Foto Daniël Niessen

Interview

Het jongste en het langstzittende Kamerlid in gesprek: ‘Pim Fortuyn was een heel belangrijk moment’

Zomeravondgesprek Habtamu de Hoop (PvdA), een in Addis Abeba geboren Friese boerenzoon, is het jongste Kamerlid. Kees van der Staaij (SGP), die zijn twee kinderen adopteerde uit Colombia, het langstzittende. „Ik vond jouw maidenspeech de beste van deze lichting.”

SGP’er Kees van der Staaij hield op de middelbare school in Amersfoort, begin jaren tachtig, een spreekbeurt over het boek Van Vreemde Smetten Vrij, over de Centrumpartij. De zin waarmee hij eindigde kent hij nog steeds uit zijn hoofd: „De Centrumpartij zal opgaan, blinken en verzinken.” Hij had een stapel partijfolders gepakt en in de prullenbak gegooid. Zijn docent was niet onder de indruk. Die vond het „populistisch”. Habtamu de Hoop van de PvdA deed in de vierde klas van de havo mee aan een debatwedstrijd en hij was als laatste aan de beurt om een politieke partij te kiezen. Alleen de PVV was nog over. „Ik zette een witte pruik op en deed de meest provocerende uitspraken.” Hij won. Toen hij daarna voor maatschappijleer een werkstuk over Nietzsche had „afgeraffeld” en bijna bleef zitten, wilde zijn leraar hem alleen helpen met een cijfer dat goed genoeg was als hij lid werd van de debatclub.

Zo word je misschien wel bij toeval politicus, is de boodschap van Habtamu de Hoops verhaal, bij de ravioli met ricotta en citroen in het Potterhuis in Den Haag. Kees van der Staaij zegt dat hij nog steeds „attributen” meeneemt om aandacht te trekken – als een belangrijk debat in de Tweede Kamer lang duurt en hij met zijn kleine partij pas als een van de laatsten het woord krijgt. „Op school ben ik ook een keer op krukken de klas in gekomen voor een spreekbeurt over gehandicapten.”

Aan het eind van de middag was Kees van der Staaij als eerste in het zeventiende eeuwse Potterhuis, aan de Dunne Bierkade in Den Haag. Hier schilderde Paulus Potter zijn Stier, Jan Steen woonde er met zijn gezin. In de bibliotheek staan hapjes klaar, maar Van der Staaij heeft alleen oog voor de boeken. „Abraham Kuyper! Waanzinnig wat die man allemaal schreef!”

Hij trekt ook Heren van de thee uit de kast, van Hella Haasse. Die roman leerde hem een les, zegt hij. „Mensen kunnen verzuren zonder dat ze het zelf door hebben. Er kan zomaar ontevredenheid in je leven sluipen, gelukkig zijn is geen automatisme. Je moet je tuintje blijven wieden.”

We wachten dan nog op Habtamu de Hoop. Hij is het jongste Tweede Kamerlid: 24 jaar oud. Van der Staaij is nu het langstzittende Kamerlid: 24 jaar lang.

We willen het hebben over de politieke cultuur in Den Haag, en over het andere dat hen bindt: Van der Staaij adopteerde samen met zijn vrouw Marlies twee kinderen uit Colombia: Michaël (21) en Camila (18). De Hoop werd als baby van een paar weken oud te vondeling gelegd in een café in Addis Abeba, de hoofdstad van Ethiopië. Zijn Ethiopische ouders heeft hij nooit gekend, hij weet niet wanneer hij precies geboren is. Hij was naar een weeshuis gebracht en kort daarna werd hij geadopteerd door een boerenechtpaar uit Wommels, Friesland.

We schenken oranje Crodino in en willen gaan zitten. Maar Van der Staaij kijkt liever nog even naar de boeken. Na een half uur komt De Hoop binnen, bezweet – hij moest nog in de Tweede Kamer zijn en heeft zich gehaast. Bij de ingang van het Potterhuis was hij aangezien voor de fotograaf, die ook later komt. Zulke dingen overkomen hem voortdurend, zegt hij. Hij denkt dat het komt omdat hij nog jong is, dat mensen hem moeilijk kunnen plaatsen.

