Reportage

Na een verbouwing van ruim tien jaar, is het belangrijkste museum van Vlaanderen weer open

Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Na ruim tien jaar verbouwen heropent komende maand het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA), het grootste museum van Vlaanderen.

‘Aanbidding door de koningen’ (1624-1625) van Peter Paul Rubens in het vernieuwde KMSKA.
‘Aanbidding door de koningen’ (1624-1625) van Peter Paul Rubens in het vernieuwde KMSKA. Foto Karin Borghouts

Apathisch staren de holle ogen vanuit het bleke gezicht op Luc Tuymans’ Der Diagnostische Blick IV (1992) de museumzaal in. Of is de figuur juist ontroerd en aangedaan? Op de donkerrode wand er recht tegenover hangt een van de absolute hoogtepunten uit de collectie van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen (KMSKA): de Madonna uit omstreeks 1455 van Jean Fouquet. Het bijna zeshonderd jaar oude schilderij – met felrode en blauwe engelen, een spierwitte Madonna (met cirkelvormige borst) en haar al even bleke kind (nét een robot) – oogt tegenover het hedendaagse werk van Tuymans nóg futuristischer dan ooit. En in die kleine ruimte hangen nog drie topstukken: eeuwenoude Madonna’s van Rubens en Van Eyck, en een zich ontkledende vrouw van Marlene Dumas.

De zaal met de Madonna’s is een van de opstellingen in het vernieuwde KMSKA waarop algemeen directeur Carmen Willems het meest trots is. Volgende maand gaat het museum weer open, na een omvangrijke verbouwing van ruim tien jaar. Willems: „Wat denken deze schilderijen van elkaar? Hoe zien ze elkaar? Je voelt het spanningsveld. Het roept vragen op, en dat is wat je als museum wilt bereiken: dat mensen vragen gaan stellen.”

Ontroering

Het KMSKA is het belangrijkste museum van Vlaanderen, met een omvangrijke collectie van met name kunst uit de Zuidelijke Nederlanden vanaf de veertiende eeuw, werken van Rubens, Van Eyck, maar ook twintigste-eeuwse werken, en de grootste collectie schilderijen van James Ensor. Het museum viert de heropening met het motto ‘het schoonste gevoel’. „We hebben lang nagedacht over de vraag: wat wíllen we zijn? Hoe vat je ons DNA in een paar woorden? Resoluut kozen we ervoor in te spelen op emotie. Musea worden vaak in eerste instantie gezien als kennisinstellingen, iets wat we ook zijn, maar wij willen verder gaan dan feiten overbrengen: we willen bezoekers in hun emotionaliteit raken: woede, verdriet, plezier. Pas als je op die laag komt, dan gaat de kunst je bijblijven, en kun je er iets mee in je eigen leven.”

Tronende Madonna omringd door heiligen(ca. 1628) van Peter Paul Rubens wordt op zaal gehangen.
Foto Karin Borghouts
Tronende Madonna omringd door heiligen(ca. 1628) van Peter Paul Rubens wordt op zaal gehangen.
Foto Karin Borghouts

Om die emotionele laag bij bezoekers aan te boren, heeft het museum tal van ‘ervaringen’ toegevoegd. Zo is er Radio Bart, een blinde museummedewerker die bezoekers in zijn eigen mobiele studio op zaal vraagt om schilderijen aan hem te beschrijven. „Hij nodigt je uit om héél aandachtig naar één werk te kijken.” Er is een immersieve ruimte met digitale projecties waarin op metershoge wanden details van schilderijen worden uitgelicht en bezoekers kunnen meekijken in het restauratie-atelier. In de deftige Rubens-zaal bestaat een van de klassieke stoffen zitbanken uit levensgrote kamelen van rode stof: onderdeel van een door kunstenaar en regisseur Christophe Coppens gemaakte speurtocht voor kinderen. „Ze mogen erop klimmen en worden gevraagd om de kamelen op de schilderijen te vinden. Van zoeken ga je ook beter kijken.”

Tien jaar verbouwen

Buiten het museum wappert nog een rood-wit afzetlint bovenaan de statige trappen bij de entree. Bouwvakkers lunchen in de schaduw onder een boom in de museumtuin, sculpturen worden op hun plek getild en een grote graafmachine schraapt een partij grind van de straat. Het is van veraf te zien dat nog hard gewerkt wordt om het KMSKA vóór de openingsdatum op zaterdag 24 september af te hebben. Die werkzaamheden zijn gedurende de tien jaar dat het museum gesloten was niet altijd zo zichtbaar geweest, zegt Willems. Lange tijd speelde het grootste gedeelte van het werk zich binnen de muren van het museum af. „Dat heeft ons ook wel parten gespeeld, want mensen vroegen zich af of er wel écht iets gebeurde.”

