Recensie

Recensie Boeken

Wandelen door Nationale Parken, over eilanden en mét bier

Wandelboeken NRC recenseert de komende tijd uiteenlopende wandelboeken. Deze keer: wandelen door deels nog onbekende Nationale Parken, struinend over Waddeneilanden en genietend van bijzondere bieren na een wandeling in het zuiden.

Illustratie Jeltje de Koning

Bekende én onbekende Nationale Parken

De wandelboeken van natuurblad Roots zijn een begrip. Niet alleen vanwege de fijne compilaties (De mooiste wandelingen langs water, De mooiste boswandelingen, et cetera), maar ook door het fraaie uiterlijk en vooral de kaartjes (dat wil zeggen: die uit het boek; de digitale zijn omslachtig en soms zelfs niet te vinden en laten we links liggen). Hoe beter het kaartje, hoe plezieriger doorgaans de wandeling, en in het geval van Roots betekent dat juichend wandelen, want ze zijn werkelijk uitstekend en stijgen tot boven de beste van de concurrentie uit. De jongste editie behelst de Nationale Parken. Ons land kent er in totaal 21 (veel meer dus dan die paar die iedereen kent) en alle staan in dit boek.

Wij liepen om te beginnen de route in de Oostvaardersplassen (15,5 km); die leek ons de minst spectaculaire, maar om louter hoogtepunten als de Veluwezoom mee te pakken is wat al te makkelijk. Op naar het platte nieuwe land dus. Inderdaad val je hier niet steil achterover van het natuurschoon, al kun je geluk hebben en een zeearend langs zien zeilen – nergens heb je daar zoveel kans op als hier. Een nadeel van de Oostvaardersplassen is dat je enkel aan de randen van het natuurgebied kunt lopen. De wandeling (ook als twee losse lussen te lopen) blijft daardoor wat vlak, net als het landschap zelf, maar bevat wel fijne plekken om naar watervogels, herten, paarden of runderen in de verte te kijken. Het bos is een welkome afwisseling – al blijft het behelpen als je de andere bossen uit deze gids ernaast legt. Op enkele plekken wekt de routebeschrijving even verwarring maar vinden we, dankzij het perfecte kaartje, snel de weg zoals ie er had moeten staan. Vreemd is dat sommige logischer wandelpaadjes, zoals aan de andere kant van het uitkijkpunt weer naar beneden in plaats van dezelfde weg teruglopen om dan op hetzelfde pad uit te komen, ontbreken. Hoe lang geleden is deze route voor het laatst nagelopen?

Dat euvel lijkt zich ook voor te doen tijdens onze tweede tocht, door Zuid-Kennemerland ofwel de Kennemerduinen: op een aantal plaatsen klopt de genoemde kleur op het paaltje niet. Wat moet je nu als de tekst meldt dat je rechts een blauw paaltje hebt en links rood-groen, terwijl rechts rood is en links groen? Maar ook nu redt het kaartje ondergetekende uit de brand, die op deze zonnige dag weliswaar in alle vroegte was begonnen maar zich ploegend door het mulle zand met nauwelijks beschutting realiseerde dat je deze wandeling van ruim 14 kilometer beter niet op zomerse dagen kunt doen – in de gortdroge duinstukken is het zeker 10 graden heter. Ook de optioneel te beklimmen hoge uitzichtpunten maken dat dit geen tochtje voor beginners is, maar wel zeer de moeite waard.

Nummer drie was in een ons nog onbekend natuurgebied: De Maasduinen, in Noord-Limburg vlakbij de Duitse grens. Zodra je daar loopt over die met bos begroeide rivierduinen vraag je je af hoe het toch in godsnaam mogelijk is dat je dit nog niet kende. Wat een natuurpracht, inclusief een bijna Zwitsers aandoend blauw bosmeer. We lopen hier op een mooie zondagochtend en toch komen we nauwelijks iemand tegen. Wel worden we toegezongen door vele wielewalen. ‘Dudeljo!’, juichen we terug; wat een plek. Het laatste stukje van de lange route (11 kilometer; in te korten tot 8) blijkt toch wat te summier beschreven om probleemloos het juiste bospad in te slaan. Omringd door ruiterpaden en stuifzandvlaktes bood zelfs het kaartje geen uitkomst, net zo min als Google Maps – dat lang niet elk paadje hier laat zien. Een andere app (Kaarten van Apple) deed dat gelukkig wel. Even updaten in de volgende druk, dan is ie he-le-maal perfect; want verder is dit een wandeling om door een ringetje te halen. Het maakte in elk geval dat wij hevige zin kregen om de wandelingen uit dit mooie boek dit jaar nog allemáál te gaan lopen.

