Reportage

Oud-topman van Shell: ‘we hebben de steun van Groningen verloren’

Parlementaire enquêtecommissie Zowel Shell en NAM als de minister sloegen het advies van het Staatstoezicht op de Mijnen in de wind.

Pieter Dekker, oud-vicepresident van Shell, tijdens de vierde dag van de openbare verhoren van de parlementaire enquetecommissie aardgaswinning Groningen.
Pieter Dekker, oud-vicepresident van Shell, tijdens de vierde dag van de openbare verhoren van de parlementaire enquetecommissie aardgaswinning Groningen. Foto Lex van Lieshout/ANP

Oliemaatschappij Shell en gasexploitant NAM namen na de aardbeving in Huizinge in 2012 doelbewust het besluit om de gaswinning niet terug te schroeven. Een productieverlaging van 10 tot 15 miljard kuub was technisch mogelijk geweest, maar de bedrijven waren ervan overtuigd dat dit nieuwe bevingen niet zou voorkomen. Het zou ook niet de zwaarte van de bevingen beïnvloeden, maar hooguit de periode ertussen verlengen, dachten ze.

Dat bleek donderdag uit het verhoor van Pieter Dekker, oud-vicepresident van Shell. Hij en een oud-topman van de NAM werden onder ede verhoord door de parlementaire enquêtecommissie die onderzoek doet naar de gaswinning in Groningen. Henk Kamp (VVD), in 2012, minister van Economische Zaken, was op de hoogte van de gaswinningsplannen van de bedrijven, zei Dekker, want er werd met het ministerie overlegd. Kamp had zelf ook kunnen ingrijpen in de gaswinning, maar besloot dat niet te doen, omdat hij eerst meer onderzoek wilde laten doen. Zowel de bedrijven als de minister sloegen het advies van het Staatstoezicht op de Mijnen, dat de gaswinning snel verlaagd moest worden, in de wind.

De aardbeving in Huizinge, met een kracht van 3,6, was de zwaarste beving tot nu toe in Groningen. Dat was een „gamechanger” zei Dekker. Voor Huizinge waren er ook al wel aardbevingen, maar die waren lichter. Men ging ervan uit dat ze niet zwaarder zouden worden dan een kracht van 3,9 en dat de schade beperkt zou blijven, waardoor bewoners geen risico liepen. Die lichte schade werd „aanvaardbaar” geacht, zei Dekker. Maar na de beving in Huizinge liep het aantal schademeldingen snel hoog op. „Opeens realiseerden wij ons dat die bevingen veel sterker konden zijn en een veel groter effect konden hebben dan waar we tot die tijd mee leefden”, zei Dekker.

Lees ook: Hoe onder druk van de oliebedrijven het Groningse gas bleef stromen

Gevoelens van de bevolking

De parlementaire commissie wilde weten waarom in 2013 dan toch bijna 53 miljard kuub werd gewonnen, meer dan er in de dertig jaar ervoor gemiddeld werd opgepompt. Volgens Dekker was de vraag naar gas destijds hoog. Het was een koud voorjaar, er kwam weinig gas uit kleinere gasvelden, en een grote buitenlandse klant nam dat jaar extra veel gas af. Ook het ministerie wist volgens hem dat er extra gas zou worden gewonnen. Dekker erkende dat er uitsluitend op basis van ‘rationele’ argumenten werd besloten. Hij noemt de hogere winning achteraf „ongelukkig”. „Ik denk dat wij onvoldoende beseften hoe de gevoelens bij de bevolking lagen.”

De aardbeving in Huizinge was een gamechanger

Pieter Dekker oud-vicepresident Shell

Achteraf gezien vindt hij dat de partijen die betrokken waren bij de gaswinning te weinig hebben gedaan om de Groningers te betrekken bij de besluitvorming over de gaswinning, en dat Groningen ook meer van de winst had moeten profiteren. „Een license to operate is een belangrijk begrip voor Shell. Dat betekent dat er steun is bij de bevolking voor een operatie, dat onze afwegingen worden begrepen. Die hebben we in Groningen verloren, dat is niet goed gegaan.”

Zowel Dekker als Johan de Haan, voormalig asset-manager van NAM, benadrukte dat hun bedrijven op andere manieren wel actie ondernamen om de veiligheid te verbeteren. Er werd nieuw onderzoek in gang gezet naar de bevingen en een rondgang door het aardbevingsgebied gemaakt om kwetsbaarheden aan gebouwen, zoals schoorstenen, te versterken.

De Haan vindt zelf dat hij „het beste heeft gegeven wat hij had” om de schadeafhandeling voor de Groningers te regelen. Omdat het aantal schademeldingen snel opliep – van 100 tot 200 vóór 2012 naar 18.000 in 2014, kon de NAM het werk niet meer aan. Daarom werd het Centrum Veilig Wonen (CVW) opgericht, dat schades moest opnemen en beoordelen. Hoewel de NAM, die schades moest betalen, op afstand zou komen te staan, zat De Haan „regelmatig” aan tafel bij het CWV, vertelde hij. Hij vond dat logisch, want de NAM was opdrachtgever.

De parlementaire commissie hield hem voor dat het CVW steeds meer meldingen beoordeelde als zogenoemde C-schades: die zouden niet zijn veroorzaakt door een aardbeving. De NAM hoefde die dan niet te betalen. Volgens De Haan zat de NAM daar niet achter en had het niets te maken met de kosten, maar ging het vaak om huizen die al verzakt waren.

En er waren volgens hem ook mensen die een kansje waagden: „Die dachten: laten we het eens bij de NAM proberen.” Nu hij terugkijkt vindt hij dat de NAM de schadeafhandeling eerder had moeten uitbesteden. „Het was een taak die misschien te groot was voor de NAM.”