Ontdekkingen bij stadsherstel in Pompeï

ZAP Toen in 2018 herstelwerkzaamheden en nieuwe opgravingen in Pompeï begonnen, werd de ene na de andere grote vondst gedaan. Bij de documentaire Pompeii Rising deel je in de vreugde.

Massimo Osanna, directeur van archeologisch park Pompeï, bij een opgegraven fresco.
Massimo Osanna, directeur van archeologisch park Pompeï, bij een opgegraven fresco. Canvas

De kazernes van de gladiatoren dreigden in te storten. Dit gaat niet over het Romeinse Rijk uit de eerste eeuw, maar over Pompeï in 2010. De stad in de buurt van Napels, die in het jaar 79 bedolven raakte onder as, puimsteen, modder en lava na een uitbarsting van vulkaan Vesuvius.

Pompeï werd herontdekt in 1748, een bevroren beeld van het Romeinse leven. Straten, marktpleinen, tempels, huizen, huisraad en kunststukken waren nagenoeg intact. In de eeuwen erna werd volop gegraven naar meer, maar dat stopte – wegens geldgebrek – na de Tweede Wereldoorlog. Er werd geconserveerd en minder gezocht. Ondertussen denderden er wel vier miljoen toeristen per jaar over de kasseien, en dreigden gebouwen te bezwijken.

De Europese Unie en de Italiaanse regering maakten 105 miljoen euro vrij om de stad beter te beschermen – vooral tegen water – én om te onderzoeken wat er te vinden was onder een lap nooit uitgegraven grond. Dat was in 2018. Een Franse productiemaatschappij haalde zo’n 1,6 miljoen euro bij elkaar om daar een documentaire van te maken. Het eerste van twee delen Pompeii Rising werd woensdagavond uitgezonden bij Canvas. De titel is Engels, maar het is een Frans-Italiaanse productie, mede-gefinancierd door Japanse, Belgische én Amerikaanse fondsen.

Ik verwachtte er niet zo veel van en rekende op een van die historische ‘documentaires’ waar Discovery Channel je avond aan avond onder bedelft. Veel bombarie om van wetenschappelijk onderzoek een vlotte thriller te maken. In Pompeii Rising zie je ook iets van de tijd en het geduld die het vergt om een (kapot) vaasje van aardewerk op te graven. Er schijnen meer dan honderd archeologen te hebben gewerkt op dat stuk grond van één hectare, vast niet allemaal tegelijk, en je ziet ze ook niet allemaal, de documentairemakers zoomen in op de drie hoofdarcheologen en de directeur van het hele archeologische ‘park’ Pompeï. Het is hun vreugde die je deelt als de ene na de andere grote vondst wordt gedaan. De directeur betast eerbiedig de schildering van een lararium, een huiskapelletje in een van de twee huizen die stukje bij beetje worden blootgelegd.

Skelet

Wordt er een skelet gevonden, dan komt er een antropoloog bij die weet dat het een man is van rond de veertig en dat hij vermoedelijk hinkte. De man zal ná de eerste stenenregen op de vlucht zijn geslagen en overvallen door het échte gevaar dat daarna kwam: de „pyroclastische stroom” van as, gassen, lava en stenen. Daarna stolde dat mengsel tot een metersdikke laag cement. Een archeobotanist onderzoekt de as in een bronzen vuurschaal om te zien of die nog in gebruik was vóór de lava kwam (ja). Een paleograaf ontcijfert de ‘graffiti’ op de muur bij de voordeur. Een A, B en onaffe C, met steen gekerfd in de stenen muur. Het handschrift van een ongeoefend schrijver, constateert ze. Vast een kind des huizes.

Lees ook: In Pompeï bleef onder de as ook dna van slachtoffers bewaard

Sensationeel nieuws over tweeduizend jaar geleden: de vulkaan barstte niet op 24 augustus 79 uit. Die datum kwam uit een ooggetuigenverslag van Plinius de Jongere (62-113 n.Chr). Dat moet 24 oktober 79 zijn geweest, want kijk, 24 oktober staat ook op een muur geschreven, met houtskool. En hoe lang blijft dat nou helemaal zitten, hooguit zeven dagen, geen jaar.

Net als in de geschiedenis-serie Het verhaal van Nederland zijn er acteurs ingezet om de geschiedenis te verbeelden. Ik kan me zonder re-enactment ook wel voorstellen hoe de stad erbij lag in het jaar voor de ramp. De boel was opgebroken, de rioleringen werden gerepareerd en in veel huizen werd er geklust. In 62 was Pompeï getroffen door een aardbeving. De meeste rijke families waren verkast naar het platteland, hun slaven bleven achter om toe te zien op de restauratie van het huis. Zo veel is er in tweeduizend jaar nou ook weer niet veranderd.