Vertrouwen? Rutte gaat er niet om ‘bedelen’

Maatschappelijke onvrede Middelvingers, omgekeerde vlaggen en gejoel. De maatschappelijke onvrede over de politiek was op Prinsjesdag zichtbaar.

De maatschappelijke onvrede was Prinsjesdag voelbaar én zichtbaar. Ook premier Rutte was doelwit.
De maatschappelijke onvrede was Prinsjesdag voelbaar én zichtbaar. Ook premier Rutte was doelwit. Foto Aurelien Goubau.

Wie gehecht is aan tradities had een lastige Prinsjesdag. De Gouden Koets maakte, alweer, plaats voor de Glazen Koets. De Troonrede vond, vanwege de verbouwing van het Binnenhof, plaats in de Koninklijke Schouwburg in plaats van de Ridderzaal. De Miljoenennota, al eerder deze maand gedrukt, moest worden aangevuld met de plannen waar het kabinet en de energiebedrijven pas op het allerlaatste moment over ‘uitonderhandeld’ waren.

En de Nederlandse vlag hing, op sommige plekken langs de koninklijke rijtoer, ondersteboven.

De maatschappelijke onvrede, die zich eerder al manifesteerde in protesten tegen stikstofmaatregelen en tegen de opvang van asielzoekers, was ook dinsdag aanwezig. Waar normaal gesproken het gejuich van de Oranjefans domineert, klonk geregeld gefluit en boegeroep. Demonstranten toonden teksten als ‘Nederland in nood’, sommigen keerden de koninklijke rijtuigen de rug toe of staken middelvingers op. Ook op de balkonscène bij Paleis Noordeinde, met de koning, koningin en prinses Amalia, waren antiregeringsbetogers afgekomen. De zichtbare protesten verstoorden het beeld van saamhorigheid dat normaal gesproken de rituelen van Prinsjesdag kenmerkt – de Oranjefan die voor dag en dauw al voor het paleis staat, mensen die van alle uithoeken naar Den Haag komen.

Wat bindt Nederlanders dan nog wel? Bijna 80 procent heeft geen vertrouwen meer in het kabinet-Rutte IV, liet onderzoek van I&O Research in opdracht van NRC dinsdag zien. Dat is extreem laag. In zijn troonrede benoemde koning Willem-Alexander het aan het begin: hij noemde het „zorgwekkend” dat Nederlanders „in een volwassen democratie als de onze het vertrouwen verliezen in het oplossend vermogen van politiek en bestuur”.

Lees ook: De belangrijkste passages uit de Troonrede becommentarieerd

Waarschuwingen

Later op de dag relativeerde premier Mark Rutte (VVD) in een persgesprek het lage vertrouwen juist. Hij is niet van plan erom „te bedelen” en wilde ook „niet bezig zijn” met zijn eigen populariteit. Het kabinet moet nu hard aan het werk om de koopkrachtproblemen op te lossen, vindt Rutte, en daarmee hopen dat het vertrouwen terugkomt. Rutte gaf tegelijkertijd de waarschuwing dat de politiek „niet alle problemen kan oplossen” en – in het geval van de oplopende energierekening – „niet alles helemaal kan wegcompenseren”.

Toch trekt het kabinet wel ruim de portemonnee. Dinsdag werd naast de Miljoenennota ook een noodplan gepresenteerd, waarmee het kabinet de energierekeningen nog dit jaar – vanaf november – omlaag wil brengen met een prijsplafond. Het plan kost miljarden euro’s extra en komt grotendeels tegemoet aan de wensen van veel oppositiepartijen, waaronder GroenLinks en PvdA. De oppositie zal de komende dagen bij de Algemene Politieke Beschouwingen nog meer geld eisen, maar Rutte waarschuwde dinsdag dat het kabinet al „heel veel” doet. Hij wil nog wel kijken naar extra compensatie voor bedrijven.

Lees ook dit artikel: Kabinet presenteert plannen waarmee energierekening per november omlaag moet

Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst. Het lukt VVD, D66, CDA en ChristenUnie in de ogen van veel kiezers nog niet om het motto waar te maken dat hun regeerakkoord draagt. Minister van Financiën Sigrid Kaag (D66) zei bij het aanbieden van het bekende koffertje met de Miljoenennota aan de Tweede Kamer dat het kabinet hoopt mensen „een beetje meer zekerheid in deze onzekere tijd” te bieden. Maar haar toespraak bevatte ook waarschuwende woorden. Ze wilde „waken voor overmoedige besluiten”. En: „Geld dat we nu investeren in bestaanszekerheid van mensen, kan niet naar de zorg, onderwijs of de koopkracht gaan van toekomstige generaties.”

Acute oplossingen

Op hetzelfde moment waarschuwde de Raad van State dat het kabinet extra stappen moet zetten om de klimaatdoelen te halen. In het regeerakkoord staat dat in 2030 de uitstoot van broeikasgassen 60 procent lager moet liggen dan in 1990. Als er niks gebeurt, zo berekende het adviesorgaan van het kabinet, zal de reductie ergens tussen de 39 en 50 procent liggen.

Al sinds het begin van Rutte IV zijn bewindspersonen bezig met crises die vragen om acute oplossingen: op de woningmarkt, de opvang van asielzoekers, het verlagen van de stikstofuitstoot. En ook nog het dempen van het koopkrachtverlies en het verlagen van de energierekening. Het lage vertrouwen komt daar nog eens bovenop – of is daar het gevolg van. Het is de vraag of het kabinet met de dinsdag aangekondigde maatregelen het vertrouwen van Nederlanders weet terug te winnen. Nu weer treuzelen met beleid voor andere urgente problemen, zoals klimaat, kan ertoe leiden dat Rutte IV de volgende vertrouwenscrisis zelf aan het voorbereiden is.