Marc Oosterhout en zijn dochter Rosa.

Foto Roger Cremers

Interview

De meisjes moesten altijd op het achterafveldje voetballen

Marc Oosterhout | voetbalvader In de voetbalwereld staan meiden op de tweede plaats, merkte Marc Oosterhout toen hij jarenlang met zijn dochter meeging. „Voor meiden is er soms niet eens een kleedkamer.”

Toen zijn dochter acht was en zei dat ze op voetbal wilde, probeerde Marc Oosterhout (55) haar dat uit het hoofd te praten. In zijn net verschenen boek Voetbaldochter lees je hoe dat gesprek tussen hen verliep:

Oosterhout: „Zitten er meer meisjes op voetbal?”

Rosa: „Wat maakt dat uit? Ik wil op voetbal.”

Oosterhout: „Voetbal is toch helemaal niets voor meisjes?”

Rosa: „Ik wil op voetbal.”

Oosterhout: „Is er dan een team voor meisjes?”

Rosa: „Weet ik niet. Ik wil op voetbal.”

Rosa ging op voetbal. Eerst in een gemengd team bij de lokale club BZS, de Beusichemse Zoelmondse Sportvereniging. Daarna speelde ze bij de toonaangevende voetbalacademie van SteDoCo in Hoornaar (bij Gorinchem). Later kreeg ze een uitnodiging om over te stappen naar Excelsior en uiteindelijk om mee te trainen met Jong Ajax. Oosterhout bleek vader van een behoorlijk getalenteerde dochter. Zijn boek is een verzameling korte verhalen die hij schreef in zijn jaren langs de lijn.

Door gesprekken in de auto, als vader en dochter na een wedstrijd naar huis rijden, leren we Rosa kennen. Ze is perfectionistisch en zelden tevreden over haar spel. Als Oosterhout haar probeert op te peppen of zegt dat ze een mooie voorzet gaf, antwoordt zij steevast dat er „heel veel niet goed ging”.

Maar de verhalen gaan over veel meer dan het talent van Rosa. Het gaat over wat Oosterhout opvalt tijdens zijn zaterdagen bij clubs door heel Nederland: in de voetbalwereld staan meiden op de tweede plaats. „Ruim achter de jongens.” Zijn dochter is intussen volwassen, sommige anekdotes in het boek zijn van jaren geleden. Is de sfeer nog steeds zo? „Jazeker”, zegt hij. „Er is een en ander verbeterd sinds mijn kennismaking met de sport. Toen waren er geen kleedkamers voor meiden, geen trainingsvelden en geen tenues. Nu speelt de ongelijkheid op een subtieler niveau”, zegt hij. „Op wedstrijddagen krijgen de jongens, tot en met de E’tjes en F’jes, vaak eerst een veld toegewezen. De meiden worden daarna ingedeeld op een achterafveldje, ook al spelen zij op een hoger niveau.” Zelfs toen Rosa was geselecteerd voor de voetbalacademie en dus duidelijk op een hoger niveau ging spelen, werd het niet beter. „Finalepartijen tussen jongensteams begonnen een half uur eerder dan de meidenfinale. Al het publiek stond bij de jongens en in de rust knalde er keiharde carnavalsmuziek uit de speakers. Respectloos, de meiden moeten zich toch ook kunnen concentreren op hun spel?”

Een paar jaar geleden nog wilden jongens het team van Rosa van het veld sturen omdat zij daar wilden trainen. De meiden hadden geen recht op het veld, zeiden ze. Het pijnlijkst vond hij een huldiging bij de club toen de meiden promoveerden van de hoofdklasse naar de topklasse. „De huldiging was tijdens de rust van een wedstrijd van de heren. Eerst waren ze het bij de club vergeten; toen de rust bijna voorbij was, werden ze nog snel naar voren geroepen. De microfoon deed het niet en bovendien was er op de tribune nul interesse. Rosa was woest, ze zei dat ze nooit meer naar een huldiging zou gaan.”

