Vier redenen waarom je een afwijzing niet persoonlijk op moet vatten

Omgaan met afwijzing Wie na een sollicitatie afgewezen wordt, trekt al snel de conclusie: ik ben niet goed genoeg. Toch is de kans groot dat dat niet klopt.

Illustratie Pepijn Barnard

Wie afgewezen wordt voor een baan concludeert al snel: ik ben niet goed genoeg, terwijl dat helemaal niet het geval hoeft te zijn. Vier redenen waarom je een afwijzing niet persoonlijk op moet vatten, en hoe je er het beste mee om kunt gaan.

1 Een sollicitatieprocedure is geen objectieve wedstrijd

Brief, cv, gesprek: we hebben de neiging te denken dat een sollicitatieprocedure een eerlijk proces is. De beste persoon, die simpelweg aan alle eisen voldoet, wordt gekozen. Maar dat beeld moeten we bijstellen, meent Jolet Plomp, arbeidspsycholoog en auteur van diverse boeken over werk. „Je hebt een klein beetje invloed op iets kleins. Natuurlijk kies je zelf waar je wel of niet op solliciteert, en voor een programmeerbaan moet je kunnen aantonen dat je kunt programmeren. Maar de rol van toeval is groter dan men denkt.”

Subjectieve, psychologische factoren beïnvloeden ons oordeel over anderen, bewust of niet. Plomp: „Mensen zijn geneigd iemand aan te nemen die ze begrijpen, in wie ze iets van zichzelf herkennen. Is er voor jou iemand op gesprek geweest die een ontspannen indruk maakte, dan kunnen ze jou zomaar stug vinden.”

Tot de vele voorbeelden van vooringenomenheid horen contrast bias (je wordt vergeleken met iemand die direct voor of na jou kwam), non-verbale vooringenomenheid (je lichaamstaal weegt zwaarder dan wat je zegt of je ervaring), affinity bias (we mogen mensen die praten, doen, en eruitzien zoals wijzelf). Discriminatie op basis van afkomst, geslacht of leeftijd is niet zelden het gevolg.

Toch willen veel sollicitanten na een afwijzing een duidelijke oorzaak aanwijzen. Plomp: „Die behoefte om voor alles een verklaring te zoeken, zit diep in ons. Het heeft de mensheid ver gebracht, maar maakt ons ongelukkiger. Wie kwetsbaar is, zal zichzelf verwijten maken: ‘Zie je wel, ze willen me niet, want ik ben niet goed genoeg.’”

2Het bedrijf kent je nauwelijks, ook niet na een gesprek

De klassieke methode van selectie op basis van cv en brief is niet de beste manier om iemand aan te nemen, erkent Jesse Geul, sollicitatie-expert bij 21 Jobs en recruitmentadviseur. „Het liefst zou je iedereen persoonlijk spreken, of testen. Maar dat gaat niet. Dit blijft voor een werkgever het makkelijkst en het meest efficiënt.”

Maar een volledig beeld van de sollicitant krijgt een werkgever op deze manier niet. En dat biedt ook troost: „Aan mensen die worstelen met een afwijzing leg ik uit: ze kennen je niet. Een brief, cv of kort gesprek zegt niet per definitie wie jij bent, of waar je toe in staat bent. De kunst is om in gedachten te houden dat jij jezelf veel beter kent dan de ander”, zegt Geul.

3 Wie het zich persoonlijk aantrekt, leert niks

Sollicitanten die niet worden uitgenodigd voor een gesprek, vatten het vaker persoonlijk op, ziet Geul: „Hun cv is hun staat van dienst. Als ze op basis daarvan worden afgewezen, voelen ze zich beledigd. Maar misschien is je cv wel onduidelijk, of heeft je vorige werkgever niet zo’n goede reputatie als je dacht. Wie de deur op slot gooit door het persoonlijk te maken, leert niks.”

Volgens Plomp helpt het om een duidelijk beeld te scheppen van wat je kunt: „Als je al denkt dat je niet deugt, is een afwijzing lastig te verwerken. Met een realistisch zelfbeeld weet je wat je waard bent.”

Solliciteren is laveren, zegt de arbeidspsycholoog, tussen een groot zelfvertrouwen en lichte desinteresse: „Tijdens een gesprek moet je er zitten alsof je de baan al hebt. Het vergt overgave. Later zul je, voor het geval je de baan niet krijgt, weer moeten terugschroeven. Mensen die veel solliciteren worden daar beter in, die blijven een beetje laconiek onder het proces.”

4 Er is simpelweg geen match

„Als je op date gaat, en je vindt de ander niet echt leuk, heeft het weinig zin om toch voor een relatie te gaan.” Mara Moberg, recruiter bij gezondheidsapp Quin, wil maar zeggen: een afwijzing ligt niet alleen bij de solliciterende partij. Soms is er gewoon geen match. „Een afwijzing suggereert dat jij als kandidaat iets niet goed hebt gedaan. Maar als je niet in het team past, zou je er zelf ook niet willen werken. Zo neemt een afwijzing je óók in bescherming.”

Moberg adviseert sollicitanten om niet blindelings voor een baan te gaan: „Kandidaten moeten kritisch blijven kijken naar een functie. Is dit echt wat je wilt? En wat vind je van de manager, of van de bedrijfscultuur?”

Andere keren mist een kandidaat het minimum aan ervaring. Zo werft Jesse Geul momenteel nieuwe officiers van justitie bij het Openbaar Ministerie. Zulke vacatures zijn erg populair. „Er kunnen wel honderd mensen reageren. We kijken dan in eerste instantie wie precies voldoen aan de gestelde eisen. Dat betekent dat je kunt afvallen terwijl je in potentie een hele goede kandidaat bent.”

Moberg adviseert om na een afwijzing te bellen voor navraag: „Vraag om uitleg, als die nog niet duidelijk was. Zo kun je er beter mee leven. Wie tien keer wordt afgewezen en niet goed weet waarom, gaat natuurlijk aan zichzelf twijfelen.”

Nabellen is ook volgens Geul een must: „Veel sollicitanten doen het nooit, uit onzekerheid. Daar moet je je overheen zetten, sorry. Als je aan de telefoon een beetje doorvraagt, leer je misschien welke ervaring je precies mist, of ga je inzien hoe anderen je cv lezen. Bovendien maak je een nuttige verbinding. Als je wordt afgewezen voor een gesprek, en een andere kandidaat zegt last minute af, sta jij bovenaan de shortlist.”