Opinie

Dafne

Marijn de Vries

Ik werd wakker van de vlinders. Met dichte ogen probeerde ik te bepalen waar ik was. Het bed was zacht, de kamer stil. Ik deed mijn ogen open en zag schemering. Geen vlinder te zien. Streken ze alleen maar langs het raam? Raakten ze vederlicht mijn gezicht? De kamer leek nog steeds met fladderen gevuld.

Fladderen dat je soms voelt als de droom wijkt bij het ontwaken. Omdat je wat leuks gaat doen. Of op een bijzondere plek bent. Nu was het vooral dat laatste. Ik moest eruit, niet omdat het moest, maar omdat ik wilde. Op blote voeten door het natte gras, het ochtendgloren ruiken.

De gangen van hotel Papendal zijn leeg. Iedereen slaapt nog. Alleen de atleten kijken langs me heen vanaf de muur. Femke Bol. Sjinkie Knegt. Anna van der Breggen. Sven Kramer. Epke Zonderland. Ik sluip naar buiten. De dag is onderweg. Geen wind. Wel vogels, en een eekhoorn. Ik loop, en hoewel ik het hier ken, wandel ik maar wat.

In de kuil ligt de atletiekbaan. Ik loop de trap af en stap het blauwe kunststof op. Geen mens te zien. Ik rol mijn voet van hak naar bal, balanceer even op mijn teen en zet mijn andere voet er dan naast. Het voelt grof en zacht tegelijk. Ik realiseer me dat ik al sinds het ontwaken aan Dafne Schippers denk.

Hier liep ze, tot eind vorig jaar. Hier liep ze elke dag. Ik zet een stap, kijk naar beneden. Stond haar voet hier misschien eens, precies op deze plek? Kan bijna niet anders. Honderdduizend stappen van haar staan hier op deze baan.

Ik denk aan haar omdat ik Dafne Schippers hier gisteren al zag. Ze hangt levensgroot in het restaurant van hotel Papendal. Ik wandel terug. De gang van het hotel geurt inmiddels naar ontbijt. Croissantjes, jus d’orange en verse koffie. Daar is ze, aan de muur. Haar rechterarm steekt in de lucht, de wijsvinger omhoog. Wereldkampioen 200 meter, Peking, 2015. Ze won daarvoor al zilver op de 100 meter sprint.

Die foto. Die tijd van euforie. Daar verlang ik naar terug. Niet per se voor mezelf, maar wel voor haar. Ik kan me niet voorstellen hoe het voor haar moet zijn die versie van zichzelf te moeten missen. Baalt ze wel eens van het pad dat ze heeft afgelegd? Explosiever leren starten – dat is eigenlijk nooit echt gelukt. Ze trainde er beestachtig hard op, maar kreeg telkens maar weer last van haar rug. Die verdomde rug.

Wat frustrerend moet dat zijn. Weten wat je kan, maar dat niet meer kunnen omdat je voor iets anders koos dat je nog meer zou moeten brengen – maar niet bracht. Ze zoekt nu een nieuwe weg, met gewichtheffen en boksen, om die rug in het gareel te krijgen - het lukt maar niet.

Ik ga zitten, met een broodje, koffie, en een ei. Ik blijf naar Dafne kijken. Volgende week zou ze er weer zijn, op het EK atletiek. Het voelde als een nieuw begin – voor mij dan toch. Ik hoop voor haar dat dat er ooit komt. Wat zou dat mooi zijn. Wakker worden van de vlinders. Vol verwachting van de dag. En dan rennen alsof 2015 nooit ten einde kwam.

Marijn de Vries is oud-profwielrenner en journalist.