Opinie

Noord-Ierland zit op een vulkaan

Sinn Féin De winst van Sinn Féin in Noord-Ierland betekent niet meteen een aanstaande hereniging met Ierland, schrijft . Maar de politieke instabiliteit zal nu alleen maar groter worden.
Sinn Féin-leider Michelle O’Neill en kandidaat Linda Dillon nemen een selfie tijdens de verkiezingen.
Sinn Féin-leider Michelle O’Neill en kandidaat Linda Dillon nemen een selfie tijdens de verkiezingen. Foto Clodagh Kilcoyne / Reuters

Nu de verkiezingen van 5 mei voor Noord-Ierlands zelfbestuur de republikeinse partij Sinn Féin (‘Wij zelf’) voor het eerst als de grootste in de Britse provincie hebben aangewezen, is het op termijn uiteenvallen van het Verenigd Koninkrijk denkbaarder geworden.

In Schotland verstevigden de lokale verkiezingen van 5 mei de positie van de Scottish National Party, die volgend jaar opnieuw een referendum wil houden over onafhankelijkheid voor Schotland. In Noord-Ierland is met Sinn Féin een partij de grootste geworden die haar bestaansrecht ontleent aan de strijd tegen de Engelse overheerser en die, tot het Goede Vrijdagakkoord van 1998, oorlog ontketende in het Britse gedeelte van het eiland Ierland en daarbuiten om ‘Brits Out!’ gedaan te krijgen. Sinn Féin gebruikte daarvoor de paramilitaire Irish Republican Army (IRA), de unionistische partijen zochten hun heil bij het Britse leger, de unionistische paramilitaire politie en loyalistische paramilitaire bewegingen als de Ulster Volunteer Force en de Ulster Freedom Fighters. In een provincie van ruim 1,5 miljoen inwoners vielen sinds het eind van de jaren zestig meer dan 3.700 doden, de meesten door IRA-aanslagen, en in een sektarisch verdeelde gemeenschap bleef vrijwel niemand onaangeraakt door het conflict.

Het heeft Sinn Féin bijna 25 jaar gekost, sinds het afzweren van de gewapende strijd in het Goede Vrijdagakkoord, om een zo respectabele partij te worden dat ook gematigde nationalisten het kennelijk aanvaardbaar vonden om op haar te stemmen. Voormalige terroristen als Gerry Adams vertoonden zich niet tijdens de campagne en de lieftallig ogende Michelle O’Neill, leider van Sinn Féin in Noord-Ierland, sprak niet over ‘Brits Out!’, maar richtte zich op jonge mensen en concentreerde zich op huis-, tuin- en keukenonderwerpen als kosten van levensonderhoud, gezondheidszorg en onderwijs.

Tweederangs burgers

Die tactiek werkte: als eerste partij mag Sinn Féin in de nieuwe Assembly voor Noord-Ierland nu de premier leveren. Juridisch maar niet gevoelsmatig aan de premier gelijk staat diens plaatsvervanger, de Deputy First Minister, sinds de verkiezingsuitslag te leveren door de Democratic Unionist Party (DUP) die – nooit in 100 jaar Noord-Ierland – tweede werd. Unionisten hebben in de provincie altijd de overhand gehad, hebben historisch decennialang het katholiek-republikeinse deel van de bevolking achtergesteld, maar zijn sociaal-cultureel gezien nog steeds gewend aan de staat van bovenliggende partij. Nu het unionistische kamp door onderling gekrakeel is verdeeld, is het besef tweede te zijn geworden niet minder dan ‘shock! horror!’. Voor de DUP, de grootste unionistische partij, is ‘onderwerping’ aan bommengooiers die hun constitutionele gehechtheid aan Londen willen ondermijnen door naar een verenigd Ierland te streven, onbespreekbaar – naar buiten althans.

Lux et Libertas Lees ook het Commentaar: Opschorten Brexit-protocol is geen oplossing

DUP-leider Jeffrey Donaldson laat zijn gekozenen op 13 mei wel intekenen op Stormont, zodat zij hun salaris van 55.000 pond kunnen innen, maar weigert iemand voor te dragen voor het gedeeld leiderschap van de Assembly. Of mogelijk ook voor de functie van Speaker. Met impasse als gevolg. Met het lam leggen van het zelfbestuur wil Donaldson druk zetten op Londen om hem te helpen de plaats van Noord-Ierland binnen de Unie hechter te verankeren. Belangrijk voor zijn achterban, minder voor de ruim 1,5 miljoen Noord-Ieren als geheel. Donaldson eist dat Londen de bestaande scheiding (het Noord-Ierland Protocol) op gaat heffen die Noord-Ierland volgens het Brexit-akkoord „als voor handelsdoeleinden binnen de EU behorend” bestempelt. Veel unionisten voelen dat hun deel van de Unie weer eens wordt weggezet als een oord voor tweederangs burgers die langer moeten wachten, meer moeten betalen en soms niet krijgen wat van het Britse vasteland geïmporteerd moet worden. Niet-unionisten zijn minder geïnteresseerd in de emotionele component, maar zouden zich tevreden stellen met een beter werkend protocol. Maar het is die druk van Donaldson die Boris Johnson, tenslotte leider van de Conservative and Unionist Party, ertoe drijft de EU te dreigen met eenzijdige amendering van dat protocol – dat hij zelf heeft ondertekend.

Politieke impasse

Sinn Féin, zoals te verwachten, houdt ondertussen het kruit droog en roept op tot samenwerking van alle partijen in het noorden en tot constructieve dialoog. Eénwording van Ierland, precies honderd jaar nadat ‘de zes graafschappen’ in het noorden zich afscheidden van de Republiek om zo een Ulster unionistische en protestantse meerderheid op een eigen deel van het eiland te garanderen, is nu feitelijk mogelijk. Ook al omdat Sinn Féin in de Republiek de grootste partij lijkt te worden bij de verkiezingen in 2025. Maar in werkelijkheid is er (nog) geen sprake van een aanstaande hereniging op korte termijn. Volgens het Goede Vrijdagakkoord van 1998 kan alleen de Britse minister voor Noord-Ierland besluiten dat een referendum daarover gehouden dient te worden en minister Lewis ziet geen aanleiding daartoe. Maar 29 procent van de kiezers in de provincie heeft Sinn Féin als eerste keus op zijn stembiljet ingevuld en de non-sektarische Alliance Party wint aan aanhang. In de Republiek is volgens de laatste peiling tweederde van de Ieren emotioneel gezien wel voor hereniging, maar niet als zij opdraaien voor de 6,7 tot 15,7 miljard euro die dat zou kosten.

Voorlopig lijkt het gevolg van Sinn Féins triomf vooral impasse, met politieke instabiliteit als gevolg. Politieke partijen kunnen zes maanden ruziemaken tot Londen nieuwe verkiezingen moet uitschrijven, het optocht-seizoen is aanstaande, terreurdreigingen intensiveren – de komende zomer ziet er niet goed uit.