De Hoop neemt ook Crodino, hij kiest de rode, naar de kleur van zijn partij. „Ik kan niet anders.” Van der Staaij: „Gelukkig maar dat ik dan voor SGP-oranje koos.” De Hoop kijkt ook naar de boeken en zegt dat hij niet zo’n lezer is. „Ik probeer het, maar ik moet me er echt toe zetten.” Zijn laatste boek was De tirannie van verdienste van Michael Sandel, over maatschappelijke verschillen en de toekomst van de democratie. Dat vond hij geweldig. Maar hij kijkt vooral naar politieke documentaires, en Netflix. Kees van der Staaij groeide op zonder televisie. „Ik ben niet zo’n serie-fan. Een boek! Daar kun je lekker in bladeren en lezen.”

Habtamu de Hoop Foto Daniël Niessen

De tong der wijzen

Van der Staaij vertelt over zijn maidenspeech in de Tweede Kamer, juni 1998: over de Experimentenwet Stad en Milieu. Een wat saai, technisch verhaal, vindt hij zelf. Kamerlid Eimert van Middelkoop van het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV), later opgegaan in de ChristenUnie, was na hem aan de beurt. Hij had geciteerd uit de Bijbel: „De tong der wijzen brengt degelijke kennis voort, maar de mond der zotten stort dwaasheid uit.” „Hij zei,” zegt Van der Staaij, „dat ik in de Tweede Kamer zowel wijzen als dwazen zou tegenkomen.”

Van der Staaij kijkt naar De Hoop. „Maar een mooi persoonlijk verhaal, dat was toen nog niet gebruikelijk. Jij had de mooiste maidenspeech die ik van deze lichting Kamerleden gehoord had.”

Dat verhaal, op 22 april 2021, ging snel nadat hij het had uitgesproken viral. De Hoop vertelde uit zijn hoofd hoe hij als baby was achtergelaten in het café. Zijn moeder, denkt hij, had hem op de toonbank gelegd. „Ze heeft als het ware een bakje koffie besteld en is vertrokken.” In zijn maidenspeech zei hij: „Wie mij op de wereld zette, is voor mij onbekend. Maar wie mij de liefdevolle opvoeding hebben gegeven waardoor ik vandaag op deze plek kan staan, daar bestaat geen enkele twijfel over.”

Habtamu de Hoop zegt nu: „Het was erg persoonlijk, dat doe ik niet graag. Ik wil geen mooi verhaal zijn. Maar het was een mogelijkheid om te vertellen waarom ik hier terecht was gekomen. Het was niet omdat ik zelf alles zo goed had gedaan. Kansengelijkheid zit niet in je dna, het gaat om wie en wat je om je heen hebt. Dus ook om de voetbaltrainer in het dorp die mij zelfvertrouwen gaf toen hij mij aanvoerder liet worden.”

Was hij zenuwachtig voor die speech?

De Hoop: „Ik ben voor een groep nooit zo zenuwachtig. Een gesprek met één persoon voelt kwetsbaarder. Dat heb ik altijd al gehad.”

Vooraf had De Hoop de tekst van zijn speech aan zijn ouders laten lezen. „Ik ben een nuchtere boerenzoon, mijn ouders houden niet zo van emotioneel gedweep.” Maar dit vonden ze mooi.

Hij zat toen nog maar een paar weken in de Tweede Kamer, zijn salaris had hij nog niet binnen. Hij had nauwelijks geld, want voor de verkiezingscampagne had hij zich in de schulden gestoken: „Ik had krantenadvertenties gezet, billboards gekocht, posters gemaakt. Ik wilde per se gekozen worden.” Dus hield hij zijn maidenspeech in het C&A-pak dat hij ook al droeg op de feesten van zijn middelbare school, hij droeg de schoenen waar zijn vader dertig jaar eerder in was getrouwd. „Attje Kuiken [nu PvdA-fractievoorzitter] liep naar me toe en zei: ‘Habtamu, dat zijn wel echt vertrapte schoenen, ga je nog eens nieuwe halen? Je bent nu Kamerlid.’ Ik zei: ‘Attje, ik zou wel willen, maar ik heb nog geen salaris gekregen.’” Van zijn eerste salaris kocht hij twee pakken, en ook schoenen.

Foto Daniël Niessen
Foto Daniël Niessen
Foto’s Daniel Niessen

‘Leuk, zo’n Indoman’

In de dinerzaal van het Potterhuis, een verdieping lager, vraagt Kees van der Staaij om een minuut stilte. Op tafel staat salade. Dan zegt hij: „Grappig wat jij net zei, dat je een op een praten spannender vindt dan voor een groep. Ik heb het andersom. Op een partijdag kan ik mensen niet een op een in de ogen kijken. Als iemand dan grimmig kijkt, maak ik me zorgen: wat denkt die persoon?”

