Profiel

Amazone Sanne Thijssen krijgt rust in een paard - ook de ‘streber’ waarmee ze het WK rijdt

Paardensport Sanne Thijssen (23) is een van de weinige vrouwen in de top van de Nederlanse springsport. Deze week rijdt ze op de Wereldruiterspelen, ofwel het WK. „Ze krijgt het publiek helemaal achter zich.”

Sanne Thijssen met Con Quidam tijdens het concours Saut Hermès in Parijs, dit voorjaar. Foto Stephane Allaman/ALeA/Getty Images
Sanne Thijssen met Con Quidam tijdens het concours Saut Hermès in Parijs, dit voorjaar. Foto Stephane Allaman/ALeA/Getty Images

Het litteken op de hand van spring-amazone Sanne Thijssen, dat moet van een jaar of tien, elf geleden zijn, zegt moeder Dorien Thijssen. Sanne was aan het timmeren in de werkplaats. „Zegt ze opeens: mam, heb je een pleister?” Ze had in haar hand gezaagd, het was best een serieuze wond. „Ik zeg: ‘Sanne hoe lang heb je dat al, dat had gehecht moeten worden.’ Zei ze: ‘Oh sinds gister of eergister, ofzo.’”

Sanne was „altijd al een bezig bijtje”. Dan zaagde ze zelf een heel parcours van wel twintig hindernissen bij elkaar, zodat de meiden uit de buurt met hun pony konden komen springen. En ja, dan gaat er soms wel eens wat mis, zegt haar moeder. Maar klagen deed ze niet. „Nooit.”

Alles draaide thuis om paarden en pony’s. Niet zo gek: Sannes vader is springruiter Leon Thijssen, die internationale successen behaalde. De liefde voor de sport sloeg ook over op zijn drie kinderen. Net als jongere zus Mel en broer Mans was Sanne al op jonge leeftijd altijd met pony’s bezig, zegt Dorien Thijssen. „Dan gingen ze om acht uur ’s ochtends het bos in en kwamen ze uren later pas weer terug. Ik weet eigenlijk niet eens waar ze naartoe gingen.”

„Zwemmen met de pony’s, in een meertje”, herinnert Mel (21) zich. „Of we gingen springen zonder zadel. We hebben zoveel plezier gehad. In het begin was het niet zo serieus. Daarom zijn we er allemaal zo makkelijk ingerold.”

Inmiddels geldt Sanne Thijssen (23) als hét talent van de Nederlandse springsport. In mei won ze de prestigieuze Global Champions Tour in Madrid, met een prijzenpot van 100.000 euro. In 2021 sleepte ze verrassend het CHIO in Rotterdam in de wacht.

Komende week, vanaf woensdag, komt Thijssen met haar toppaard Con Quidam in actie tijdens de Wereldruiterspelen, het WK van de paardensport, in het Deense Herning. In de selectie, met Maikel van der Vleuten, Jur Vrieling en Harrie Smolders, is Thijssen een opvallend gezicht. Niet alleen omdat ze minstens tien jaar jonger is dan de rest. Ook omdat vrouwen een zeldzaamheid zijn in de Nederlandse springtop. De laatste Nederlandse vrouw op een WK was Angelique Hoorn in 2002.

Hoe bereikte Sanne Thijssen de top? En wat maakt haar zo goed?

‘Veel handigheid’

Maikel van der Vleuten, die vorig jaar een bronzen medaille won op de Olympische Spelen in Tokio, heeft „haar opkomst” van nabij meegemaakt. „Ze is iemand met veel talent, handigheid en een natuurlijk gevoel.” Zoiets is moeilijk in woorden te vangen, zegt hij, maar zo durft ze te improviseren als een rit niet loopt als verwacht. „Veel ruiters durven niet van hun plan af te wijken. En natuurlijk komt ze „echt uit een paardenfamilie.” Net als hijzelf, zoon van springruiter Eric van der Vleuten. „Maar dan nóg moet het van jezelf komen.”

Lees ook: topruiters denken stiekem: ik zou ook wel zo’n sabbatical willen als Edward Gal

Van Thijssens prestaties in Madrid was Van der Vleuten onder de indruk. Vooral van haar barrage, waarin de ruiters die een foutloze proef hebben gereden het nog een keer tegen elkaar opnemen. „Ik denk dat dat niet veel sneller had gekund.”

„Pffff”, verzucht vader Leon Thijssen, als hij aan die overwinning terugdenkt. „Als je dat ziet! Ze krijgt ook het publiek helemaal achter zich.” Vanwege haar „jeugdige onbevangenheid”, denkt hij. „Ze zien dat ze het risico neemt. En dat ze ervoor gaat.”

En dat heeft ze altijd gedaan, zegt hij. Gevraagd naar het moment waarop haar talent zichtbaar werd, zegt hij: „Je zag vooral al jong veel doorzettingsvermogen. Als ze op de pony een concours niet goed had gedaan, ging ze dat meteen nabouwen. Eerst 1,5 uur slepen met die hindernissen en dan oefenen.”

Niet Leon, die zowat elke week van huis was om wedstrijden te rijden, maar Dorien helpt Sanne van jongs af aan met de pony’s. Al op haar zesde of zevende begint ze met wedstrijden. Samen rijden moeder en dochter het hele land door. „Ze wilde toen al internationaal gaan rijden” herinnert Dorien zich. „Maar daar zijn we nooit in meegegaan. We dachten: we houden het leuk, later krijg je de kans wel.”

