Reportage

De Engelsen zijn in het cricket op alle fronten de bovenliggende partij

Cricket De Nederlandse ploeg speelt als enige kleine cricketland in de Super League. Wereldkampioen Engeland is op bezoek in Amstelveen.

Viv Kingma probeert voor Nederland te voorkomen dat Engeland runs kan scoren in Amstelveen.
Viv Kingma probeert voor Nederland te voorkomen dat Engeland runs kan scoren in Amstelveen. Foto Sander Koning/ANP

Wie vrijdag bij de eerste krachtmeting van het drieluik tussen Nederland en Engeland was, kan zich amper voorstellen dat de huidige wereldkampioen zich ooit door de kleine cricketnatie in de luren liet leggen. Maar het is toch echt waar, al is het inmiddels alweer bijna vijftien jaar geleden.

Mick Jagger – toen positief gestemd vanwege de opgepompte ambiance - had net zijn laatste heupwieg eruit gegooid om vervolgens in een ware thriller de Engelsen verslagen te zien worden door Nederland. Niet in een inwisselbaar oefenpotje, maar op de openingsdag van het wereldkampioenschap van 2009. En niet op zomaar een bijveld, maar op het heilige Lords: bekend als ‘The Home of Cricket’. Een verhaal waarbij dat van David en Goliath bijna in het niet valt.

Waar in 2009, en later ook nog in 2014, Nederland van Engeland won, is deze dagen van stunten weinig sprake. De Britten laten niets aan het toeval over en hebben met vedettes als Jos Buttler, Jason Roy en Adil Rashid de beschikking over de absolute A-garnituur. Dat resulteerde vrijdag in een meer dan eentonige wedstrijd. De Engelsen verpulverden Nederland met een score van maar liefst 498 runs. Een aantal dat nooit eerder was behaald in een eendaagse wedstrijd: een wereldrecord.

Taai tussendoortje

De drie One Day Internationals (ODI) tussen beide landen, stuk voor stuk op het gras van de Amsterdamse cricketvereniging VRA in Amstelveen, staan in het teken van de ICC Super League. Daarin spelen de beste dertien landen van de wereld voor acht plekken op het WK. Voor Nederland een uitgelezen mogelijkheid om zich te meten met de sterkste cricketnaties. Het speelde in Amstelveen al tegen West-Indië, Pakistan komt naar Rotterdam in augustus. Engeland vormt het taaie tussendoortje.

In de tweede wedstrijd tegen de Engelsen komt de zondag wat traag op gang. Door heftige neerslag ’ochtends en een lekkend zeil dat over de pitch hangt, is het veld zompig. Daardoor is de kans op uitglijders groot en volgt uitstel op uitstel. De wedstrijd begint, ingekort, pas een kleine drie uur later dan gepland. Tegen tweeën wordt de eerste bal geslagen en in de minuten die volgen maakt Nederland een wisselvallige indruk. Het leidt al binnen het uur tot drie outs. Geen beste score, al herpakken de Oranje-cricketers zich wel. Na 41 overs staat de teller op 235 runs.

Vijfduizend cricketers

Een van de aanwezigen in Amstelveen is Roland Lefebvre, oud-international en tegenwoordig highperformancemanager bij het nationale team. Hoewel Nederland geen grote rol speelt in het mondiale cricket, noemt hij het bijzonder dat ze mogen deelnemen aan de Super League. „Er zijn twaalf professionele landen, de full members van de internationale cricketbond ICC. Wij zijn het enige kleine land dat meedoet. Je kunt dus zeggen dat we van de niet-professionals de besten zijn. Dat is gewoon heel knap.”

Het Nederlandse cricket telt vijfduizend actieve leden en groeit met vier procent gestaag. Mede door buitenlandse invloeden. In sommige jeugdteams spelen zoveel Indiërs dat de voertaal Hindi is. Internationals als Max O’Dowd, Vikramjit Singh en Scott Edwards hebben een dubbele nationaliteit, hun roots liggen in echte cricketlanden. „Die jongens hebben we keihard nodig”, zegt Lefebvre stellig. „Zonder hen draaien we niet meer mee. Het is in Nederland lastig om wereldtoppers op te leiden, omdat we het moeten doen met een zomertje van vier maanden plus een beperkte competitie. Wij kunnen ze niet de hele winter in een zaal laten trainen en daarna verwachten dat ze in de zomer de grote landen aanpakken. Voor de ontwikkeling van onze spelers is het belangrijk dat ze zich over de grens ontwikkelen. Van de huidige selectie spelen alleen Tom Cooper en Shane Snater in het buitenland.”

