De Eredivisie begint weer: een alternatieve kijkwijzer over geweld, gokken en lange spitsen

Start Eredivisie Dit weekend begint de Eredivisie. Wat zien fans niet op het eerste gezicht? Een alternatieve kijkwijzer. Over de voorzet die terugkeert, fans die bier gooien, houten dug-outs en kunstgras.

Lees de persberichten en je zou bijna denken dat eredivisieclubs deze zomer in zee zijn gegaan met charitatieve instellingen. Bedragen worden niet genoemd, de term sponsor wordt vermeden. In plaats daarvan gaat het over ‘officiële partners’ die „een belangrijke bijdrage leveren aan de maatschappelijke doelstellingen van de club” (Robert Eenhoorn, AZ), over „mentale gezondheid en preventie van matchfixing” (Menno Geelen, Ajax), of over „een partner die gelooft in het verhaal van FC Volendam” (Mike Tol).

Waar het op neerkomt: alle eredivisieclubs hebben recent een meerjarige sponsordeal getekend met een of meerdere (online) gokbedrijven. Toto, Betcity, Unibet, Kansino en GGPoker heten ze. Dit seizoen zijn ze wekelijks te zien op de borst, rug en mouwen van eredivisievoetballers. Net als in veel buitenlandse competities. Om gokverslaving tegen te gaan verbiedt het kabinet (oud-)topsporters sinds vorige maand reclame te maken voor sportweddenschappen. Maar op de eredivisievelden geldt dat verbod vooralsnog niet.

Dat gokbedrijven en voetbalclubs elkaar hebben gevonden is geen verrassing. Clubs hebben geld nodig. Naar schatting betalen de gokaanbieders in totaal enkele tientallen miljoenen om betting partner te mogen zijn van eredivisieteams. Daar hebben die bedrijven goede redenen voor. Sportweddenschappen, vooral op tennis- en voetbalwedstrijden, behoren tot de populairste in hun soort. Het is bovendien een groeimarkt.

Tegelijkertijd is het lastig voor een online gokaanbieder om zich te onderscheiden van de concurrentie. En dus is agressieve marketing dé methode om nieuwe klanten te werven. Sinds het aanbieden van online kansspelen eind vorig jaar werd gelegaliseerd, maken gokbedrijven dan ook volop reclame in Nederland. In oktober en november waren er ruim 336.000 gokadvertenties te zien op televisie en internet – ruim twee keer zoveel als het jaar ervoor.

Grote vraag is hoe lang dat nog doorgaat. Gesteund door de Tweede Kamer, die is geschrokken van het marketingoffensief van de gokbedrijven en vreest dat gokverslaving toeneemt, werkt minister Franc Weerwind (Rechtsbescherming, D66) aan een verbod op ‘ongerichte’ gokreclames, zoals spotjes op radio, tv en in de publieke ruimte. Dat zou per 1 januari volgend jaar in moeten gaan. Ook wil hij per 2025 een einde maken aan sportsponsoring door online gokbedrijven. Tenzij de gokbranche erin slaagt het kabinet op andere gedachten te brengen, is het huwelijk tussen eredivisieclubs en hun betting partners dus al snel voorbij.

Biergooien en boetes

Vuurwerk, keiharde muziek, kwetsende spreekkoren en tegenstanders trakteren op een bierdouche. Het lijkt gemeengoed te worden bij wedstrijden in het Nederlandse betaald voetbal. Voor de één hoort het bij de sfeer, voor de ander is het reden om stadions te mijden. Volgens Matthijs Keuning, voorzitter van het Supporterscollectief Nederland, moet er voor zowel de fanatieke fan als het gezin plek zijn in de stadions. „Dat is geen keuze”, zegt hij.

