Analyse

Dit theaterjaar was het jaar van Lady Chatterley’s Lover en Daria Bukvic

Terugblik Theaterseizoen 21/22 Wat was dit voor theaterjaar? Een beschouwing over hoogte- en dieptepunten, trends en thema’s, en opvallende ervaringen. „Voor het eerst ging iemand naast me tijdens de voorstelling op haar telefoon tv kijken.” Plus de toplijstjes volgens NRC’s recensenten

Lady Chatterley’s Lover, door De Warme Winkel
Lady Chatterley’s Lover, door De Warme Winkel Sofie Knijff

Voorstelling van het jaar
Lady Chatterley’s Lover, door De Warme Winkel

Wat kan theater toch hartverscheurend mooi zijn. Aan de hand van Lady Chatterley’s Lover, de erotische roman van D.H. Lawrence, leggen Florian Myjer en Lisa Verbelen de seksuele moraal op de snijtafel. Ondanks tegengesteld temperament – Myjer vurig, Verbelen koel – leggen ze in hun analyses en openhartig vertelde ervaringen dezelfde lijnen bloot: van door de geschiedenis verzwolgen homoseksuele mannen en vrouwen.

De mooiste tien minuten theater van het jaar? Na een uur brandt Myjer los in een explosieve tirade, over het existentiële isolement van de homo, die allengs aanzwelt. Homo’s op televisie in film, zegt hij, waren altijd of slachtoffer of de grap of de moordenaar. „Nooit zag ik mezelf ergens in terug. Waar was ik?” Alleen in pornofilms zag hij homo’s zonder problemen. Zich identificeren deed hij met vrouwen die net als hij op mannen vielen: Bridget Jones, Julia Roberts, et cetera. „Alle mannen die complex, intelligent en gelaagd waren hebben eeuwenlang in een la liggen verstoffen.”

Het woord ‘alleen’ vlecht hij als een mantra door zijn zinnen: „De homo groeit alleen op en blijft alleen.” Myjer klinkt steeds grimmiger en gekwelder als hij zegt dat hij voor een homo die niet alleen was, terug moet naar de Grieken en Romeinen, naar een tijd „waarin de christelijke kolonisten niet hebben huisgehouden”.

Terwijl ook het volume toeneemt, spreekt hij van andere opgejaagden, maar die liggen in hun massagraf tenminste nog samen. Met gevoel voor sarcasme: „Al ligt er misschien wel een homo tussen, want overal ligt altijd wel een homo tussen!” Waarna hij in een laatste wanhoopskreet terugkeert naar de eenzame Lady Constance en haar verboden liefde voor de jachtopziener uit de roman: „Ik ben Connie! Getormenteerd! Gevangen. Alleen!”

Na een korte stilte countert Lisa Verbelen laconiek met haar versie van de geschiedenis, waarin geen lesbische heldinnen bestaan: „Lesbisch zijn is nooit verboden geweest, omdat het niet bestond.” Waarna ze afsluit met haar troefkaart: „Het enige dat in de homo wordt gehaat, is de vrouw.” Hun steekspel barst van de compassie met al die vergeten mannen en vrouwen en is tegelijk een bezielde ode aan seks en liefde, tegen de heersende heteroseksuele norm in.

Nota bene: Een briljante voorstelling als deze laat zien wat theater vermag en levert brandstof voor heel veel theaterbezoek, op zoek naar meer.

Alleen in pornofilms zag ik homo’s zonder problemen

Florian Myjer De Warme Winkel

Theatermaker van het jaar
Daria Bukvic

Wat een jaar was het voor Daria Bukvic. Op 1 juni 2021 werd ze officieel de nieuwe artistiek directeur van Toneelgroep Oostpool. Die aanstelling kan al na een jaar in gouden letters worden geschreven.

In het najaar maakte Bukvic het van onderhuidse spanning zinderende Girls & Boys, waarin ze Hadewych Minis liet schitteren in een solo, en dit voorjaar regisseerde ze Midzomernachtsdroom, volgens collega Marijn Lems „de beste Shakespearebewerking in jaren” en „een droomhuwelijk van entertainment en engagement”.

Girls & Boys werd vorige week geselecteerd door de Nederlandse Toneeljury als een van de beste voorstellingen van het jaar en Hadewych Minis werd deze week genomineerd voor de Theo d’Or, voor beste actrice.