Een Engelse cricketfan rent tijdens de wedstrijd tegen Nederland over het veld. Foto Piroschka Van De Wouw/Reuters

‘Barmy Army’

In Amstelveen is inmiddels de zon teruggekeerd, wat het gemoed van de toeschouwers ten goede komt. Er zijn zo’n zesduizend kaarten verkocht - waarvan zeker tachtig procent aan Engelsen. Of die ook allemaal komen, is nog maar de vraag, want tientallen Engelse fans zouden het vrijdag alcoholisch zo bont hebben gemaakt dat ze vandaag niet meer verwacht worden. Het bevestigt maar weer eens het imago van de ‘Barmy Army’, het legioen dat met duizenden tegelijk het Engelse nationale team achterna reist, oneindig vaak Sweet Caroline zingt en met honderden in elkaar gestoken lege plastic bekers ‘beer snakes’ over de tribunes laat kronkelen. Op Twitter ging een filmpje van het laatstgenoemde tafereel al snel viraal.

Dat de fanaten als klap op de vuurpijl ook nog goed cricket voorgeschoteld krijgen, zijn ze wel gewend. Engeland is de huidige wereldkampioen ODI en de nummer twee op de wereldranglijst, vlak achter Nieuw-Zeeland. Het heeft met Jos Buttler volgens kenners de beste speler van het moment in de gelederen. „Hij kan bij elke club ter wereld een blanco cheque tekenen”, zegt Tim de Leede, met 237 wedstrijden recordinternational van Nederland. „Dan hebben we het over een salaris van meerdere miljoenen per jaar. Ter vergelijking: wij hebben maar zes spelers die überhaupt betaald krijgen.”

Ondanks het krachtsverschil op het veld én op papier merkt De Leede, die na het WK van 2007 stopte, dat de sport in Nederland zich positief ontwikkelt. „Toen ik nog speelde, moest je zelf actief blijven in de wintermaanden en je eigen fitness betalen. Nu reist het nationale team de hele wereld over en wordt er met een twaalfmaandenplanning gewerkt. Daar ben ik wel eens jaloers op.”

Maar wat altijd aan cricket blijft kleven, is het imago. De sport zou saai zijn, moeilijk te begrijpen en weggelegd zijn voor de elite. „Onzin”, zegt De Leede. „De tijden van spelen in sjieke, witte pakken en tussendoor het spel stilleggen voor een high tea of uitgebreide lunch is allang voorbij.”

Viv Kingma probeert voor Nederland te voorkomen dat Engeland runs kan scoren in Amstelveen. Foto Sander Koning/ANP

Oppoetsbeurt voor imago

Monica Visser, de nieuwe directeur van de Nederlandse cricketbond KNCB, kan er wel om lachen. Al is ze zich bewust van het vooroordeel dat men heeft. „Ik denk zeker dat het imago een oppoetsbeurt kan gebruiken.” Visser gaf bijna tien jaar leiding aan de Nederlandse roeibond. Onder haar leiding nam de roeisport toe tot 40.000 leden, een stijging van ruim dertig procent. Ze begint half juli bij de KNCB en heeft als opdracht meegekregen om de wereldsport cricket ook in Nederland te laten groeien. Daarvoor wil Visser niet alleen de Nederlandse internationals als ambassadeurs in zetten en investeren in de jeugd, ze vindt het ook belangrijk om de relatie met de vijftig verenigingen te verstevigen. „Zodra de sport op clubniveau groeit, groeit het ook op landelijk niveau. Ik geloof dat het verenigingsleven echt het fundament is van de sport. Daar moet het plaatsvinden, want daar ga je groei realiseren.”

Op de klanken van Hey Jude is de slagbeurt inmiddels gewisseld en moet Engeland de 235 runs van Nederland zien te overtreffen. Het begint, met de regenwolken in de rug, stormachtig. Al is de Barmy Army daar allang niet meer mee bezig. Met tientallen tegelijk smeken ze een beveiliger op het veld een verdwaalde strandbal terug te gooien. Kort erna presenteert de eerste streaker zich.

De Nederlandse ploeg weet de schade dit keer beperkt te houden, maar rond kwart voor acht is de tweede wedstrijd afgelopen als Engeland op 239 runs komt. Woensdag krijgt Oranje weer een kans.