Het leek er de voorbije decennia op dat het voetbalvandalisme langzaam uit de stadions werd verbannen. Grote rellen waarbij de mobiele eenheid tijdens wedstrijden charges uitvoerde, behoorden tot het verleden. In de loop der jaren maakten agenten binnen de poorten plaats voor stewards. En de stadionspeaker was de aangewezen man om in geval van nood het publiek te bedaren. Dat ging goed. Tot de pandemie, blijkt uit een analyse van het Auditteam Voetbal en Veiligheid.

Nog voor de stadions weer opengingen voor publiek werd het betaald voetbal geconfronteerd met een forse toename van geweld. Met een nieuwe generatie ordeverstoorders. Verschillende incidenten bij streekderby’s, racistische uitingen tegen Steven Berghuis en ongeregeldheden voor het duel Feyenoord-Union Berlin vielen op. Het seizoen eindigde in een anticlimax met rellende supporters bij de play-off tussen ADO Den Haag en Excelsior.

Volgens Keuning gaat het in veel gevallen om een combinatie van factoren, waarbij de pandemie van invloed was. „Er zijn inderdaad meer incidenten geweest en er is een stijging van het aantal stadionverboden [ruim vierhonderd ten opzichte van circa tweehonderd in voorgaande jaren, red.]. Dat komt vooral door een nieuwe, onsamenhangende groep supporters. Er kwamen frustraties naar buiten. Tegelijkertijd is de pakkans groot. De verhoudingen binnen de supportersgroepen zijn weer normaler geworden, dus gaan we hopelijk weer een seizoen zonder al te veel incidenten tegemoet.”

In de jaren tachtig gingen na elke grote rel stemmen op om een Voetbalwet in te voeren. Inmiddels heeft Nederland een van de strengste voetbalwetgevingen ter wereld, met Engeland als voorbeeld. Het Openbaar Ministerie (OM) kan alle informatie over relschoppers doorspelen naar de KNVB. De KNVB legt zelf boetes en stadionverboden op. „We moeten altijd de balans in de gaten houden”, zegt Keuning. „Een goede sfeer is voor iedereen belangrijk. Gezang en vuurwerk hoort daar bij. Het gooien van bekers bier is wat anders. Niemand vindt het fijn om dat in zijn nek te krijgen.”

Revival van de lange spits

De lange spits is terug in de Eredivisie. Luuk de Jong staat samen met Bas Dost, Henk Veerman en de nieuwe Ajacied Lorenzo Lucca symbool voor de hernieuwde erkenning van de kopsterke aanvaller die als afmaker, aanspeelpunt en bliksemafleider dient. De 31-jarige PSV’er maakte zijn faam tijdens de strijd om de Johan Cruijff Schaal direct waar. De aanvallende middenvelder Guus Til profiteerde van diens dubbele dekking en scoorde drie keer tegen Ajax.

Trend of toeval? Oud-spits Youri Mulder denkt dat er wel degelijk een bepaalde gedachte achter zit. Volgens hem heeft de revival van de targetman mogelijk te maken met een veranderde regel waardoor bij een achterbal de bal niet meer per se uit het strafschopgebied hoeft te worden geschoten. „De meeste trainers willen van achteruit opbouwen, maar met een lange, balvaste spits hebben ze een alternatief. Op iemand als Luuk de Jong kan je bal wel in één keer naar voren schieten”, stelt Mulder, die bij FC Twente en Schalke 04 speelde.

Bij PSV zal De Jong vooral de rol als aanvalsleider vervullen. Met 54 kopdoelpunten was hij in 2019 al recordhouder in de Nederlandse competitie. En ook de kopsterke Bas Dost keerde na tien seizoenen terug in de Eredivisie. De 1,96 meter lange spits, die in 2018 bedankte voor Oranje, kwam transfervrij over vanuit België. Als international kwam Dost niet verder dan achttien duels. Waarvan veertien keer als invaller. Het frustreerde hem dat hij bij Oranje nooit voor vol werd aangezien. Dost werd bij FC Utrecht met open armen ontvangen.