Lees ook de eerste reeks wandelboekenrecensies: Van stadsommetjes tot on-Nederlands natuurschoon

Echt álles over de Wadden

In de reisboekenserie van Crossbill Guides verscheen nog voor corona het dikke deel over de Wadden. Een prachtboek, laten we daarmee beginnen. En dik. Voor we aankomen bij de wandelingen (en fietstochten) gaan de eerste 166 pagina’s over het ontstaan van het landschap, de flora en fauna – wie alles wil weten alvorens op pad te gaan zal de wandeling nog een week moeten uitstellen.

Wij liepen op Texel in de uiterste noordpunt een wandeling van bijna 6 kilometer, langs de vuurtoren over het brede strand en door de zogeheten Tuintjes (een begrip onder vogelaars: als laatste c.q. eerste stuk land grenzend aan zee strijkt hier vaak iets bijzonders neer), en hadden daarmee een van de mooiste plekken van het eiland te pakken. De beschrijving van de route had alleen wel iets gedetailleerder gemogen, want op het laatste stukje kwamen we er toch niet helemaal uit, ook niet met het kaartje erbij, dat iets afweek van de digitale versie die je met een gratis app op je telefoon kunt downloaden.

Op Schiermonnikoog lopen we twee wandelingen: de eerste is relatief kort (6,5 kilometer) en voert deels door het bos grenzend aan het enige dorp. Een mooie route, we horen en zien de zeldzame maar hier voorkomende kleine barmsijs waar het boek ons op attendeerde; maar de routebeschrijving zelf is wederom te summier, sterker nog, we lopen een paar keer bijna en eenmaal zelfs totaal verkeerd doordat de tekst essentiële aanwijzingen weglaat. Enkel met het app-kaartje komen we terug op de route. Maar het streven is toch echt deze wandeling zónder telefoon te lopen, dus die app – die op zichzelf goed functioneert, met pop-ups als je ergens af moet slaan – laat ik het liefst uit. De teksten en het kaartje in het boek moeten het werk doen.

De volgende dag vroeg op voor een wandeling van 9,5 kilometer over het prachtige westelijk deel van het eiland. Vreemd dat het boek ons niet naar de vogelkijkhut stuurt met prachtig zicht op een grote lepelaarskolonie; maar goed dat we die ene kilometer extra er vrijwillig bij hadden gepakt. Verder volgens de route lopen we langs kwelders die vol staan met schitterend paars bloeiend lamsoor, ook wel zeelavendel genoemd. Wat is dit genieten. Helaas wordt onze aanvankelijke jubelstemming toch weer de grond in geboord door ergernis over de tekortschietende routebeschrijving: wederom hadden wat meer aanwijzingen niet misstaan. Op het laatste stuk was dit, met een volledig overgroeid minuscuul zijpaadje, zelfs broodnodig geweest om niet compleet verkeerd te lopen – wat wij dus wel deden, waarna we veel moeite moesten doen, met Google Maps er nog bij, om het ‘pad’ überhaupt te vinden. Niet zo fijn als je nog een boot moet halen.

De conclusie moet helaas toch luiden dat dit weliswaar een fraai en qua natuurbeschrijvingen zeer informatief boek is, maar dat het onderdeel waar het toch om zou moeten gaan simpelweg beter had gemoeten. We krijgen de indruk dat de auteur de routes zelf al te goed in zijn hoofd had zitten en dat deze vervolgens niet zijn nagelopen door iemand die het gebied nog niet kent. Jammer; was hier net zoveel zorg aan besteed als aan de vele tussenliggende tekstjes over alle vogels en planten die je op bepaalde punten kunt zien, dan was het eindoordeel twee ballen hoger uitgevallen.

En daarna een goed glas bier

Een wandelboek met bier als leidraad? Ik had er eerlijk gezegd niet meteen hooggespannen verwachtingen bij. Des te leuker is het dan als een boek een ware verrassing blijkt te zijn, met originele, mooie en bovenal goed beschreven wandelingen. Concept is het combineren van twee zeer populair geworden trends: wandelen en speciaalbier; dat laatste „smaakt namelijk nóg lekkerder als je het lichaam eerst aan het werk hebt gezet, en een wandeltocht is nóg leuker als je weet dat je aan het einde een bijzonder bier te wachten staat”, aldus de achterflap. Deze editie, speciaal gericht op Zeeland, Noord-Brabant en Limburg, is een vervolg op het vorig jaar verschenen Het Grote Nederlandse Bierwandelboek.

