27 kilo afval van één operatie. De zorg heeft een enorm duurzaamheidsprobleem

Ziekenhuisafval In het Nijmeegse Radboudziekenhuis bekijken onderzoekers de afvalstromen uit operaties. „Ik heb me lang niet gerealiseerd dat we met de zorg een groot deel van de klimaatcrisis veroorzaken.”

Afval dat op nog minder dan een dag uit één operatiekamer komt. Met links postdoc onderzoeker Tim Stobernack en rechts student Egid van Bree.
Afval dat op nog minder dan een dag uit één operatiekamer komt. Met links postdoc onderzoeker Tim Stobernack en rechts student Egid van Bree. Foto Flip Franssen

Drie jonge mannen in witte jassen graaien met handschoenen aan zwijgend in vuilnis. Ze buigen zich over een zee van witte, blauwe, groene en doorschijnende plastics, buizen, doeken en klemmen. Sommige spullen zijn doorweekt met bloed, maar het meeste is alleen wat gekreukt of helemaal gaaf. Een van hen schudt nieuwe vuilniszakken leeg, en de afvalhoop groeit, tot de felgekleurde ziekenhuis-Crocs aan hun voeten niet meer te zien zijn.

In totaal ligt er 27 kilo afval. Het is bestemd voor de verbrandingsoven, maar nu even onderwerp van studie. Alles wat er ligt, komt uit één operatiekamer in het Nijmeegse Radboudziekenhuis. En het is niet een week lang opgespaard, het is zelfs niet van een hele dag.

„Het is indrukwekkend als je er middenin staat”, zegt Hugo Touw, intensivecarearts, „en je je realiseert dat dit allemaal van één operatie van een paar uur komt.” Hij knikt opzij. „De drie zakken die daar staan, moeten ook nog op deze berg.”

De zorg heeft een enorm duurzaamheidsprobleem. In de jacht op efficiëntie, hygiëne, kostenbesparing en gemak gaat de allerkleinste medische handeling al gepaard met het weggooien van spullen. Gedachteloos verdwijnen handschoenen, infuuszakken, jassen en schorten in de prullenbak, ook als dat voor de patiëntveiligheid helemaal niet hoeft. Spullen reinigen en hergebruiken is vaak duur, lastig en er is weinig aandacht voor.

Prullenbakken

Hoe vervuilend ziekenhuizen zijn, weten ze zelf niet eens precies. Dat probeert Touw nu met zijn collega-onderzoekers via de prullenbakken te achterhalen. Ze onderzoeken vier veelvoorkomende zorgtrajecten: oogoperaties, openhartoperaties, traumaoperaties (zware ongelukken) en patiënten met bloedvergiftiging. Zo blijken bij een gemiddelde openhartoperatie (van vier tot zes uur) vijfhonderd verschillende producten te worden gebruikt. Veruit het meeste is bestemd voor de verbrandingsoven.

Het veldwerk van de mannen, al een aantal maanden gaande, is een curiositeit binnen het ziekenhuis. Op afvalbakken en -zakken plakken ze blauwe briefjes: „Niet weggooien!!” Na een operatie rollen ze het afval in grote containers door de gangen naar hun onderzoekshok in de kelder, waar ze op een zeil zak na zak uitstorten. Ze sorteren, ze turven en ze wegen alles. „We wilden grondig onderzoek doen naar de milieu-impact van wat we doen”, zegt Touw. „Want die kennis ontbreekt nog. Daardoor weten ziekenhuizen niet hoe ze het meest effectief kunnen verduurzamen.”

Intensivecarearts Hugo Touw (links) en student Egid van Bree doorzoeken het medisch afval. Foto Flip Franssen

De studie gebeurt in samenwerking met onder meer het Leidse academisch ziekenhuis LUMC, zorgverzekeraar Menzis, Philips, afvalverwerker PreZero en krijgt enkele tonnen steun van onderzoeksorganisatie ZonMw.

Wasbaar matras

Tim Stobernack, postdoc onderzoeker duurzaamheid, hurkt in het afval om een grote groene plastic hoes uit de berg rommel te trekken. Met twee handen houdt hij hem omhoog. „Hierin zit het matras voor tijdens de operatie. Er wordt warme lucht in geblazen om de patiënt op te warmen.”

„Dat weegt dus bijna negenhonderd gram”, roept Egid van Bree, student-onderzoeker, gehurkt in een afvalhoop.