Activistisch

Oosterhout verandert van een vader die niets met voetbal heeft, in een man die zich steeds meer inzet voor gelijkwaardigheid tussen jongens en meiden in de voetbalwereld. „In het begin zag ik het niet zitten om elk weekend langs de lijn te staan. En ik vond voetbal een stom spelletje. Toen ik eenmaal haar plezier en ambitie zag, ging ik met haar meeleven en liep ik continu tegen dingen aan die niet kloppen.” Niet alleen op het veld, maar ook in de media is gelijkwaardigheid ver te zoeken, zegt hij. „Kijk maar eens hoe vaak er een vrouw aan tafel zit bij Studio Voetbal. Een enkele keer mag oud-Oranje-international Daphne Koster aanschuiven, maar meestal zitten er mopperende mannen. Ook zoiets: de Champions League voor vrouwen wordt niet eens uitgezonden in Nederland. Dat kijkt mijn dochter op YouTube.”

Oosterhout wilde invloed uitoefenen. „Haar droom om topvoetballer te worden was ook mijn droom geworden.” Hij ging coaches, bestuursleden en trainers bevragen en zich uitspreken op momenten dat de ongelijkheid hem opviel. Tegen de trainer van het gemengde team zei hij destijds dat de jongens steeds weigerden de bal naar Rosa te spelen. Die keer dat de muziek keihard aan ging, protesteerde hij bij de clubleiding. Tegen de coach zei hij dat zijn dochter na een wedstrijd niet samen met haar team wil douchen. Dat is een traditie uit het jongensvoetbal, maar dit waren meiden. Moeilijke blikken: hoezo, wat bedoel je? Hij stuitte steeds op onbegrip. Vaak was het antwoord: „Zo doen we dat in het voetbal”. En wat betreft het gezamenlijk douchen: „Dat is goed voor het groepsgevoel.”

Foto Roger Cremers

„Bij SteDoCo ben ik in de damescommissie gegaan om de problemen aan te kaarten.” Van 2012 tot 2018 stopte hij bijna al zijn vrije tijd in vergaderingen, in praten met andere bestuurders of pogingen de ogen te openen van andere ouders. Dankzij hem werd de beschikbaarheid van kleedkamers en trainingsvelden voor de meiden beter. Ook wedstrijdvelden werden anders ingedeeld. „Het Nederlandse vrouwenelftal kwam toen op, in 2017. Maar het maakte nog niet genoeg verschil: het budget voor een vrouwenteam is nog altijd minder dan de helft van het budget voor mannen. Het is ook nog steeds moeilijker een trainer te krijgen voor een meidenteam dan voor een jongensteam.”

Vorige maand werd Oosterhout uitgenodigd bij BNR voor een gesprek met Wilfred Genee en cabaretier Martijn de Koning. „Pijnlijk hoe zij over vrouwenvoetbal praten. Ze zeiden dat het saai is om naar te kijken, langzaam, dat het veld te groot is voor vrouwen en dat een wedstrijd te lang duurt voor ze. Niet van deze tijd.”

Nog even fanatiek

Rosa is nu 22, ze studeert sociale geografie in Nijmegen. Ze voetbalt nog steeds, in de hoofdklasse, bij de Trekvogels in Nijmegen. Haar droom om profvoetballer te worden heeft ze laten varen. „Ik was laatst weer eens bij een wedstrijd en toen leek het alsof er niks was veranderd. Ze is nog even fanatiek. Mijn horloge piepte dat mijn hartslag te hoog was, dus ook ik was nog net zo opgewonden.”

Oosterhout ontmoette tijdens een opdracht voor zijn werk als communicatieadviseur Daphne Koster, inmiddels manager Ajax Vrouwen. „Zij ziet dezelfde problemen in het professionele voetbal. Continu moet ze op de bres voor faciliteiten die voor mannen gewoon zijn, zoals een vaste fysiotherapeut voor haar team. Voor het mannenteam is dat een normale voorziening, maar zij moet daar nog steeds om strijden.”

Hoe kan het veranderen, denkt hij? „Bij amateurclubs moeten meer vrouwen in het bestuur. Of vrouwen moeten een eigen club oprichten. Dan zijn meiden het vertrekpunt en hoeven ze niet steeds als ondergeschikte partij zaken te doen. Anders blijven het mannen die beslissen over vrouwen.”

Correctie 17 juni: In een eerdere versie stond in de intro van het artikel de naam van Marc Oosterhout foutief gespeld als ‘Oostendorp’.