Ik besluit twee uitersten uit te proberen: een stadswandeling en een echte natuurwandeling. Beide eindigen bij een proeflokaal vol bijzondere bieren. Het fraai vormgegeven en van veel foto’s voorziene boek is te dik om in de hand te houden tijdens het lopen, dus foto’s maken van de pagina’s (en eventueel uitprinten, zoals ik altijd doe) is aan te raden. De kaartjes zijn prima en elke route is via een QR-code ook te volgen op Google Maps – en werkt beter dan bij veel andere digitale routes.

Op naar de Lichtstad! Eindhoven staat niet bekend als de mooiste stad, maar daar staat tegenover dat ze zich de afgelopen twee decennia ontwikkelde tot een bruisende hotspot als het gaat om architectuur (neem alleen al de glazen bouwsels Bubble en Blob), cultuur en hippe horecagelegenheden, veelal gelegen in Strijp-S, een groot voormalig Philips-fabrieksterrein. De wandelroute (8,5 kilometer) laat het je allemaal zien, evenals plekken waar je uit jezelf vermoedelijk niet zou komen, maar die dan toch de moeite waard blijken. Zo word je onder een op het eerste gezicht onooglijk viaduct geleid, enkel omdat de steunpijlers beschilderd zijn met de armen en handen van buurtbewoners – en dat is inderdaad zo’n leuk gezicht dat het eigenlijk onbegrijpelijk is dat dit niet overál zo wordt gedaan. Het aantrekkelijk ingerichte Philips Museum is een must om te bezoeken: al die Philips-iconen die je daarna passeert krijgen nog meer allure. Verder lopen we onder (alweer) viaducten die ooit lelijk waren maar dankzij hun fraaie schilderingen nu een feest zijn om te bekijken: die met de Silly Walks van John Cleese laat de grootste chagrijn nog glimlachen, en de overlopende kleuren in een viaduct bij het station waarbij het plafond identiek meekleurt dwingen terecht zoveel respect af dat niemand het in zijn hoofd haalt deze kunstwerken te vernielen met eigen lelijke krabbels. Zo kan het dus ook! We eindigen bij Stadsbrouwerij Eindhoven; een prachtig proeflokaal in een voormalige textielfabriek. De ‘Non de Jus!’ en ‘Brabantsche Weissheit’ passen alleen al qua naam perfect bij deze enerverende stadswandeling.

Lees ook dit stuk over de bierwandelingen: De mooiste bierwandelroutes van Nederland

Wandeling twee voert ons naar de grens van Brabant en Limburg: startend en eindigend in het lieflijke dorpje Griendtsveen, bestaande uit twee lussen die ook elk los te lopen zijn. Het eerste deel van de 10 kilometer lange tocht gaat langs typische dorpsweggetjes en het Kanaal van Deurne (zo mooi dat het eerder een riviertje lijkt), met overal hoge bomen en zingende vogels. Het dorp, met fraaie oude huizen die middels een bordje in de berm met historische foto aan de voorbijganger worden geduid, was vroeger een bedrijvig toneel van turfstekers: hoogveengebied De Peel ligt er pal naast. Daar doorheen gaat het tweede deel, deels over het Nonnenpad waarover vroeger de nonnen van het klooster naar Deurne liepen. In dit moerasbos een lang stuk door metershoge varens, en over leuke smalle paadjes langs het destijds zo grondig afgegraven veen. We komen welgeteld één wandelaar tegen op deze schitterende tocht. En eindigen zoals de gids ons opdraagt: bij proeflokaal De Peelreus, waar we constateren dat de ‘Peelreus Zwaar Blond’ inderdaad precies is wat we nu nodig hebben.

Opvallend aan deze gids is niet alleen dat de routebeschrijvingen zeer duidelijk en zo goed als foutloos zijn, maar ook hoe prettig leesbaar de bijbehorende teksten over historie, landschap en bezienswaardigheden – daarvoor tekende reisjournalist Guido Derksen. Zelfs de vele en mooie foto’s zijn van zijn hand. En daarmee is dit boek een pareltje, óók voor wie niet van bier houdt.