‘Ik klus al sinds m’n veertiende bij aannemers’

Verdienen & Uitgeven Student bouwkunde Tom Stigter (20) klust in de vakantie bij aannemers. „Ik heb liever een bijbaan waarbij ik iets leer waar ik later wat aan heb, dan dat ik vakken vul in de supermarkt.”

Foto Bob van der Vlist

In

‘Doordat mijn vader een aannemersbedrijf heeft, klus ik als bijbaan al sinds m’n veertiende bij hem of bij andere aannemers. Dat begon heel kleinschalig, met sloopwerk, sjouwen en grondverf aanbrengen. Door de jaren heen ben ik steeds meer gaan meehelpen in het gehele bouwproces.

„Ik doe het natuurlijk omdat ik geld nodig heb, maar ik vind ervaring opdoen het belangrijkst. Ik heb liever een bijbaan waarbij ik iets leer waar ik later wat aan heb, dan dat ik vakken vul in de supermarkt.

„Door al dat klussen lag het voor de hand dat ik een mbo-opleiding bouwkunde ging volgen. Die heb ik inmiddels afgerond en ik ben nu tweedejaars bouwkundestudent aan de Hogeschool Rotterdam. Het is heel leuk om naast al die praktijkervaring meer over de theorie te leren. Later zou ik wel projectleider op de woningmarkt willen worden, maar ik denk dat ik eerst onder een aannemer ga werken en daarna een eigen aannemersbedrijfje begin.

„Ik woon nog bij mijn ouders in Maassluis, en heb daardoor weinig vaste lasten. Maar omdat ik toch leuke dingen wil doen, probeer ik zoveel mogelijk in de vakanties te werken en dan zoveel mogelijk geld te verdienen. Zo kan ik me tijdens de schoolweken op de opleiding focussen. Deze weken ga ik toevallig weer veel met mijn vader mee, we bouwen een oude loods om tot kantoorpand. Als ik een volle week werk, verdien ik toch best een aardig bedrag.”

Uit

‘Ook al werk ik alleen in de vakanties, ik vind het zonde om alles direct uit te geven. Dus van wat ik verdien, zet ik ongeveer 40 procent op mijn spaarrekening. Ik mis het geld dan niet, want er blijft genoeg over om leuke dingen te doen en zo kan ik ook sparen voor als ik een keer uit huis ga. Maar zolang ik nog studeer, vind ik het wel prima om bij mijn ouders te wonen.

„Mijn ouders betalen mijn zorgverzekering, de contributie voor voetbal en boksen en mijn mobiele telefoon. Verder heb ik een zuinige auto. Aan brandstof ben ik per maand zo’n 30 euro kwijt.

„Ik ga zeker elke week wel een keer ergens een drankje doen met vrienden. De ene week is dat in de kroeg dichtbij, of in een club in Maassluis, de andere week gaan we uit in Rotterdam. Per week kost me dat zo tussen de 50 en 100 euro. Zeker als we naar Rotterdam gaan, dan hebben we natuurlijk ook vervoer nodig. Meestal gaan we met de Uber. Met 60 euro voor een retourrit is dat duurder dan het openbaar vervoer, maar nog altijd goedkoper dan een taxi. En de kosten delen we dan onderling.

„Verder lunch ik om de week nog weleens buiten de deur met mijn vriendin of vrienden. Dan ben ik per keer ongeveer 30 euro kwijt.”