Opinie

Ophouden?

Youp

Op de terugweg uit Canada zat ik met de paus in het vliegtuig. Hij maakte een tussenstop op Schiphol en hoopte in Amsterdam nog een stukje van de Gay Pride mee te pikken. Anoniem uiteraard. Hij had zijn indianentooi nog op. Die had hij gekregen in het West-Canadese Maskwacis, waar hij even langs was gegaan om zijn excuses aan te bieden aan de oorspronkelijke bevolking van dit gigantische deel van Noord-Amerika. Verontschuldigingen voor de gruwelijke misdaden die de kerk daar nog niet zo lang geleden had gepleegd op koloniale internaten.

„Ik krijg het schaamrood niet van mijn gezicht”, fluisterde de oude Argentijn, die mij nog eens rustig uitlegde dat op die scholen 150.000 inheemse kinderen door gefrustreerde paters mishandeld en misbruikt waren. En vermoord. Een aanzienlijk deel van die onschuldige lieverds was verdwenen in gigantische massagraven.

Fosse comuni”, stamelde de oude baas, die mij er nog eens op wees dat hij officieel de plaatsbekleder van Jezus Christus hier op aarde is. Het huilen stond hem nader dan het glimlachen.

Even had hij overwogen om die arme Canadezen een stevige financiële compensatie aan te bieden, maar zijn adviseurs hadden hem verteld dat dat nu even niet goed uitkwam omdat een paar sjoemelkardinalen onlangs 450 miljoen hebben verspeeld. Iets met een pandje in Londen. De verantwoordelijke kardinaal had aan zijn baas uitgelegd dat dit all in the game was. Soms win je, soms verlies je.

Ik vroeg hoe de kerk aan dat geld kwam.

„Donaties van arme mensen uit de sloppenwijken”, stamelde de Heilige Vader. „Die lieverds sturen hun zuur verdiende laatste beetjes omdat ze vinden dat hun kerk niet mag verloederen.”

Ik relativeerde de schade door hem voor te rekenen dat 450 miljoen niet zo heel veel is. Een stuk of wat topvoetballers. Meer niet. De voorhoede van Paris St. Germain.

„Dat is ook weer waar”, zei het erelid van de FC Barcelona, de enige voetbalclub met een kleine kapel in de spelerstunnel. Elon Musk lacht om dit soort fooitjes.

De paus en ik gingen verder in onze kranten. Hij las over die Nancy Pelosi op Taiwan, die bijna voor een derde wereldoorlog zorgt.

„Sommige vrouwen hebben dat”, lachte de paus, „die jagen alleen al met hun aanwezigheid iedereen in het harnas. Die Pelosi is zeker zo’n type. Met dat irritante botoxhoofd.”

Meteen vroeg hij of het waar was van Nick & Simon.

Ik had ook zoiets gehoord.

En Jutta en Koen?

„Ze zeggen het zelf”, stelde ik de bejaarde man gerust.

„En Gordon bijna dood”, stamelde de paus geschrokken.

„Wie zegt dat?”, vroeg ik.

„Gordon zelf”, zei de paus.

„Dan is het waar”, zei ik. „Gordon overdrijft niet in dit soort essentiële zaken. Het zou verschrikkelijk zijn voor zijn hondjes.”

Toen vroeg de paus wat ik van Canada vond.

„Mooi,” antwoordde ik, „maar ook wel raar. Veel dikke mensen en die zijn allemaal bont en blauw van de meest gruwelijke tattoos, die volgens mij allemaal uit een en hetzelfde plaatjesboek komen.”

Waarop Franciscus vroeg of er in ons land ook zoveel tattoos waren.

„Wel meer dan vroeger,” zei ik, „maar wij komen voorlopig inkt tekort. Bij ons gaan volle tankwagens van dat spul in rapporten van onze regering die compleet dichtgelakt moeten worden.”

Want?

Dan kan je als premier een record breken.

Deze snapte de paus niet. Ik wel.

Toen vroeg de paus of het waar was dat er bij ons in Amsterdam een universiteit was die geld had gekregen van de Chinese overheid om aan te tonen dat in China de mensenrechten niet geschonden werden. Volgens de paus was dat vast een christelijke universiteit geweest. Hij moest hier zelf hartelijk om lachen. Ik vertelde dat dat onderzoek inmiddels gestopt was en dat de VU het geld braaf had teruggestort.

Toen keek hij mij wanhopig aan en vroeg: „Al deze ellende op een rij. Zal ik die tooi voorlopig maar ophouden?”

„Hou maar op”, zei ik.

„Met alles?”, vroeg de paus.

„Nee,” zei ik, „alleen die tooi”.