Van der Staaij had al in de debatzaal van de Tweede Kamer gezegd hoe mooi hij de maidenspeech vond, en dat er een link tussen hen was door die adoptie.

Waarom kozen Van der Staaij en zijn vrouw voor Colombia?

„Er was denk ik veel documentatie over Colombia, er kwamen veel baby’s vandaan en Marlies had Colombianen in de familie. Laatst hebben we nog gegeten met de mensen met wie we in die tijd in een hotel zaten en die op dezelfde dag uit hetzelfde kindertehuis een baby kregen. We zeiden tegen elkaar dat we nu dus ook elkaars kind hadden kunnen hebben. Daar kun je je nu niks meer bij voorstellen. In die tijd kregen we eerst een fotootje, en we wilden meteen voor dit wezen door het vuur gaan.”

Habtamu de Hoop zegt dat hij nooit aan zijn ouders heeft gevraagd waardoor ze zelf geen kinderen konden krijgen. „Mijn vader was al 39 toen ik kwam, mijn moeder een paar jaar jonger. Je kon als je wat ouder was niet overal meer adopteren. Misschien dat ze daarom voor Addis Abeba kozen.”

Zijn ouders hadden hem al vroeg verteld over de adoptie. „Ik was vijf of zes. Ik kon later zo boos worden als mensen vroegen: wie zijn dan je echte ouders? Ik vond dat beledigend voor hen. Dit zijn de mensen die me eten gaven, me naar voetbal reden. Dit zijn mijn ouders. En voor mezelf dacht ik: heb ik dan iets wat niet echt is?”

Van der Staaij: „Het valt bij jou natuurlijk wel meteen op door je huidskleur. Mijn vrouw kreeg weleens te horen, als vreemden naar onze kinderen keken: ‘Het lijkt me zo leuk om een Indoman te hebben. Die van mij is maar een kaaskop.’”

We vieren elk jaar de dag dat mijn ouders mij voor het eerst zagen. Dan gaan we naar een Ethiopisch restaurant

Habtamu de Hoop

Heeft hij zelf in de Tweede Kamer weleens over de adoptie verteld?

„Laatst was er een debat over buitenlandse adoptie en of daarmee gestopt moest worden.” Uit een onderzoek was gebleken dat er tussen 1967 en 1997 veel misstanden waren geweest bij adoptie. „Ik vond het lastig, ik realiseerde me: het is raar als ik niets zeg over mezelf. Dat heb ik toen kort gedaan. Ik zei dat wij het belangrijk hadden gevonden om te weten dat de natuurlijke ouders echt niet voor het kind konden zorgen. Als adoptieouder zou ik niet graag tegen mijn kind willen zeggen dat de ouders te weinig geld hadden. Dan kun je net zo goed zelf geld geven. Maar ik wilde niet normatief zijn, ik wil niet voor anderen spreken.”

De Hoop knikt. „Ik vind het politiek gezien heel moeilijk dat het beste wat mij is overkomen, mijn adoptie, voor anderen iets verschrikkelijks is geweest, omdat mensen hun kind onvrijwillig hebben afgestaan. Mijn verhaal is niet de norm. Maar het is moeilijk als er een negatieve zweem over adoptie komt te liggen. Dat deed ook mijn ouders pijn, alsof zij iets verkeerd hebben gedaan.”

Niet De Hoop zelf, maar een andere PvdA’er deed het debat over adoptie. „Je werd wel genoemd in dat debat”, zegt Van der Staaij.

„O, kijk aan. Ik probeer me bewust afzijdig te houden omdat ik er niet heel objectief in sta. Ik vond het heel heftig toen buitenlandse adoptie on hold werd gezet. Negen van de tien keer willen ouders het beste.”

Hoe besteedt hij aandacht aan zijn afkomst?

„We vieren elk jaar de dag dat mijn ouders mij voor het eerst zagen, op 8 december. Dan gaan we naar een Ethiopisch restaurant. We kijken ook altijd de filmpjes terug die mijn vader van die eerste dagen heeft gemaakt.”

‘Jeetje, excuus Kees’

Zijn broertje werd later geadopteerd. Hij komt uit Nasaret, zo’n twintig kilometer van Addis Abeba. „Toen mijn ouders dertig jaar getrouwd waren, in 2019, zijn we teruggegaan. Het café waar ik te vondeling was gelegd stond er niet meer. In het weeshuis hadden ze een dik boek voor ons op tafel gelegd, met alle namen van de kinderen en de dag dat ze binnen waren gekomen. Bij de dag met mijn naam stonden iets van dertig kinderen en door acht namen stond een kruis. Die waren overleden. We hebben met de kinderen van het tehuis gevoetbald, we hadden shirts voor hen meegenomen en ik realiseerde me zo goed hoeveel geluk ik heb gehad. Ik was in die tijd presentator van Het Klokhuis en raadslid. Het voelde als een verplichting om in de politiek iets terug te doen voor mijn geluk.”