Luuk de Jong (PSV) met de Johan Cruijff-schaal op 30 juli 2022. FotoVincent Jannink

Het vertrouwen in Dost is zelfs zo groot dat zijn concurrent Henk Veerman (31) besloot te vertrekken naar zijn oude liefde FC Volendam. De 1,99 meter lange spits wordt in zijn geboortedorp herenigd met zijn twaalf centimeter kleinere buurman Robert Mühren (33). Het Volendamse tweetal speelde in het seizoen 2013/2014 ook al samen in de voorhoede van de club uit het vissersdorp. Dat was destijds in de eerste divisie. „Het is heel belangrijk dat spitsen elkaar aanvoelen en aanvullen”, stelt Youri Mulder. „Dus zal er naast de lange spits vaak een wat beweeglijker aanvaller staan.”

De dug-hout in Volendam

Kijk bij het gepromoveerde FC Volendam eens langs de lijn, naar de bankjes waarop coaches en reservespelers zitten. Geen dug-out, maar een dug-hout, zoals Volendam het noemt. Een van hout vervaardigde reservebank, die als het aan de club ligt staat voor meer. FC Volendam wil de meest duurzame club van Nederland worden (in navolging van Forest Green Rovers uit Engeland, officieus de groenste club ter wereld). Directeur Jan Smit – inderdaad, de zanger – liet een tijdje geleden via de clubkanalen weten dat FC Volendam een periode van „soul searching” achter de rug heeft, maar in duurzaamheid het „grotere verhaal” (en een manier om sponsoren te trekken) van de club heeft gevonden. Ultieme droom van Smit: een stadion in de vorm van een vissersschip, volledig klimaatneutraal.

Onderbelasting

Wie ná wedstrijden lang blijft zitten in het stadion, ziet soms nog een groep spelers het veld op komen. Dat zijn wisselspelers of invallers die weinig minuten hebben gemaakt. Onder leiding van een fysiektrainer trekken ze sprintjes, doen ze wat oefeningen, werken ze zich in het zweet. De bedoeling? Het voorkomen van onderbelasting – mogelijk het woord van het seizoen. Ofwel: conditieverlies door gebrek aan training. Clubs die ook in Europese competities actief zijn, spelen vaak drie wedstrijden in de week. Veel getraind wordt er tussendoor niet – funest voor wisselspelers. „Onderbelasting is een groter probleem dan overbelasting”, zei KNVB-bondsarts Edwin Goedhart er eerder over in NRC. Extra probleem dit seizoen: het WK in Qatar, van half november tot half december. Veel spelers zijn niet goed genoeg om voor hun land uit te komen, dus zijn ze wekenlang vrij. Er wordt al nagedacht over extra oefenwedstrijden om de WK-winter door te komen.

Ku(ns)tgras

KNVB, put out this kunstgras”, zei Ajax-aanvoerder Dusan Tadic vorig jaar na een wedstrijd tegen Sparta – het laatste woord klonk verdacht veel als kutgras, wat werd onderstreept door het lachje van Tadic. Maar zijn punt was duidelijk: op kunstgras vindt hij spelers de helft minder goed. Technisch is het lastig voetballen, blessures liggen op de loer. Sommige spelers weigeren überhaupt op kunstgras te spelen en coaches haten het. In 2003 was Heracles Almelo de eerste betaald voetbalclub met kunstgras. Er volgde een korte opmars, maar daarna leek de kunstgrasmat weer te verdwijnen. Tot dit seizoen. Met Cambuur Leeuwarden, Excelsior, FC Emmen en FC Volendam zijn er vier kunstgrasclubs in de Eredivisie volgend seizoen – tegen drie vorig seizoen. Dat Sparta weer gras aanlegt op Het Kasteel, is een kleine pleister op de wonde voor liefhebbers van gemaaid gras.

Heracles Almelo was de eerste club in de Eredivisie met kunstgras, maar speelt daar nu niet meer. Foto Vincent Jannink