Van uitputting wordt Taco van der Hoorn juist beter. Nu hij dat weet wil hij het NK winnen

NK wegwielrennen Vanuit het huis van zijn moeder in De Zilk bereidt Taco van der Hoorn zich voor op het NK. Een laatste test voor zijn debuut in de Tour de France.

Taco van der Hoorn won begin deze maand de Brussels Cycling Classic, ná een zware hoogtestage.
Taco van der Hoorn won begin deze maand de Brussels Cycling Classic, ná een zware hoogtestage. Foto Jasper Jacobs / AFP

Hier linksaf slaan, daarna misschien een bocht naar rechts? Of eerst nog een stuk rechtdoor en dan pas later linksaf? Ook voor Taco van der Hoorn zijn de laatste trainingsritten in aanloop naar het nationaal kampioenschap wegwielrennen van vrijdag een verrassing. Per kruising beslist hij over het vervolg van zijn route.

Alleen de tijdsduur staat vast als hij in de dagen voor het NK bij het huis van zijn moeder in De Zilk wegfietst. Hij is een paar dagen over uit Andorra, waar hij begin dit jaar een huis kocht om beter te kunnen trainen. En dus kronkelt hij dinsdag vijfenhalf uur door het Groene Hart, woensdag en donderdag zit hij nog tweeënhalf uur op de fiets.

Op die laatste dag schudt hij zijn benen wakker, op hoge snelheid. Iets wat hij leerde in rittenkoersen een aantal jaar terug. De dag ná het afzien in een tijdrit, dan was hij op zijn best. Daar houdt hij nu aan vast, de 28-jarige renner van de Belgische ploeg Intermarché-Wanty-Gobert. De structuur van vaste trainingstijden voor een wedstrijd helpt hem, geeft hem rust. Op het laatste moment nog beslissen over de voorbereiding, zoals andere renners nog weleens willen doen? Dat is niets voor hem.

Taco van der Hoorn is de laatste jaren uitgegroeid tot een renner om rekening mee te houden. Na een etappezege in de Giro d’Italia van vorig jaar kan de Nederlander in dienst van de kleine Belgische ploeg niet meer zomaar anoniem in het peloton opgaan. Tijdens het NK zal naar hem worden gekeken. Hij is ook een opmerkelijke renner. Niet de snelste, maar wel gevaarlijk.

Het nationaal kampioenschap van deze vrijdag is voor Van der Hoorn een doel op zich, de datum is voorzien van een cirkel in zijn agenda. Voor de zesde keer verschijnt hij aan de start bij de profs. Om één keer in zijn wielercarrière een jaar lang in die rood-wit-blauwe trui te mogen rijden - hoe mooi zou dat zijn. Bij het NK, een dagkoers, is een tweede plaats niets waard, weet hij.

Blijven gáán

Net zoals bij de Brussels Cycling Classic van twee weken terug. Niet zijn beste koers, kort na een hoogtestage met zijn ploeg in Spanje. Maar hij belandt wel in het groepje renners dat om de overwinning gaat strijden. Zijn eigen team heeft in de finale nog een troef achter de hand met de Noorse sprinter Alexander Kristoff. Die zit in de groep achter Van der Hoorn. Hij heeft dus twee opties - of zich terug laten zakken, óf deze rit winnen.

Op een kilometer van de meet zet Van der Hoorn nog een keer vol aan. Op weg naar de Belg Thimo Willems die tientallen meters voor hem uit fietst. Versnellen kan hij niet meer vanaf vierhonderd meter voor de finish, maar het achterwiel van Willems komt al dichterbij. Niet snel, maar het verschil in asfalt neemt af.

Hij heeft een hoger tempo dan zijn voorligger, dat voelt hij. Het gaat lukken, de pijn mag het nu niet gaan winnen. ‘Kom op’, hoort hij zijn ploegleider nog een keer in zijn oor zeggen. Hij blijft stoempen, trekt aan het stuur alsof hij het los wil rukken. Hij is er voorbij, in de laatste meters na ruim tweehonderd kilometer koersen. Winst. Zo vaak maakt hij dat nu ook weer niet mee.