Bukvic, pas 32, is al een naam sinds haar toneelhit Nobody Home in 2014. Ook Melk & dadels en haar Othello-bewerking waren memorabele voorstellingen én een masterclass in divers, inclusief theater, dat ruimte geeft aan nieuwe stemmen. De acteurs Vanja Rukavina, Majd Mardo en Saman Amini uit Nobody Home, toen grote onbekenden, zijn nu gevestigde namen. Hetzelfde geldt voor Soumaya Ahouaoui en Fadua El Akchaoui uit Melk & Dadels.

Met twee voorstellingen die tot de beste van het seizoen horen, is Bukvic in meerdere opzichten de kroonprinses van het Nederlands theater.

Thema van het jaar
Wat is de norm?

Als het hedendaags theater iets doet, dan is het bevragen wie of wat de norm is. Zijn witte mensen de norm, vragen de voorstellingen over racisme en slavernij (van De Gliphoeve tot Ik zeg toch sorry). Zijn mannen de norm, vragen de voorstellingen over vrouwelijke kracht en overlevingsdrift (van Girls & Boys tot Grace). Is rijkdom de norm, vragen de voorstellingen over overleven in armoede (van Gevechten en metamorfosen van een vrouw tot Hier valt niets te halen). Is heteroseksualiteit de norm, vragen voorstellingen over uitsluiting en homoseksuele liefde (van Lady Chatterley’s Lover tot Edward II, the Gay King).

Zijn normale mensen de norm? Die ultieme, intrigerende vraag stelde het Australische Back to Back Theatre in het razendslimme The Shadow Whose Prey the Hunter Becomes (die te zien was op het Brusselse Kunstenfestivaldesarts), waarin drie acteurs met verstandelijke beperking discussiëren over hun beperking. „Normale mensen zijn niet normaal”, zeggen ze. En: „Normale mensen maken me bang.” Ze zijn verdomd grappig.

Ze zijn ook niet goed verstaanbaar, waardoor er boventiteling meeloopt, waar ze ook grappen over maken. Ze gaan zelfs in gesprek met de vertaalcomputer. Dat leidt naar een bespiegeling over een tijd dat robots „normale mensen” zullen domineren. Waardoor normale mensen zich in de positie zullen bevinden waar zij zelf zich nu zien: ‘Ze’ zullen moeten vechten om gehoord te worden, ‘ze’ zullen worden omgeven door lage verwachtingen. Enzovoort.

‘Normale mensen’ hebben zich een hoop af te vragen.

Trend van het jaar (1)
Leve de matinee

Er was geen bal op de teevee, maar er was wel een matinee. Eind november moesten theaters vanaf 17.00 uur dicht en zo borrelden er opeens overal matineevoorstellingen op. Zaterdag- en zondagmiddag naar oudejaarsvoorstellingen van Peter Pannekoek en Najib Amhali in Carré en dan de hele lege avond nog voor jezelf hebben. Aan die dagindeling zou je snel kunnen wennen.

Trend van het jaar (2)
De herovering van het publiek

Veelbesproken, door publiek en theaters, is de terugloop in de ticketverkoop. Na de heropening van de theaters deze winter zaten sommige voorstellingen ramvol. Maar niet overal kwam het publiek in drommen terug.

Soms was dat schrikken. De Oude Luxor is bijvoorbeeld een enorme bak ongezellige stoelen als alleen de eerste rijen bezet zijn, merkte ik bij een bezoek aan Fortuyn van Toneelgroep Jan Vos, een voorstelling die beter verdiende. Zelfs het populaire Oerol, het grootste theaterfestival van Nederland, trok vorige week zichtbaar minder bezoekers (van 50.000 in 2019 naar 43.000 dit jaar). Het was relatief rustig op Terschelling, alhoewel de voorstellingen nog steeds goed bezocht werden (van 110.000 verkochte kaarten naar 92.000; bezettingsgraad 82 procent).

Dat weggebleven publiek moet heroverd worden. Of moet er minder gemaakt worden? Dat is de vraag. Voor de Oerol-ganger was minder drukte overigens alleen maar prettig: de fietspaden waren minder levensgevaarlijk en op het terras was altijd een stoel vrij.

Ergernis van het jaar
De theaterhooligan

Fotograferende theaterbezoekers zijn een nieuwe plaag. Bij popconcerten is het oplichtende, aandacht trekkende beeldscherm al langer een ergernis, maar ook in de theaters rukt het op.