Hoe zag het weeshuis eruit?

„Volgens mijn moeder zag het er veel beter uit dan ruim twintig jaar eerder. Toen lagen baby’s op elkaar. Maar ik zag nog steeds dertig baby’s op één kamer, Jezus.” Hij schrikt en kijkt naar Van der Staaij. „Jeetje, excuus Kees.”

Van der Staaij en zijn vrouw gingen in 2010 met de kinderen terug naar Colombia. Ze gingen naar het ziekenhuis waar ze waren geboren, en het kindertehuis. „We vonden het belangrijk om er al vroeg heel open over te zijn. Ze wisten dat ze met het vliegtuig waren gekomen en dat vonden ze heel normaal. Ze hoorden een keer over mensen die een kindje verwachtten en een van onze kinderen vroeg: ‘Wanneer komt het vliegtuig?’ Daar was dus nog wat werk te doen in de voorlichting.”

Onze kinderen wisten dat ze per vliegtuig waren gekomen en dat vonden ze heel normaal

Kees van der Staaij

Hij kijkt naar De Hoop. „Jij bent maar een paar jaar ouder dan mijn zoon. Op de dag dat hij geboren werd, stond ik bij de Twin Towers in New York. Die later dat jaar, op 9/11, zouden instorten.”

In Wommels waren Habtamu de Hoop en zijn broertje een tijdlang de enige kinderen van kleur. „Maar als ik Fries begon te spreken hoefde ik niet meer te bewijzen dat ik een boerenzoon van daar was. Ik heb er nooit last van gehad, ik zie het als een verrijking: ik ben een Friese jongen maar ook zwart, waardoor ik me in veel mensen kan verplaatsen. Het enige wat ik echt wel lastig vond, is Sinterklaas.”

De Hoop zegt niet: Zwarte Piet.

„Ik heb dat altijd wat onderdrukt. In de loop van de tijd ben ik me erover gaan uitspreken, maar in Friesland is de drempel daarvoor wat hoger dan in de Randstad. In 2020 ben ik naar de Black Lives Matter-demonstratie gegaan in Leeuwarden. Ik was toen raadslid van de PvdA en mijn fractie was het er niet mee eens dat ik ging. Ik zei: kinderen worden hierdoor van jongsaf aan buitengesloten en daardoor is 5 december voor veel kinderen een klotedag. Het tegenargument was: toen ik jong was, was ik dik en werd ik ook gepest. Get over it.

Kees van der Staaij Foto Daniël Niessen

Ambtelijke geheimtaal

Een zwarte labrador komt de dinerzaal in en gaat bij de tafel liggen. De Hoop zegt dat hij Van der Staaij voor het eerst op het Binnenhof zag in de Nacht van Rutte, op 1 april vorig jaar in het debat over de ‘functie elders’-notitie. „Door corona mochten we niet allemaal tegelijk in de bankjes zitten en ik had het zo gepland dat ik erbij was toen Rutte aan de beurt was. En toen jullie die motie van wantrouwen steunden, Kees.”

Van der Staaij kijkt onbewogen.

„Wij keken elkaar aan en zeiden tegen elkaar: ‘jeetje, als de SGP het zelfs steunt, kan het weleens heel erg spannend worden’. En bij de ChristenUnie zag ik de gezichten stijver worden.”

De ChristenUnie had net laten weten dat ze de motie van wantrouwen níet zouden steunen, Gert-Jan Segers wist niet dat de SGP een andere beslissing had genomen.

Van der Staaij: „Ik denk dat ik het de lastigste affaire vond in mijn politieke periode. Het was iets heel uitzonderlijks om zo’n motie te steunen, maar de waarden die in het geding waren wogen zwaar. En we wisten toen al dat de oude coalitie Rutte zou blijven steunen en dat wij, als wij dat ook zouden doen, de enige niet-coalitiepartij waren die dat deden.”

Twee dagen na het debat, toen Segers in Het Nederlands Dagblad zijn vertrouwen in Rutte alsnog opzegde, sms’te Van der Staaij aan Rutte dat de motie van wantrouwen niet persoonlijk bedoeld was, en dat hij zijn uitzonderlijke stemgedrag nog eens wilde toelichten. De week erna dronken ze samen koffie.

