Het idee dat mensen op te delen zijn in twee kampen – kosmopolieten versus nativisten, klimaatactivist versus klimaatontkenner – is overdreven en empirisch niet bewezen, zegt macrosocioloog Steffen Mau.

Foto Andy Rain/EPA

Interview

‘De samenleving is minder gepolariseerd dan we denken’

Steffen Mau | socioloog

De meeste burgers zitten, en blijven in het gematigde midden, stelt de Duitse socioloog Steffen Mau.

De meeste westerse maatschappijen zijn veel minder gepolariseerd dan je zou denken. Het verhaal dat burgers steeds meer in twee kampen zijn opgedeeld – kosmopolieten versus nativisten, stedelingen versus mensen van het platteland, ‘anywheres’ versus ‘somewheres’ – is overdreven en empirisch niet bewezen. Het zijn ‘politieke ondernemers’ en de media die dit verhaal in de wereld brengen. Dat schrijft de Duitse socioloog Steffen Mau in een lang artikel in het Duitse tijdschrift Merkur dat eerder dit jaar verscheen.

Mau (1968) onderzoekt al jaren houdingen en meningen van burgers. Over van alles en nog wat: migratie, homohuwelijk, klimaatverandering en andere onderwerpen waar maatschappelijk en politiek discussie over is. Maar dat de maatschappij momenteel verandert van een ‘dromedaris’-model (met één bult, die staat voor politiek-maatschappelijke cohesie) naar een ‘kameel’-model (met twee bulten, die staan voor tweespalt), acht hij absoluut niet bewezen. Integendeel, zegt hij tijdens een videogesprek vanuit zijn kantoor in de Berlijnse Humboldt-universiteit: „Wat uit ons onderzoek blijkt, is dat het juist enorm moeilijk is om burgers in twee kampen in te delen. De meesten laten zich niet in hokjes stoppen.”

Zijn burgers ‘anywheres’ noch ‘somewheres’?

„Precies. Het verhaal dat je vaak hoort is dat er een nieuwe maatschappelijke kloof is. Vroeger hadden we het sociale-klassenverschil en nu dat is vervaagd, zouden we een nieuwe tweedeling hebben: enerzijds de groene wereldburger, anderzijds de extreemrechtse nativist. Alles wat daartussen zit, ofwel het gematigde midden, zou steeds meer partij kiezen voor het ene kamp of het andere. Dat hoor je vaak. Helemaal overdreven is dat beeld niet. Zie ook Brexit of de Franse presidentsverkiezingen dit jaar: in de stad stemmen mensen toch een beetje anders dan op het platteland, laaggeschoolde arbeiders hebben andere politieke prioriteiten en voorkeuren dan hoogopgeleide academici. Maar het interessante is juist dat de verschillen niet groeien. En dat het midden stabiel blijft en niet afkalft. De meeste burgers, zo blijkt uit onze bevindingen, zijn een beetje ‘anywhere’ en een beetje ‘somewhere’.”

De realiteit is dat iemand vegan eet én in een SUV rijdt. Of homo is en grenzen totaal wil sluiten

Heeft u een voorbeeld?

„Het beeld is vaak dat de groene, pro-migratie, anti-SUV, vegan-etende burger lijnrecht tegenover die andere burger staat, die tegen migratie is, biefstuk eet, een vervuilende diesel rijdt en tegen transgenders is. Dat klopt niet. Die tegenstelling bestaat voornamelijk als concept. De realiteit is eerder dat iemand vegan eet én in een SUV rijdt. Of homo is en grenzen totaal wil sluiten. Dé kosmopoliet bestaat eigenlijk niet. Dé nativist evenmin. De meeste burgers combineren allerlei attitudes en opvattingen. Ze zitten comfortabel in het midden. Dat is al jaren zo en opvallend genoeg komt daar, ondanks het politieke ‘polarisatie’-discours van tegenwoordig, amper verandering in. We hebben net resultaten binnen van een groot onderzoek naar racisme, genderspecifieke taal en dergelijke, en die bevestigen opnieuw: polarisering neemt niet toe in de samenleving.”

Zijn er helemaal geen maatschappelijke tendenzen op dat gebied?

„Natuurlijk zijn er tendenzen. Je ziet dat mensen in alle sociale klassen de afgelopen dertig jaar maatschappelijk gesproken steeds liberaler worden in hun opvattingen.”

Toleranter, bedoelt u?

„Ja. Heel weinig burgers hebben, anders dan in de jaren negentig, nog problemen met homo’s of transgenders. Ook op het gebied van klimaat en milieu neemt de polarisering snel af. Bijna iedereen is daar bezorgd over. Het aantal ‘ontkenners’ verdampt snel. De enige echte verdeeldheid gaat niet over dat thema zelf, of over de vraag of we er iets aan moeten doen, maar over wie ervoor betaalt.”

Lees ook: Niet kiezers, maar politieke partijen zijn radicaler geworden

Is het politieke gevecht erover eigenlijk een deelgevecht?

„Precies. Bij echte, ernstige polarisatie schenden mensen elkaars waardensysteem. Wat wij zien in Europa, is dat mensen vooral botsen over zogeheten trigger points. Over de vraag, bijvoorbeeld, of transgenders in het gemeentebad twee uur per week extra zwemtijd moeten krijgen. Sommigen zijn voor, anderen zeggen: nee, we moeten ze net als andere groepen behandelen en die krijgen ook geen extra tijd. Er ligt dus een conflict, maar niet over gelijke behandeling van transgenders. Want daar zijn velen het over eens. Dit zijn afgeleide discussies die niet het hele verhaal weerspiegelen.”

Sommige thema’s blijven toch controversieel, zoals migratie?

