Opinie

Xi Jinping speelt long game – de rest van de wereld moet volgen

taiwan

Commentaar

Wie de afgelopen dagen de actie (bezoek van Nancy Pelosi aan Taiwan) en reactie (grootschalige Chinese militaire oefeningen pal voor de Taiwanese kust) nauwgezet volgde, zag hoe historische, huidige en toekomstige macht botsten. Dit is precies hoe het kantelen van een wereldorde er uitziet.

Pelosi, voorzitter van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden, beriep zich op historische macht als verantwoording voor haar bliksembezoek van 19 uur aan Taiwan. Niks nieuws onder de zon, bezwoer zij. Haar Republikeinse voorganger Newt Gingrich verbleef immers in 1997 eveneens kortstondig – drie uur – in Taipei. 25 jaar geleden was China militair, economisch en politiek een schim van wat het nu is. Toen, voor de aanslagen van 9/11, voor de oorlogen in Irak en Afghanistan, maakten de VS nog militair en moreel ongenaakbaar de dienst uit als wereldmacht.

Die rol is tegenwoordig verzwakt, maar niet verdwenen. De huidige Amerikaanse macht stelt Pelosi in staat Taiwan te bezoeken. Ze kon met een grote bocht van Kuala Lumpur naar Taipei vliegen in de wetenschap dat op zee de Amerikaanse Zevende Vloot een oogje in het zeil hield. En wat Pelosi doet met haar trip is wat je mag verwachten van de op twee na hoogste politicus van, ondanks alles, ’s werelds belangrijkste democratie: de rug rechten tegen autocratie.

De vraag is alleen hoe lang deze steunbetuigingen mogelijk en effectief blijven. President Xi Jinping speelt uiteindelijk een long game. Ja, het is zijn uiteindelijke doel om China en Taiwan te herenigen. Nee, dat hoeft niet vandaag, morgen, of volgend jaar. Juist die toekomstige macht werkt in zijn voordeel.

Door investeringen van China is het Volksbevrijdingsleger al in 2027 in staat om Taiwan en zijn bondgenoten aan te kunnen. Dat voorspelde het Taiwanese ministerie van Defensie onlangs.

En Xi weet dat hij meer en subtielere middelen tot zijn beschikking heeft dan oorlog. De economische invloed van China is enorm, evenals het schrikbeeld van chaos. Het is geen toeval dat uit Singapore en Australië, landen die gewend zijn in hun opstelling Amerika en China te balanceren, vooral dempende reacties kwamen. De-escalatie is het toverwoord, zei de Australische minister van Buitenlandse Zaken Penny Wong. „Dit is hun zaak”, antwoordde premier Anthony Albanese koeltjes op de vraag wat hij vond van het bezoek van de Amerikaanse delegatie aan Taipei.

De wens om de rust te bewaren is wijs, maar is op zich geen duurzame oplossing. De Australische denktank Lowy Institute verzuchtte deze week dat de Australische basisopstelling nog steeds is: simpelweg gokken dat de VS wint. Dat is in de kern ook de Europese kijk.

Hoe machtiger China wordt, hoe minder aannemelijk het is dat de VS en bondgenoten via afspraken en diplomatie de autonomie van Taiwan weten te waarborgen. Het Verenigd Koninkrijk had geen schijn van kans om de verdragsrechtelijke afspraken over de positie van Hongkong te handhaven.

Wat het bezoek van Pelosi heeft teweeggebracht, is dat westerse leiders niet anders kunnen dan kijken naar de beelden van Chinese raketten en helikopters en zich afvragen: wat is het ons waard? Wat is de prijs van ontkoppeling van China met de rest van de wereld als pressiemiddel? Hoeveel economische pijn is aanvaardbaar? Is een kleinere afhankelijkheid van Chinese producten en grondstoffen überhaupt mogelijk?

Beladen vragen met grote gevolgen, ook voor Nederland. Maar terugvallen op historische en huidige macht is niet genoeg.