„Aan hoogwaardig plastic, ja”, zegt Stobernack. Hij legt de hoes opzij. „Dit is best een fancy ding. Na elke patiënt wordt het weggegooid. Je zou makkelijk een wasbaar matras kunnen maken, of er een plastic doek tussen leggen. Dat je alleen die weggooit.”

Zijn collega Van Bree heeft net alle gazen op één hoop geveegd – „zeker tachtig” – en vist nu plastic handschoenen uit de rommel. „Gemiddeld zijn het er 50 per operatie”, zegt hij, „en 113 voor één dag op de intensive care, per patiënt.”

„Tjezus”, zegt Touw.

„Dat is gemiddeld, hè, er zitten ook uitschieters bij.”

„De NHS [National Health Service] in Engeland is druk bezig met het terugdringen van het gebruik van plastic handschoenen, maar hier speelt dat nauwelijks”, zegt Touw. „Ik merk bij mezelf ook een gemak waarmee ik altijd maar weer handschoenen uit de kast trek en weggooi. Als ik bijvoorbeeld met bloed in aanraking kom, dan moet het. Maar als ik even bij de patiënt de bloeddruk meet, of naar het hart luister, volstaat het om gewoon goed mijn handen te wassen. De patiënt komt dan echt niet in gevaar.”

Klimaatcrisis

Het Radboudumc laat zien dat ook een vooruitstrevend ziekenhuis nog een lange weg te gaan heeft. Het geldt wat duurzaamheid betreft in de sector als een van de koplopers: het ziekenhuis draait op windenergie, en er lopen meer projecten zoals het terugdringen van medicatieverspilling. Maar op veel ziekenhuiskamers werd het afval tot voor kort niet gescheiden, ondanks de ontzagwekkende hoeveelheid plastics die er worden weggegooid.

Ziekenhuizen en andere zorginstellingen hebben de afgelopen jaren twee landelijke akkoorden met elkaar gesloten: de green deals van de zorg. De sector is daardoor wel in beweging, bijvoorbeeld met het vaker hergebruiken van plastics. Maar tot nu toe waren de afspraken altijd vrijblijvend – op niet of nauwelijks verduurzamen volgt geen sanctie. Gesprekken zijn gaande over een derde versie, die er in oktober moet komen. Onduidelijk is of er dit keer wel consequenties komen voor het niet nakomen van de afspraken.

„Ik heb me zelf ook lang niet gerealiseerd dat we met de zorg een groot deel van de klimaatcrisis veroorzaken”, zegt Touw. Hij verwijst naar onderzoeksbureau Gupta Strategists, dat becijferde dat de zorgsector goed zou zijn voor 7 procent van de CO2-voetafdruk van Nederland. Die berekening is niet elders geverifieerd. Hoe vervuilend ziekenhuizen precies zijn, blijft dus onduidelijk.

Lees ook: Het Erasmus MC wil ‘besmet’ ziekenhuisafval gaan hergebruiken

Onderzoeken hiernaar zijn sowieso schaars, net als prikkels om te verduurzamen. Verzekeraars betalen ziekenhuizen per behandeling, niet voor duurzaamheidsbeleid. Medische disposables (wegwerpspullen) zijn zo goedkoop dat het zelden loont ze te wassen of een herbruikbare variant te zoeken.

Op de gang van de intensive care vouwt Touw een wit-blauw plastic matje uit. „Dit ligt onder patiënten om bijvoorbeeld wat urine op te vangen.” Hij wrijft over het matje. „Het ziet er onschuldig uit, maar uit onderzoek van het Erasmus MC blijkt dat voor zulke matjes veel bomen moeten worden gekapt, vanwege de cellulose die erin zit.”

Het matje komt uit China en kost 16 cent. Er is ook een herbruikbare variant op de markt, die vier keer zo duur is. „Wij, in de zorg, staan altijd onder druk om te bezuinigen”, zegt Touw. „Het is heel ingewikkeld om tegen de stroom in te zwemmen en de dure matjes in gebruik te nemen.” Op dit moment gebruikt het ziekenhuis zowel de herbruikbare als de niet-duurzame matjes.

Infuuszakken

Uit de Nijmeegse studie blijkt al dat niet alleen een hartoperatie zelf zakken vol afval oplevert. Ze onderzoeken er ook de 24 uur op de intensive care die op de operatie volgen. Daar wordt nog eens vijf kilo afval geproduceerd. In nog geen anderhalve dag is de patiënt in het ziekenhuis dus goed voor 32 kilo afval.