„Ja, we voeren felle discussies over migratie. Maar die zijn niet zwart-wit. Verre van. Het gaat over gradaties. De meeste mensen zijn niet voor ‘open’ of ‘gesloten’ grenzen. Ze zitten ertussenin. Velen willen vluchtelingen opvangen, maar de komst van migranten inperken. Dus gaat de discussie over wat een échte vluchteling is. En wélke migranten we moeten toelaten.”

In Nederland woedt er een bitter gevecht met boeren, over stikstofuitstoot. Sommigen storten mest op de snelweg, bedreigen politici. Is dat geen polarisatie?

„We zitten in een periode van enorm snelle sociale veranderingen. We moeten onze manier van leven snel aanpassen. Kleine groepen grijpen dit soort momenten aan om alles hun kant op te draaien. Er moeten nieuwe institutionele arrangementen komen, maar die zijn er nog niet. Dit is hét moment voor politieke ondernemers om aan de knoppen te gaan zitten. En flink te overdrijven. Extreme eisen te stellen. Dat loont namelijk. In de sociale psychologie is daar een term voor: false polarisation. Je ziet het ook bij migratie en de omgang met transgenders: er komen nieuwe institutionele regelingen aan, maar die zijn er nog niet. Terwijl je het eigenlijk moet hebben over die arrangementen, kloppen politieke handigerds ineens een nieuwe groepsidentiteit op. Alles draait om emoties. Dit is affectieve polarisatie, geen thematische polarisatie.”

Maar in Amerika leidde emotionele polarisatie toch tot politieke polarisatie?

„Ja, Amerika is totaal gepolariseerd. Mensen zien elkaar als vrienden of vijanden. Er zit weinig meer tussen. Je kunt thema’s niet meer bespreken omdat er te veel haat is. Dat ondermijnt de representatieve, deliberatieve democratie.”

In Nederland is toch ook veel haat?

„Het mag hoog oplopen met de boeren. Maar er is één fundamenteel verschil met Amerika: de Nederlandse boeren betwisten klimaatverandering niet, voorzover ik weet. Ze betwisten de compensatie, wie er wat betaalt. Daarover kun je compromissen sluiten. Destijds hebben we veel sociale problemen opgelost met sociaal beleid. Met de verzorgingsstaat. Nu moeten we hetzelfde doen om ecologische problemen op te lossen. Het nieuwe beleid komt eraan, maar is er nog niet. Dat zorgt voor felle conflicten, simpelweg omdat dit voor sommigen loont. Jullie hebben de boeren, in Berlijn plakken mensen zichzelf aan schilderijen vast. Allemaal heel dramatisch. Maar dit is iets anders dan een tot op het bot verdeelde samenleving, zoals Amerika.”

Meet u ook haat die groeperingen voor elkaar voelen?

„Ja. In Duitsland. De enige partij waar velen haatgevoelens voor hebben, is de radicaalrechtse AfD. Andere partijen roepen amper haat op. Heel opvallend. En ook logisch: in een federaal land heb je op allerlei niveaus coalitieregeringen en -besturen. Iedereen regeert met iedereen. Dan loont het niet als politieke actoren de boel te ver doordrijven.”

Lees ook: Gematigde kiezer heeft meer moeite met populist dan andersom

Is het min of meer voorspelbaar hoe mensen stemmen?

„Nee. Het ‘past’ nooit helemaal. De meeste mensen hebben geen coherente opvattingen of waardensysteem. Die stroken zelden met partijprogramma’s.”

Waar komen dan die pogingen tot polarisatie vandaan?

„Vooral van politici en de media, die in een snel veranderend sociaal en politiek landschap proberen aandacht te trekken. Hoe harder je schreeuwt, hoe meer aandacht. Sociale media zijn luidsprekers. En de gematigden zwijgen. Zo krijg je snel het idee dat de samenleving verdeeld is.”

Europa is niet Amerika. Onze politieke arena zit niet vol haat, zoals daar

Maar er is toch veel ontevredenheid in de samenleving? En het kan hier toch ook gevaarlijk worden, zoals in Amerika?

„Europa is niet Amerika. Onze politieke arena zit niet vol haat, zoals daar. Het wordt pas echt problematisch als je je problemen niet meer kunt oplossen. En als niet alleen het onderlinge vertrouwen, maar ook vertrouwen in de instituties wordt aangetast. Als politieke competitie wegen zoekt buiten het gevestigde systeem om. Dat is het kritieke punt: als een kwart van de bevolking het staatsbestel waar we allen deel van uitmaken, gaat afwijzen. Echt, Europa is daar ver vandaan. Bij ons gaat het om concrete issues, zoals migratie in 2015. Of de pandemie, afgelopen twee jaar. Nu draait alles om energie en inflatie.”

Sommigen zijn bezorgd om groepen die wel degelijk de staat afwijzen. Ze zijn tegen coronamaatregelen, tegen hoge energieprijzen, tegen alles. Die groep groeit, zeggen zij.

„Misschien. Maar anders dan in Amerika is dit geen duidelijk definieerbare groep met een politiek programma. In Europa zit er van alles tussen. Het enige dat hen bindt, is dat ze overal tegen zijn.”

U bedoelt: er zitten neonazi’s bij, anarchisten, hooligans…

„Ja. Een uiterst diverse groep. Ze hebben geen programma, geen doel. In de jaren tachtig marcheerden demonstranten altijd. Die gingen ergens naartoe. Nu komen deze groepen samen op kruispunten, zoals de Franse gele hesjes, of het Malieveld in Den Haag. Ze lopen niet, ze staan. Om elkaar te ontmoeten. Om in elkaars gezelschap te zijn. Het enige dat hen bindt, is ontevredenheid.”