De Hoop kent in de Tweede Kamer alleen de politieke cultuur zoals die sinds 1 april is, met hevige conflicten en harde uitvallen – zoals het dreigement van Forum voor Democratie-Kamerlid Van Houwelingen dat zijn D66-collega Sjoerdsma zich voor een tribunaal zou moeten verantwoorden. Van der Staaij zag het in meer dan twintig jaar veranderen. Wat was voor die veranderende cultuur de meest bepalende gebeurtenis?

Van der Staaij denkt lang na, zegt dan: „Pim Fortuyn was een heel belangrijk moment. Wat me daar vooral nog van bijstaat is het spectaculaire van het onvoorziene. Economisch ging het best goed, maar onderhuids was er onbehagen waar we geen zicht op hadden. Dus nu vragen we ons steeds af: hebben we het beeld wel scherp? Missen we iets? En met de LPF kwam de taal van de straat de Tweede Kamer in. Alles veranderde, het moest flitsender, sneller, populairder. Iedereen vroeg zich af: spreken we niet te veel ambtelijke geheimtaal?”

Is Van der Staaij zelf ook anders gaan praten?

„Ja, en we zijn focusgroepen gaan oproepen. Mensen uit onze achterban die weinig op hadden met politiek maar wel midden in de samenleving stonden, zoals de politieagent, de vmbo-lerares. Die lieten we reflecteren: hebben we als SGP de goede punten te pakken? Is onze taal overgekomen? Dus ja… zo’n speech over de Experimentenwet Stad en Milieu, mijn maidenspeech, die zou ik tien jaar later al helemaal anders hebben gedaan.”

Dóór de Fortuynrevolte?

„Ja!”

Voor een oud-presentator van Het Klokhuis kan het niet erg moeilijk zijn om helder te praten, toch?

De Hoop: „Ik denk dat dat mijn kracht is ja, dat ik in mijn eigen taal politiek bedrijf.” Hij was een kleuter toen Fortuyn werd vermoord. „Ik heb ook nooit bewust een andere premier meegemaakt dan Mark Rutte. Mijn generatie is gewend aan een rechtse meerderheid maar ik heb het gevoel dat jongeren er nu ook schijtziek van zijn. Ik vind het mijn taak om hun een stem te geven en om zelfvertrouwen te tonen. Het lijkt nu vaak alsof links er maar zo’n beetje bij zit. Maar als Rutte er niet meer zit, komen er weer kansen. Ik vind dat heel spannend.”

Ziet Van der Staaij het ook zo?

„De PvdA had het in Rutte II naar Haagse maatstaven best goed gedaan, ook voor mensen met een laag inkomen. Dat je toch zo genadeloos wordt afgerekend bij de verkiezingen in 2017, daar heb ik geen goed antwoord op. Ik hoor: de PvdA kon het niet uitleggen aan de vrachtwagenchauffeur om de hoek. Je ziet als tendens dat partijen steeds minder een natuurlijke achterban hebben en dan geldt: wie de huiskamer binnenkomt, heeft al heel wat bereikt. Dus proberen politici zichtbaar te zijn en uiten ze zich radicaal. Maar hoe moet je daarna dan weer gaan samenwerken voor een goed bestuur van Nederland?”

En dan, tegen De Hoop: „Ik heb vaak het idee dat mensen het te goed hebben om nog links te stemmen.”

De Hoop: „Moet je het slecht hebben om solidair te zijn? Dat zou toch verschrikkelijk zijn?”

Hij gelooft het ook niet. Bij het toetje, delizie al limone, zegt hij dat hij zijn werk in de politiek geweldig vindt. En dat zijn hart elke keer „een sprongetje maakte” als hij het oude gebouw van de Tweede Kamer binnenliep, dat nu wordt gerenoveerd. „Je voelde de geschiedenis.”

De Hoop begint net. Hoelang blijft Van der Staaij nog in de politiek?

„Ik heb het gevoel dat ik dichter bij de uitgang ben dan bij de ingang.”

Dat zegt Rutte ook: dat hij over de helft is.

„O ja?”

De Hoop: „Bij Rutte weet je het nooit.”

Bij Kees van der Staaij misschien ook niet?

„Ik vind dat je het elke keer moet afwegen, en elke keer wordt het minder vanzelfsprekend om door te gaan.”

Foto’s Daniel Niessen.