En óf er iets gebeurd is: het KMSKA breidde tijdens de werkzaamheden uit met ruim 40 procent meer tentoonstellingsruimte. Willems noemt het een ‘inbreiding’, in plaats van een ‘uitbreiding’. Het Nederlandse architectenbureau KAAN bedacht een constructie waarbij de nieuwbouw van buitenaf geheel onzichtbaar ín de zes patio’s van het oorspronkelijke gebouw uit 1884 geplaatst is. „Je krijgt straks twee musea ineen, in het oude gebouw hebben we alle zalen voor de oude meesters in de klassieke grandeur hersteld, en in het nieuwe gedeelte komen de moderne meesters. Daar is het gebouw compleet ‘gedematerialiseerd’: alles is er wit en strak.”

KMSKA-directeur Carmen Willems: „Van zoeken ga je ook beter kijken.” Foto Katrijn van Giel

Het KMSKA ging dicht in 2011, en zou oorspronkelijk deels in 2014 weer heropenen. „Maar er waren tal van tegenslagen”, vertelt Willems. „Er is tien keer meer asbest gevonden dan vooraf werd gedacht. Het museum bevindt zich op een locatie waar archeologische vondsten gedaan worden, dus alles moest bovendien heel voorzichtig gebeuren.” Ook was het project gefaseerd begroot, en was er niet altijd direct geld voor de volgende stap.

Uiteindelijk kostte de verbouwing zo’n 100 miljoen euro, betaald door de Vlaamse Overheid. „Voor die 100 miljoen euro hebben we in totaal 21.000 vierkante meter vernieuwde museumruimte gekregen, dat is internationaal gezien goedkoop.” Ter vergelijking: de verbouwing van het Rijksmuseum in Amsterdam kostte destijds 370 miljoen euro. „Dat museum is wat groter, maar ook weer niet zo heel veel groter.”

Vlak voor de heropening had het KMSKA korte tijd een Nederlandse artistiek directeur: Jacqueline Grandjean stapte over van kunstinstelling Oude Kerk in Amsterdam naar het KMSKA, ze werkte er slechts honderd dagen. „We hebben samen vastgesteld dat het gewoon niet het juiste moment was voor een nieuwe artistiek directeur. We zitten met de heropening in een trein die maar voortdendert, en alle plannen zijn al gemaakt. Het is als een snelweg die vol voorbijrazende auto’s is, en je raakt er niet tussen. We zijn ontzettend blij dat Jacqueline nu een mooie job bij Het Noordbrabants Museum heeft.”

Twee musea in één gebouw

De routes door de twee delen van het gebouw zijn niet met elkaar verbonden, bezoekers kiezen straks in de centrale De Keyserzaal welke kant ze op gaan: oude meesters of moderne meesters. Wel deelt het museum speldenprikjes uit, door her en der oude kunst tussen de moderne en hedendaagse kunst op te hangen, en andersom – zoals de installatie met Tuymans en Fouquet.

In de De Keyserzaal kunnen bezoekers kiezen: naar de oude meesters of naar de moderne meesters? Foto Karin Borghouts

De Oostendense schilder James Ensor (1860-1949), van wie het KMSKA de grootste collectie werken wereldwijd heeft, krijgt drie zalen: „Hij is een scharnierpunt tussen oude en nieuwe kunst.” Bij Ensor zie je de overgang van de meer verhalende, symbolische kunst, naar materiaal en vormonderzoek. „Hij is ook een kunstenaar die de laatste jaren steeds meer in de belangstelling is komen te staan. Daar hebben we als KMSKA ook aan bijgedragen, want tijdens de sluiting hebben we zijn werken veel internationaal laten rondreizen.”

Met de Madonna van Fouquet heeft Willems ondertussen ook grote plannen. In gesprek met een Vlaamse krant kondigde ze aan dat schilderij even bekend te willen maken als de Mona Lisa. „Dat was natuurlijk een beetje een grapje, maar het toont wel onze ambitie. Dit museum heeft een fantastische collectie, maar we hebben eigenlijk niet zoiets als één iconisch werk. Als je naar het Rijksmuseum gaat, dan ga je naar De Nachtwacht, als je naar het Louvre gaat, dan zie je de Mona Lisa.

„Dat hebben wij niet. We hebben mooie werken van de vroege en de late Rubens, we kunnen over zijn hele leven vertellen, maar het absolute topwerk hangt hier niet.” Als je als museum op internationale schaal wilt meespelen, vindt Willems, kan zo’n iconisch werk helpen. „Om jezelf op de kaart te hebben. De Madonna van Fouquet is daarvoor een ongelofelijke kans.”