‘Al sinds ik zes of zeven ben, voelt Nederland te klein’

Spitsuur Ingrid Wijnbeek-Sabajo en John Wijnbeek ontmoetten elkaar zeven jaar geleden, na allebei in het buitenland te hebben gewerkt. Het buitenland lonkt nog. „Ik weet dat je overal in de wereld je leven kunt opbouwen. Ik ben niet gebonden aan Nederland.”

Foto David Galjaard

John: „Ik sta om 7.00 uur op en zit om 7.30 uur in de auto. Al kan ik al mijn dingen ook in een kwartier doen. Als ik ’s middags terugkom uit werk, smeer ik brood, dat gooi ik in de vriezer. In de ochtend eet ik snel yoghurt, kijk ik even naar Goedemorgen Nederland en ga ik weg.”

Ingrid: „Hij heeft z’n kleding en zo al klaarliggen. Het is een man van structuur.”

John: „Ik gebruik graag een systeem. Dat vind ik prettig, ja.”

Ingrid: „Ik begin om 10.00 uur met mijn werk. Ik heb een eigen dansstudio in Enschede. Rond 16.00 uur ga ik richting huis. In de avond geef ik meestal weer lessen. Ik was een tienermoeder, dus heb niet veel studies kunnen doen. Ik heb ook al twee kleinkinderen. Ik heb jong alles in moeten leveren. Nu doe ik graag de dingen die ik wil doen. Ik ben heel trots op mezelf. Met mijn hobby verdien ik gewoon mijn geld. En mijn kinderen zijn goed terechtgekomen.”

John: „Ik heb een technische achtergrond. Ik werk als service level manager bij een IT-bedrijf.

Ingrid: „Ik blijf meestal maar even liggen als hij opstaat, ook al hoef ik er niet zo vroeg uit. Als ik eenmaal wakker ben, wil ik productief zijn, eigenlijk meteen aan het werk.”

John: „Dat hebben we allebei wel.”

Eerste koffieafspraak

John: „We leerden elkaar kennen via een datingsite, zeven jaar geleden. De vonk sloeg niet gelijk over of zo.”

Ingrid: „De eerste koffieafspraak was echt vroeg in de ochtend, voor zijn werk. Toen hebben we elkaar een kwartiertje ontmoet op station Almelo.”

John: „Ik had wel een goede indruk. Voor haar was het wat minder. Ze was bezig met dingen doen in haar moeders huis en ik heb haar aangeboden om te helpen. Dat doe je als man niet voor niks.”

Ingrid: „Toen we elkaar ontmoetten, was ik net terug uit de Arabische Emiraten, waar ik woonde en werkte. Ik kwam terug en ging weer bij mijn moeder wonen.”

John: „Ik houd van aanpakken en denk dat ik wel handig ben. Kijk veel op YouTube hoe anderen het doen en doe het na.”

Ingrid: „Hij houdt van andere muziekstijlen, andere films, ander eten. Echt tegenpolen zijn we.”

John: „En ik ben nooit iets kwijt. Als dat zo is, krijg ik een hartverzakking, dan is het écht kwijt.”

Ingrid: „Ik heb juist vaak dat ik hem in paniek opbel: oh, ik ben dit verloren! Hij is mijn vangnet, heeft meer overzicht dan ik.”

John: „Als je mijn manier van aanpakken hebt, denk je: waarom doet de rest van de wereld het ook niet zo? Systematischer. Ik heb door Ingrid niet méér leren loslaten, denk ik.”

Ingrid: „Nou, ik vind wel dat je heel erg bent veranderd. In het begin vond ik het gewoon militair, nu ben je er rustiger in.”

Vrijdagavond samen

John: „We zien elkaar zo’n anderhalf uur per dag, misschien iets langer.”

Ingrid: „Dat komt door mijn werk. Ook in de weekenden geef ik workshops. Ik plan die niet helemaal vol. Dus ik ben niet fulltime weg.”

John: „Als we twee avonden in de week samen hadden, zou dat prettig zijn. Nu is dat alleen vrijdagavond. Elke avond samen hoeft ook niet, hoor.”

Ingrid: „Dan kan hij zijn eigen actiefilms kijken. En hij heeft nog veel te doen rondom en in het huis, we zijn pas verhuisd en hij is bezig met de verbouwing. Over de verdeling werk en ontspanning ben ik nu niet zo tevreden. Ik wil er wel verandering in brengen en meer danslessen uitbesteden, vooral in de avonden. Ook omdat mijn werk lichamelijk moeilijker wordt.”

John: „Qua werk is 40 uur voor mij goed. Straks wil ik wel een keer 32 uur. Als ik met pensioen ga, wil ik ook niet nul uren werken, 16 uur zou wel mooi zijn. Je moet toch een beetje nuttig zijn in je leven.”

Ingrid: „Ja, jij hebt altijd gewerkt.”

John: „Vanaf mijn veertiende had ik bijbaantjes. Geen spijt van. En later heb ik voor mijn werk, net als Ingrid, in het buitenland gewoond. Engeland, België en Duitsland.”

Ingrid: „Ik heb naast Dubai in Spanje gewoond. Ik ben altijd wel avontuurlijk en impulsief geweest. Dat had mijn moeder ook, die kwam van Suriname hierheen. Al sinds ik zes of zeven jaar ben, voelt Nederland te klein. Dat gaat ook niet weg. Daarom werk ik nu zo hard. Ik wil zorgen dat mijn bedrijf goed gaat, zodat ik het op een gegeven moment kan verkopen. Mijn doel is in het buitenland verder te leven.”

John: „Dat wil ik ook. Andere omgeving. Nieuwe mensen. Verrassende dingen. En een warmer klimaat. Dat laatste is meer voor Ingrid.”

Ingrid: „Ik weet dat je overal in de wereld je leven kunt opbouwen, je vriendengroep. Ik ben niet gebonden aan Nederland.”

John: „Ik voel me meer Nederlander dan jij. Maar op mijn twee kinderen na heb ik geen binding met Nederland.”

Ingrid: „Ja, die zijn het belangrijkst. Mijn kinderen wonen ver weg in Nederland.”

John: „Mijn kinderen wonen ook niet bij ons thuis.”

Ingrid: „Ze hebben hun eigen leven. Maar we appen en bellen veel.”

John: „Als iedereen dichterbij zou wonen, zou er meer fysiek contact zijn. Ze kunnen ook allemaal overweg met elkaar, alleen zien ze elkaar niet heel veel. We zijn van plan volgend jaar naar Suriname te gaan met de hele groep.”

Ingrid: „Ik ben er geboren, maar nooit terug geweest. Het wordt echt een reünie. Mijn dochters willen mijn roots leren kennen. Zij willen weten waar ik vandaan kom.”

In Spitsuur vertellen stellen en singles hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl