Recensie

Recensie Muziek

Jonge bluesgitarist Kingfish liefkoost de snaren tot ze rinkelen als belletjes

Bluesmuziek De 23-jarige gitarist en zanger Kingfish wordt in Amerika beschouwd als redder van het in onbruik geraakte bluesgenre. Woensdag trad hij op in de Amsterdamse Melkweg.

Kingfish met zijn paarse Fender Telecaster in de Melkweg in Amsterdam.
Kingfish met zijn paarse Fender Telecaster in de Melkweg in Amsterdam. Foto Femmy Weijs

Ooit dacht de Amerikaanse Christone ‘Kingfish’ Ingram dat zijn handen te groot waren voor een gitaar. Daarom speelde hij eerst drums, als 5-jarige, en later basgitaar. Hij stapte uiteindelijk toch over op de zes snaren en is nu, op zijn drieëntwintigste, een internationale gitaarheld die oude muziek laat herleven voor een jong publiek.

Kingfish is een bluesgitarist en -zanger. Hij groeide op in de Mississippi Delta, de regio waar de blues ooit is ontstaan, en werd geboren in de plaats Clarksdale, net als zijn idolen Muddy Waters en John Lee Hooker. In Noord-Amerika wordt Kingfish beschouwd als de redder van het bij de jonge generatie in onbruik geraakte bluesgenre. In juli trad hij op tijdens North Sea Jazz, de afgelopen dagen hield hij een eigen tournee door ons land, ter gelegenheid van zijn in 2021 verschenen album 662 – vernoemd naar het netnummer van Noord-Mississippi.

Uitgerust met inmiddels twee albums – Kingfish en 662– en een trio van veelzijdige muzikanten, trad Kingfish woensdagavond op in de oude zaal van de Melkweg, Amsterdam, en gaf zo gelegenheid om zijn talent van dichtbij te ondergaan. Want wat is de magie van deze jonge ster? Waar raakt de aanhang en pers in Amerika, en het ook in de Melkweg toegestroomde publiek, van in vervoering? Is het uit ontzag om iemands toewijding? Is het uit behoefte aan authenticiteit? Of nostalgie?

Oerblues

Zoals Kingfish daar stond, met het hoofd in zijn nek en de inderdaad grote handen tastend en vibrerend over de hals van zijn paarse Fender Telecaster, verbeeldt hij het vermogen je te verliezen in muziek. Zijn solo’s kunnen hem niet lang genoeg duren. De vingers blijven nieuwe klankcombinaties zoeken, de ene noot glijdt door naar de volgende. Nieuwe muzikale gebieden worden ontgonnen.

Maar is het blues? Kingfish’ klanken zijn opvallend behaaglijk. Zijn gracieuze notenpakketjes schuren niet, ze kermen of jammeren niet. Kingfish klinkt vlammend maar glooiend. Daarmee onderscheidt de gitarist zich van de oerblues uit zijn geboortestreek: zijn muziek klinkt niet gekweld of zwaarmoedig.

Dat de jonge Christone opgroeide in moeilijke omstandigheden met een alleenstaande moeder en soms geen vaste verblijfplaats, en hij zijn toevlucht zocht in het kerkkoor en het bluesmuseum in Mississippi – de plaatsen waar hij zich ‘schoolde’ – komt niet tot uitdrukking in zijn liedjes of gitaarlicks. En ook niet in zijn stem, die licht en soepel langs de woorden draait. De door hem zelf geschreven teksten van nummers als ‘Long Distance Woman’ en ‘My Bad’ hebben bekende bluesthema’s – onbereikbare liefde, schuldbesef – maar ze klinken eerder algemeen dan persoonlijk.

In de Melkweg lijkt niets belangrijker dan Ingrams relatie met de gitaar, tegelijk zijn minnares en beste vriend. Soms pakt hij een akoestisch exemplaar en liefkoost de snaren tot ze rinkelen als belletjes. Hij wandelt met instrument door de met jong en ouder – vooral mannelijk – publiek gevulde zaal zonder een noot te missen. Als laatste speelt hij ‘Hey Joe’ van Jimi Hendrix, over een man en zijn wapen, hier uitgevoerd op een reggae-ritme. Zijn gitaar klinkt niet als een geweer.