Foto Flip Franssen

„Kijk, dit is veranderd”, zegt Touw, terwijl hij wijst naar een haak met infuuszakken in een intensivecarekamer. „Tot gisteren hingen hier zakken klaar die specifiek voor de intensive care zijn. Op de operatiekamer werd een ander type infuuszakken gebruikt, dus de zak werd standaard verwisseld als de patiënt hier kwam. De zak reist nu mee.”

Ook infuuszakken zijn hartstikke vervuilend, ontdekten de onderzoekers. Stobernack: „In het plastic zit een weekmaker en de slangen zijn van pvc. We hebben de milieu-impact berekend en kwamen op een kilogram CO2-uitstoot voor zo’n kleine zak. Tijdens één operatie worden er al een stuk of vijftien van gebruikt.”

De zakken zitten dan ook nog verpakt in soms wel drie lagen plastic, zegt Van Bree. En vaak komen spullen van ver. „Deze zakken komen uit Spanje. Dat valt nog mee: chirurgische schorten komen uit Thailand of Cambodja. En ik zie eigenlijk altijd veel ongebruikte spullen terug in het vuilnis. Die zijn bijvoorbeeld vooraf uitgepakt door een operatieassistent, maar niet gebruikt, en weggegooid.”

Asbestpakken

Voor Touw ging duurzaamheid pas leven in coronatijd, toen hij in de ziekenhuisgangen tussen kliko’s met afval door moest slalommen om bij de patiëntenkamers te komen. De isolatiejassen, haarnetjes, handschoenen en mondkapjes vlogen door zijn handen. En om de haverklap was er een tekort.

Touw: „Dan was dit schort op, dan weer dat medicijn. We hebben zes of zeven varianten beschermende kleding gehad, op een gegeven moment droegen we zelfs asbestpakken. Ik en mijn collega’s voelden toen: we moeten op zoek naar herbruikbare spullen. We kunnen niet zo doorgaan, voor onszelf en voor de planeet.”

Tim Stobernack, postdoc onderzoeker duurzaamheid, met eenwasbare isolatiejas. Foto Flip Franssen

Het Nijmeegse ziekenhuis heeft sinds kort herbruikbare isolatiejassen, te gebruiken bij coronapatiënten. Het is een grote, groene overslagjas, die veilig honderd keer opnieuw kan worden gebruikt na wassen. „Ik dacht: dat scheelt dan plastic, maar al dat wassen zal wel meer water kosten”, zegt Touw. Dat bleek niet het geval. „Het wassen kost minder water dan nodig is voor de productie van wegwerpjassen.”

De jas lijkt op het type dat een aantal jaar geleden in gebruik was, voor disposables in zwang raakten. Touw: „Ik hoor vaak mensen die hier al twintig jaar werken zeggen: ah, dus eigenlijk gaan we gewoon terug naar vroeger.”

Dat het de spuigaten uitliep met wegwerpproducten, moet de zorg zichzelf aanrekenen, vindt Touw. „We wijzen vaak naar de industrie, maar we hebben er ook zelf om gevraagd. Hergebruik vraagt om scheiden, wegbrengen, schoonmaken, etcetera. Dus ja: het leven is makkelijker als je gewoon een nieuw artikel kan pakken.”

Sommige veiligheidsmaatregelen blijken inmiddels onnodig. Touw pakt een flinterdun, doorzichtig schort en hangt het om zijn nek. „Elke keer als ik hier een patiënt bezoek, word ik geacht zo’n schortje te pakken”, zegt hij. „Maar die maatregel komt uit de tijd dat de intensive care één zaal was, waar acht mensen lagen. Dan wil je niet dat micro-organismen van de ene naar de andere patiënt gaan. Nu zijn het afzonderlijke kamers en blijkt uit onderzoek dat het schortje niet nodig is. We zijn nu bezig dat schortje los te laten.”

De onderzoekers willen ook kijken naar reisbewegingen van ziekenhuispersoneel en patiënten. „Bij zo’n operatie en de eerste dag op de intensive care zijn in totaal een man of twintig betrokken”, zegt Touw. „Het scheelt al veel als mensen zoveel mogelijk met de trein komen.”

Als de studie in januari 2024 voltooid is, moet er een database zijn die uiteenzet hoe vervuilend elk onderdeel is van de vier onderzochte ingrepen. De onderzoekers gaan daarna op tournee met hun resultaten, naar zoveel mogelijk ziekenhuizen en congressen. Touw: „Dat doen we met de fiets.”