Reportage

Boosheid en zorgen om beloega in de Seine

Verdwaald dier Een verdwaalde tandwalvis in de Seine, even buiten Parijs, trekt veel publiek. „Dit toont hoe belachelijk we met dieren omgaan.”

De verdwaalde beloega, vrijdag in de Seine.
De verdwaalde beloega, vrijdag in de Seine. Foto AFP

Als de beloega boven water komt om adem te halen, ziet hij in plaats van ijsschotsen groene loofbomen die over met keien bedekte oevers gebogen staan. In plaats van het kraken van ijs of de vele geluidjes die zijn medebeloega’s maken, hoort hij mensen roepen: „Il est là!”, en het geklik van camera’s. In plaats van ijskoud zeewater voelt hij het lauwe, troebele water van de Seine om zijn witte lijf.

Dinsdag werd zo’n zeventig kilometer van Parijs een beloega gespot in de Seine, een witte tandwalvis die erg lijkt op een dolfijn. „Hij zwom hier gisteren urenlang rond”, zegt Emmanuel Pasco-Viel van de prefectuur Aure, die vrijdagmiddag de reddingsoperatie leidt in het dorpje Saint-Pierre-la-Garenne. „Dan zag je zijn kop af en toe bovenkomen”, zegt hij, gebarend naar het water in de enorme sluis achter hem. „Het was ongelooflijk om zo’n spierwit, gracieus dier van drie, misschien wel vier meter lang hier in de Seine te zien.” De beloega heeft zich vrijdagmiddag nog niet opnieuw laten zien.

Pasco-Viel was onder de indruk van de gratie van het dier, maar vooral maakte het aanzicht hem ongerust. „Hij kan niet lang overleven, zo ver van zijn natuurlijke habitat.” In samenwerking met de brandweer en dierenbeschermingsorganisaties probeert de prefectuur daarom de beloega naar zee te krijgen, maar een perfecte methode bestaat niet. „De eerste hypothese is om het dier met geluidjes noordwaarts te leiden, maar het is zo’n 200 kilometer tot de zee, dus de vraag is hoe haalbaar dat is. Een andere optie is het dier insluiten en naar zee brengen, maar daarmee zullen we hem beschadigen.”

Met gefronsde wenkbrauwen zijn zo’n tien brandweerlieden in de weer met het klaarmaken van boten om de beloega te voeren, het plaatsen van afzettingen, het te woord staan van journalisten. Ze zijn bezorgd, en dat is niet zonder reden: donderdag bleek dat de beloega sterk vermagerd is en verkleuringen op de huid heeft.

Het nieuws heeft inmiddels de hele omgeving bereikt. Meermaals per uur komen mensen aanrijden in het slaperige Saint-Pierre-la-Garenne, in de hoop een glimp op te vangen van het dier. Wat opvalt is de boosheid van de beloegaspotters. „Het is tijd dat mensen wakker worden”, zegt de 29-jarige schoonmaker Alexis Mathe, die op zo’n tien minuten rijden woont. „Het is de tweede keer in korte tijd dat er zo’n soort dier in de Seine zit, dat móét wel met de opwarming van de aarde te maken hebben”, zegt hij, verwijzend naar de orka die eind mei iets verderop in de Seine werd aangetroffen en uiteindelijk stierf.

De gepensioneerde kleuterjuf Véronique Ozanne, die de beloega sinds donderdag volgt met haar man Jean-Claude, zegt dat ze de komst van het dier niet los kan zien van „alles wat er nu gebeurt”. Jean-Claude verduidelijkt: „Met klimaatverandering en zo.” De gepensioneerde monteur Thierry Cuisse (62) vindt dat de komst van de beloega toont „hoe belachelijk we met dieren omgaan”.

Het is vooralsnog niet met zekerheid te zeggen of klimaatverandering de directe reden is dat de beloega in de Seine terechtkwam. Het is ook mogelijk dat hij in de war is geraakt door onverwachte geluiden in het water en op drift raakte – de mens lijkt in elk geval wel de boosdoener te zijn. Pasco-Viel: „We zijn nu vooral druk bezig om het dier te redden, daarna zullen wetenschappers zich zeker over het vraagstuk buigen hoe het dier hier is gekomen.”