bulk – 32 miljoen – zijn de zogenoemde ‘functionele uitgaven’, waaronder personeelskosten voor 245 fte. De hofhouding is iets kleiner dan in voorgaande jaren. De koning, zijn echtgenote, prinses Beatrix en kroonprinses Amalia krijgen gezamenlijk 11 miljoen euro. De inkomens van de vier stijgen in lijn met dat van de vicepresident van de Raad van State. Amalia heeft besloten deze uitkering (1,7 miljoen euro) terug te storten zolang zij geen publieke functies vervult.

Terug naar boven