Hoog vermogen

Dat doortrappen op hoog vermogen is iets wat zijn pupil als geen ander kan, zegt Jim van den Berg, bewegingswetenschapper bij fietsapp JOIN en trainer van Van der Hoorn. Aan het eind van een race, als hij al duizenden kilojoules aan energie heeft verspild, weet hij nog op hetzelfde niveau te presteren als aan het begin van de koers. „Het is niet zo dat Taco uitzonderlijke vermogens trapt per sessie van vijf minuten of tien minuten in een koers. Maar wel dat hij die waarden vijf keer vijf minuten of vijf keer tien minuten kan herhalen, op hetzelfde niveau.”

Die belastbaarheid moet worden uitgedaagd. Tijdens de hoogtestage in Spanje bijvoorbeeld, met een intervaltraining. Dertig seconden vol trappen, daarna vijftien seconden rust. „En dat herhaalt hij dan 220 keer”, zegt Van den Berg. Verspreid over twee trainingen op een dag. „Taco laat dan heel weinig verval zien. Sterker nog, bij de laatste intervallen weet hij nog de beste vermogens te trappen.”

In Spanje traint Van der Hoorn dertig tot vijfendertig uur op hoogte, aantallen die voor veel profrenners te veel zouden zijn.

Alsof het lichaam van Van der Hoorn erom vraagt, alsof het zin heeft in de uitputting. Als het overgrote deel van het peloton na de laatste etappe van de Ronde van België afgelopen weekend de teambus opzoekt voor een massage, gaat hij nog tweeënhalf uur solo op pad. Door de wat kortere etappes in België fietst hij daar minder dan hij in een normale trainingsweek zou hebben gedaan. Dat past niet in de voorbereiding op de Tour de France, die een week na het NK begint in Kopenhagen en waarin hij dit jaar zijn debuut maakt.

Het is niet zo dat Taco uitzonderlijke vermogens trapt, maar hij kan ze wel keer op keer herhalen

Jim van den Berg trainer

Maar eerst het NK. De vorm is er, zijn benen zijn goed, dat weet hij. Maar Van der Hoorn weet ook dat dat niet genoeg hoeft te zijn voor de winst. Hij is zich bewust van andere factoren die zijn prestatie kunnen beïnvloeden. „Ik draai dat liever om”, zegt hij. „Je hoeft dus ook niet altijd supergoed te zijn om te kunnen winnen.”

Het parcours ligt hem, in ieder geval meer dan vorig jaar. Er zitten minder beklimmingen in het rondje van veertien kilometer, dat het peloton dertien keer moet afleggen. Alleen de VAM-berg, de uit afval bestaande verhoging in het Drentse landschap, zorgt voor wat hoogtemeters.

„Een NK is vaak een wat chaotische race”, zegt Van der Hoorn. Dat kan een voordeel zijn. Hij heeft gevoel voor de koers, neemt vaak een handige beslissing. Hoe onvoorspelbaar een rit ook is, je moet bezig zijn met wat de volgende move eventueel gaat worden, zegt hij. Bezig zijn met wat welke ploeg van plan is.

Van der Hoorn voelt ook dat de ogen van andere renners en ploegen wat meer op hem gericht zijn. Dat was vorig jaar al het geval na zijn spectaculaire ritzege in de Ronde van Italië, toen hij een jagend peloton wist voor te blijven.

Ploegen die hopen op een massasprint zien hem nu niet graag meer in de vroege vlucht zitten, zegt hij. „Maar als ik met een groepje renners vooruit ben, dan weten ze dat ik waarschijnlijk niet de snelste eindsprint heb. Maar ze weten ook: die gaat het in ieder geval tot het einde volhouden.”