Eerste baby in Nederland behandeld met gentherapie van eigen stamcellen

Gentherapie Leidse onderzoekers verhielpen een aangeboren immuunstoornis met de eigen genetisch aangepaste stamcellen van het kindje.

Bubble boy David Vetter, een Amerikaanse jongen met SCID, in een door NASA gemaakt pak dat hem beschermde. Hij heeft het zeven keer kunnen gebruiken.
Bubble boy David Vetter, een Amerikaanse jongen met SCID, in een door NASA gemaakt pak dat hem beschermde. Hij heeft het zeven keer kunnen gebruiken. Foto Getty Images

Onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum behandelden met succes een baby met de ernstige afweerziekte SCID met zijn eigen, genetisch aangepaste stamcellen. Ze repareerden een fout in het dna van zijn bloedstamcellen. Het is wereldwijd de eerste baby die met de in Nederland ontwikkelde gentherapie is behandeld. Het jongetje is nu dertien maanden oud en maakt het goed.

„Een mijlpaal”, zegt zijn kinderarts Arjan Lankester, hoogleraar kindergeneeskunde en stamceltransplantatie. „Zijn afweersysteem reageert goed op alle kindervaccinaties.”

De onderzoekster die zeventien jaar geleden de eerste stappen in het onderzoek zette, was tot tranen geroerd toen na twee maanden uit bloedtests bleek dat het immuunsysteem van het kindje begon te werken. „Een volle maand eerder dan verwacht”, zegt hoogleraar moleculaire stamcelbiologie Frank Staal. „Het werkte beter dan in de proeven met muizen.”

Verdediging tegen infecties

Het jongetje werd geboren met de zeldzame erfelijke aandoening RAG1 SCID (Severe Combined Immunodeficiency). Kinderen met deze ziekte hebben geen afweersysteem: door een fout in het RAG1-gen zijn er geen B-cellen en T-cellen, witte bloedcellen die nodig zijn voor de verdediging tegen infecties. Zonder behandeling overlijden ze vaak binnen een jaar – de ouders van het jongetje verloren tien jaar geleden een kindje met dezelfde aandoening.

Het bekendste patiëntje met de ziekte SCID is de Amerikaanse David Vetter, die in de media de bijnaam ‘bubble boy’ kreeg. Hij leefde vanaf zijn geboorte in 1971 in een steriele doorzichtige tent. Hij stierf in 1984 aan een infectie na een beenmergtransplantatie.

SCID-patiënten kunnen genezen met een transplantatie van stamcellen uit het beenmerg van een gezonde donor. „Maar een geschikte donor is vaak lastig te vinden, en bij 1 op 4 patiënten is er een afstotingsreactie”, zegt Lankester. „Door de eigen stamcellen van het kind te repareren, omzeil je deze problemen en is er een veel betere kans op herstel.”

De onderzoekers namen drie maanden na de geboorte van het kind stamcellen af – nog niet gespecialiseerde cellen waaruit later alle bloedcellen zullen ontstaan. In het dna van die stamcellen bouwden ze een verbeterde versie van het kapotte RAG1-gen. Dat kan met een speciaal, niet-ziekmakend virus. De gerepareerde cellen kreeg de baby terug via een infuus. Vanuit zijn beenmerg maken die nu een goed werkend afweersysteem. „Een kinderarts die niets van zijn geschiedenis weet, zal geen verschil zien met het immuunsysteem van een gezonde baby”, zegt Lankester.

Er is een klein risico dat het verbeterde gen verkeerd landt en een kankergen aanzet. „Maar die kans is erg klein”, aldus Staal.

Een kinderarts die niets van zijn geschiedenis weet, zal geen verschil zien met het immuunsysteem van een gezonde baby

Tegen twee andere vormen van SCID hebben andere onderzoeksgroepen een stamcelgentherapie ontwikkeld. Vorig jaar publiceerden Britse en Amerikaanse onderzoekers de resultaten van zo’n behandeling bij vijftig baby’s met ADA-SCID. „Prachtige resultaten”, zegt Lankester. „Maar het bedrijf besloot er toch mee te stoppen omdat het te weinig rendabel is.” SCID is een zeldzame ziekte: jaarlijks worden in Nederland drie kinderen geboren met SCID, hooguit één daarvan met RAG1 SCID.

Lees ook: Eigen afweercellen van patiënt worden een medicijn tegen kanker

Staal en Lankester werken samen met andere Europese ziekenhuizen om meer patiëntjes te kunnen behandelen voor hun onderzoek.

Er zijn inmiddels een aantal typen gentherapie beschikbaar, vaak tegen exorbitante prijzen, soms tot twee miljoen dollar. Staal en Lankester zoeken manieren om de behandeling tegen een acceptabele prijs beschikbaar te maken. „Je wilt niet twintig jaar aan een behandeling werken die uiteindelijk te duur blijkt om te gebruiken.”