In De Kersentuin op het Holland Festival ging een vrouw op haar gemak, op de eerste rij, Isabelle Huppert fotograferen, net op een breekbaar moment in de voorstelling.

Op Oerol viel er niet aan te ontkomen. Tijdens elke voorstelling was er wel een theaterhooligan aan het fotograferen, of godbetert, filmen. Misschien zijn de alledaagse, laagdrempelige locaties (duinpannen, bos, schuren) debet aan de misvatting dat fotograferen oké is.

Het lastige is dat iemand corrigeren tijdens een voorstelling net zo verstorend werkt als de overtreding. Zelfs iemand aantikken, zoals ik een keer deed, voelt als een inbreuk op andermans concentratie.

Theater hoeft zich niet af te spelen in een sfeer van heiligheid, maar dit gedrag is het andere uiterste. Het zou fijn zijn als deze respectloze trend de kop wordt ingedrukt. In het voetbal krijgen hooligans die betrapt worden op wangedrag een stadionverbod. Hashtag just saying.

Ervaring van het jaar
De theaterhooligan

Voor het eerst ging een bezoeker naast me tijdens een voorstelling tv kijken op haar telefoon. En even uniek: het maakte me niet uit en ik begreep het wel. Op het toneel was Stefano Keizers begonnen aan iets wat lang ging duren. Wie het niet wil weten, moet dit stukje overslaan: hij was, in samenspraak met het publiek, begonnen aan tellen tot een eindeloos lijkend hoog getal.

Zijn voorstelling Hans Teeuwen is ultiem metatheater, ongetwijfeld een eindstation in het genre ‘publieksverachting’. Keizers claimt geen materiaal te hebben en maakt dat waar met negentig minuten lang theatrale impotentie. Met het tellen als climax: iets vervelender is er niet en toch klapte een deel van het publiek gedreven mee. De rest keek verslagen om zich heen of keek tv. Ook mij dreef de cabaretier tot theaterhooliganisme: ik checkte Teletekst om te zien of het Nederlands elftal al had gescoord.

Slechtste voorstelling van het jaar
Una imagen interior, door El Conde de Torrefiel

Er moet ook een slechtste voorstelling van het jaar zijn. Zoals geïnspireerd theater je kan laten jubelen, zo kan slecht theater je lam leggen. Dat gebeurde dit seizoen bij Una imagen interior van het Spaanse collectief El Conde de Torrefiel (ook op Kunstenfestivaldesarts).

De Spanjaarden zijn een internationaal geziene gast. Vorig jaar waren ze met twee voorstellingen aanwezig op het Groningse festival Noorderzon en in 2020 speelden ze op het Amsterdamse festival Brandhaarden. Hun Kultur, op Noorderzon, was overigens de meeste bizarre voorstelling van het jaar: een man en een vrouw speelden een casting voor een pornofilm na, met levensecht ogende sekshandelingen.

De grens tussen uitdagend, bevreemdend theater en pretentieuze experimenten is heel dun

In Una imagen interior wordt niet gesproken, maar verschijnt tekst op een lichtbalk boven het podium, waar een immens doek met een ‘action painting’ à la Jackson Pollock hangt. De acteurs spelen museumbezoekers. Ook als het schilderij weg is, gebeurt er niks noemenswaardigs. Tot er een nieuw doek wordt uitgerold, met verf overgoten, dubbelgevouwen, uitgevouwen en opgehangen.

Even leeg als de handeling zijn de teksten. Zoals een lange passage met de strekking dat er geen kunst meer is als „de bom” valt. Tja. Of ze zijn pompeus, zoals een uiteenzetting over de beperkende macht van rechthoeken in ons denken (een huis! de telefoon!), in vergelijking met de manier waarop de natuur groeit. Met veel quasi-diepzinnigheid in de trant van: „Het vuur beperkt de ruimte van de nacht.”

Deze voorstelling is deze zomer ook te zien op het theaterfestival in Avignon en op de Ruhrtriennale. De Vlaamse krant De Morgen gaf vier sterren: „Dit theater is niet voor iedereen weggelegd: Una imagen interior is een imaginaire reis waarop je moet wíllen meegaan, een kamer vol verwondering waartoe je zelf een ingang moet vinden. Dat zal niet voor iedereen lukken: de grens tussen uitdagend, bevreemdend theater en pretentieuze experimenten is heel dun.”

Dat is een mooie waarheid. Theater geeft veel, maar vraagt ook veel: om te beginnen dat je de ingang vindt.