Die kans komt als Sanne Thijssen is overgestapt naar de paarden, en als Con Quidam bijna tien jaar terug op haar pad komt. Een bruine hengst, van toen zes jaar oud. Con Quidam is pittig, maar daar kan ze goed mee omgaan, zegt Leon. „Sanne is heel goed met beesten met een heel hoog temperament, net niet kierewiet. Daar kan ze rust in krijgen.”

Elke ruiter of amazone weet: je kunt in bloedvorm zijn, maar als je niet het goede paard hebt, dan ga je geen grote prijzen winnen. En Con Quidam is zo’n paard „dat je maar één keer in je leven tegenkomt”, zei Sanne Thijssen dit jaar in De Limburger.

Wat maakt hem zo goed? Natuurlijk moet een paard snel zijn, hoog kunnen springen. Maar het is ook karakter, zegt Leon Thijssen. „Die Con Quidam, dat is zó’n streber. Als de vrachtauto van Sanne wegrijdt en hij mag niet mee naar een wedstrijd, dan staat hij te schoppen in zijn box. Hij is publieksgeil. Weet precies wanneer het erom spant.”

„Ik grap wel eens: je mag hem ook aan mij geven”, zegt zus Mel. Maar, serieuzer. „Ik denk niet dat hij met iemand anders dezelfde resultaten zou halen.” Jaloezie kennen de drie volgens haar onderling niet. Lachend: „We wisselen alleen adviezen uit als daarom gevraagd wordt.” Hoe afhankelijk je als ruiter van een paard kan zijn, blijkt ook als Con Quidam een tijd geblesseerd is. „Toen ze net achttien was, won ze al zoveel”, zegt zus Mel. „Dan gaan mensen dingen van je verwachten.” Maar zonder Con Quidam gaat het rijden Sanne een tijd moeilijker af. „Ze begon te twijfelen: kan ik het nog wel?”

„Volgens mij heeft ze een periode gedacht: nu weet ik niet meer of dit mijn toekomst is”, zegt moeder Dorien. Sanne dacht zelfs voorzichtig na over een plan B. „Ik geloof dat ze dierenartsassistent wilde worden.”

Het komt er niet van. Con Quidam, inmiddels zestien, herstelt. En ergens is die blessure ook haar geluk geweest, want anders was het paard waarschijnlijk verkocht. Nu rijden ze al jaren succesvol samen.

Thijssen is minstens tien jaar jonger dan de rest van de équipe

Maar, zegt haar goede vriendin Gabryella Dufour, denk niet dat het succes haar komt aanwaaien. Op topniveau meedraaien in het springen is keihard werken. „Ze heeft een superdruk schema.” Alleen al dit jaar reed Thijssen wedstrijden in Nederland, België, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Zweden, de VS en Mexico met soms wel acht paarden.

Het hoort erbij, zegt Leon Thijssen, net zo goed voor zus Mel en broer Mans, die ook springruiter zijn. Ook thuis rijden ze alle drie elke dag zeven tot tien paarden, ze zijn onderdeel van het bedrijf en verantwoordelijk voor de paarden die ze rijden.

Toen Stal Thijssen in 2020 een inval van de Fiod kreeg, onderdeel van een groter onderzoek naar witwassen in de paardenwereld, ging dat ook aan de kinderen niet voorbij. „Vooral de manier waarop dat gebeurde, heeft veel impact gehad”, zei Sanne in De Limburger. „Ze droegen kogelvrije vesten. Geweren, handboeien.” De zaak is nog niet afgerond, tot frustratie van Leon Thijssen, die er verder weinig over kwijt wil. Hij heeft het gevoel dat de Fiod hem „kapot” probeert te maken, „maar er is niks aan de hand.” De branche ligt onder de loep, zegt hij. „Maar bij paarden geldt nu eenmaal: wat de gek ervoor geeft.”

Zelfstandig zijn

Vorig jaar begon Sanne Thijssen haar eigen stal. Vlakbij die van haar ouders. Zo koopt en traint ze ook een paar eigen paarden, terwijl ze daarnaast ook bij haar ouders rijdt. Een grote stap voor iemand van 23. Maar het past bij haar, zegt haar vader. „Ze wil zelfstandig zijn. Dat zit er gewoon in bij haar.”

„Veel mensen denken dat je er alleen met talent komt”, zegt Dufour, die zelf ook springamazone is gewerkt heeft bij Stal Thijssen. „Maar talent is maar een deel. Er zijn zoveel mensen die goed kunnen rijden. Het financiële deel, connecties, de goede mensen naast je hebben: dat is de echte uitdaging.”

Het leven in de springsport – vooral het vele reizen, de helft van de week van huis zijn – is reden dat er relatief weinig vrouwen in de top meerijden, wordt veel gezegd. Van der Vleuten: „Als je op een gegeven moment moeder wordt, dan wil je dat misschien niet meer.” Een fysieke verklaring is er niet, zegt hij. „Sanne weegt niets. Dat maakt niet uit. Belangrijk is dat je een klik hebt met je paard.”

Het „extreem goede paard”, dat heeft Sanne nu, zegt haar vader. Maar springen kan de hele familie. Laatst deden Leon, Sanne, Mel en Mans allemaal mee aan het Nederlands Kampioenschap. Sanne eindigde als tweede, Mel werd tiende, Leon dertiende en Mans veertiende. „Een kwart van de top is Thijssen”, zegt Leon. „Dat is iets om trots op te zijn.”