Knipogende panelen op je dak

Klimaatopwarming Goed voor het klimaat, die zonnepanelen op het dak. Voor is het vooral een game.
Zonnepanelen in Amsterdam.
Zonnepanelen in Amsterdam. Foto NRC Handelsblad / Maurice Boyer

‘Misschien moet je je verwachtingen wat bijstellen”, zegt mijn echtgenoot. „Het moet geen obsessie worden.”

Maar het is al een obsessie. Ik heb nijpender problemen (zoals de vraag wie mij in vredesnaam dat paar magnifieke pumps van chocolade cadeau deed. Er zat geen kaartje bij – of raakte ik het kwijt? Nog erger!). Maar al mijn aandacht gaat uit naar de zonnepanelen die sinds eind mei op mijn dak liggen te knipogen. Althans, naar de app die erbij hoort. Hij is oranje. Als ik ’m aanklik, vertelt hij hoeveel CO2-uitstoot de zonnepanelen hebben vermeden en aan hoeveel geplante bomen dat gelijkstaat (de stand is 3). Maar de app opent met een grafiek waar mij van minuut tot minuut in één oogopslag wordt ingewreven hoeveel er is geproduceerd. Vermei ik me in mijn bijdrage aan het milieu? Nee, ik speel een game, met als enige spelregel dat ik mijn handen op mijn rug houd. Ik mag kijken, doen kan ik niks.

Uitschieter

De eerste dagen speelde ik dit spel als de beste. De zon brandde, het grafiekje liep de hele dag groen op. Soms was er een dipje, maar húp, daar schoot de lijn alweer omhoog. Lekker weer, hoor ik om me heen. Is dat zo? Ik check de app. Ik check ’m weer. Hij doet weinig. Af en toe is er een uitschieter omhoog, dan schiet mijn humeur mee.

Ik weet dat ik me gelukkig moet prijzen. Op paleis Huis ten Bosch mochten geen zonnepanelen worden geplaatst, lees ik in de krant, vanwege het „monumentale karakter en de zichtbaarheid”. Op mijn paleis mogen ze wel. En iedereen mag ze zien.

Ha, de groene lijn hijst zich weer wat omhoog.

„Kom, we gaan naar een terrasje”, zegt mijn echtgenoot. Hij is toevallig een leuke man. Daar zitten we, aan een tafeltje. De zon sprankelt in de glazen. De zon waar een wolk voor schuift.

Even kijken.